“Het echte werk begint pas ná de verkiezingen”

“Het echte werk begint pas ná de verkiezingen”

Actueel

Op zondag 26 mei trekken we naar de stembus om een nieuw federaal, Europees en Vlaams of Brussels parlement te kiezen. Jan Pollet, verantwoordelijke politieke zaken bij Amnesty Vlaanderen, legt uit hoe Amnesty International tegen deze ‘moeder aller verkiezingen’ aankijkt. “De ideale coalitie? Dat is de regering die onze mensenrechtenagenda uitvoert.”

Wat doet Amnesty International in de aanloop naar de verkiezingen?

Jan Pollet: “We zijn al enkele maanden bezig met de partijen in te lichten over de bezorgdheden, wensen en thema’s die we belangrijk vinden. Wat we willen dat België zou doen in de komende vijf jaar op het vlak van de mensenrechten.”

“Wat binnenlands beleid betreft, hebben we het dan over asiel en migratie, de oprichting van een nationaal mensenrechteninstituut, veiligheid en mensenrechten, de behandeling van slachtoffers van terrorisme, het bedrijfsleven en mensenrechten en genderkwesties. Wat het buitenland betreft, spannen we ons in om mensenrechten een centrale plaats te geven in de contacten van onze regeringen met andere landen, en in de Veiligheidsraad en de VN in het algemeen.”

“We werken ook op onze internationale campagnethema’s. Zo proberen we mensenrechten als een prioritair thema in het volgende regeerakkoord te krijgen. In het buitenlandse beleid van de huidige legislatuur is dat geen expliciete prioriteit. Verwante zaken zoals de vrijheid van meningsuiting wel. Terwijl de ruimte voor het maatschappelijk middenveld over zowat heel de wereld onder druk staat en de aanvallen op de mensenrechten toenemen, moeten we een land als België in een voortrekkersrol krijgen. Een nieuwe legislatuur biedt daar kansen toe.”

Wat is het verschil tussen het politieke lobbywerk in verkiezingstijden en erbuiten?

“We richten onze blik in deze verkiezingscampagne iets meer op de lange termijn. De partijen zijn ook in periodes zonder verkiezingen natuurlijk belangrijk, zeker in België. Maar wij hebben niet de middelen om op alle slakken zout te leggen en dan richten we onze energie liever op de uitvoerende macht, de ministeriële kabinetten en de administraties. Maar in verkiezingstijden zetten we dus meer in op de partijen, ook omdat we nu nog niet kunnen weten wie na de verkiezingen de uitvoerende macht zal zijn." 

“Eerlijk gezegd: de programma’s van de partijen interesseren ons op zich niet zo erg, en zelfs de campagne en de uitkomst van de verkiezingen zijn niet zo belangrijk voor ons. Ik overdrijf, natuurlijk vinden we het fantastisch als partijen in de campagne veel zeggen over respect voor de mensenrechten. Maar wat ons vooral interesseert, zijn de regeerakkoorden en de beslissingen voor de wat langere termijn. Als de kiezer de kaarten heeft geschud, dan pas begint het echte werk. Dán kunnen wij aan de politici zeggen: hier zijn we met jullie mensenrechtenagenda. Maar we moeten de politici en de partijen natuurlijk wel op voorhand informeren over de punten waar we het in die agenda over willen hebben na de verkiezingen.”

Dat wordt dan een soort rapport of memorandum?

“Ja, het is niet de bedoeling daarin alle technische details op te lijsten, maar alleen de hoofdlijnen. Daar staat in, bijvoorbeeld: richt een mensenrechteninstituut op; niet dat de raad van bestuur van het mensenrechteninstituut moet bestaan uit zoveel leden en vertegenwoordigers van die of die strekking. Het is de bedoeling dat die agenda breed wordt gecommuniceerd, dat vind ik beter passen bij onze onpartijdige en onafhankelijke opstelling als organisatie. We willen niet zozeer wegen op het verkiezingsproces zelf.”

Amnesty probeert zo indirect invloed uit te oefenen op het beleid?

“Ook direct, zeker als het om een binnenlands mensenrechtenprobleem gaat. Als we vinden dat iets wat België doet op het vlak van mensenrechten niet oké is, dan gaan we naar de verantwoordelijke(n) en zeggen: dat moet beter, verander dat. Wat we niet gaan zeggen: ‘Partij A gaat dat beter doen dan partij B.’”

De politieke onpartijdigheid van Amnesty blijft onaangetast?

“Ja, maar wij hebben daar geen moeite mee. Voor ons is de politicus minder van belang in dit verhaal. Wij zijn bezig met mensenrechten en onze rol is het politieke beleid binnen dat kader te houden. Of de politicus tot wie we ons richten De Wever heet of Almaci, dat maakt voor ons niets uit. Een ‘lievelingspartij’ hebben we dus niet. (lacht) Net zomin als we een ‘ideale coalitie’ voor ogen zouden hebben. De ideale coalitie is de regering die onze mensenrechtenagenda uitvoert.” 

Lobbyen en eisen stellen is een ding, maar luisteren de politici ook naar ons?

“Jááá, absoluut. We vertegenwoordigen Amnesty International, de grootste mensenrechtenorganisatie in de wereld, met meer dan 7 miljoen supporters en een solide reputatie. Als we bij een politicus op bezoek gaan, dan heeft hij toch minstens enig respect voor de naam en faam van Amnesty. We kunnen dat respect snel kwijtspelen, maar als we ons werk goed doen, blijft onze reputatie overeind. Die goede reputatie en internationale uitstraling, gebaseerd op onderzoek, is een troef die veel ngo’s niet hebben. En zo gaan deuren open. Dat is niet onbelangrijk, want je moet eerst binnen geraken voor je iets kunt zeggen, laat staan dat er naar je wordt geluisterd.”

Dat is de eerste stap. Wat volgt er daarna?

“Zodra we binnen zijn, is stap twee: luisteren naar ons. Doen ze dat? Jazeker. We zijn ons bewust van onze rol en van het gedegen onderzoek dat nodig is om een standpunt in te nemen. Daarom lijken we vaak voorzichtig in onze publieke uitlatingen. Maar ook achter gesloten deuren bij politici laten we die nauwgezetheid en voorzichtigheid niet varen. Daar hebben we het soms meer over technische details of stellen we ons pragmatischer op, maar we zijn niet scherper of feller achter gesloten deuren bij een politicus. En inhoudelijk: als we iets niet weten, zeggen we dat ook: we weten het niet. Soms vinden ze dat ambetant. Als ze ons vragen een situatie op voorhand in te schatten, maar we gaan daar niet op in omdat we geen zekerheid hebben." 

“Bijvoorbeeld over buitenlands beleid weten ze op Buitenlandse Zaken – of het nu het kabinet is, de administratie of diplomaten – dat als wij iets zeggen, dat niet zomaar uit de lucht gegrepen is, maar dat het gefundeerd is. Ik hoop dat we die geloofwaardigheid kunnen behouden. Dat zij blijven geloven dat als wij iets vertellen, dat allicht ook waar is. Op het vlak van buitenlands beleid komt daar nog bij dat wij vaak over meer informatie beschikken dan anderen, ook al is dat door de informatierevolutie de laatste tijd wat verminderd."

“En dan is er de derde stap: we zien vaak dat de aanbevelingen die we doen, de inschattingen die we maken, ook impact hebben op het beleid.”

Kan je een concreet voorbeeld van impact geven?

“Ga eens na wat België in de Mensenrechtenraad van de VN zegt, dan merk je dat daar overeenkomsten zijn met wat Amnesty nastreeft. Dat is niet toevallig. Neem nu Saudi-Arabië. Iedereen heeft het nu over de mensenrechten daar: vrouwenrechten, de doodstraf, de mensenrechtenverdedigers die worden vervolgd. In de VN-Mensenrechtenraad kan het Belgische standpunt daarover, door onze invloed, iets beter zijn dan zonder ons. Want dankzij onze informatie weet België welke mensenrechtenverdedigers daar vastzitten, ze kunnen die benoemen."

“We zien op de internationale fora ook heel goed waar Amnesty op ingezet heeft. Dat heeft ook te maken met een andere troef die we kunnen uitspelen: als internationale organisatie, met een 70-tal secties, zijn we geografisch zeer vertakt en verspreid. Als Amnesty wil dat de mensenrechtenraad het over Saudi-Arabië heeft en de mensenrechtenverdedigers, dan beginnen alle zeventig secties bij hun regering daarvoor te lobbyen. Zelfs al luistert maar één tiende van de regeringen, dat zijn toch zeven landen die iets zeggen over Saudi-Arabië. Dat heeft impact.”

“Ik denk ook aan het Internationale Wapenhandelsverdrag. Het begon met een idee van enkele mensen uit ngo’s, waaronder Amnesty, over verantwoordelijkheid voor eigen handel, in de jaren 1980. Dat werd uitgewerkt en gevolgd door campagnes en onderhandelingen, en in 2014 lag het er. Het is nu een instrument van internationaal recht. Als je de tekst van het verdrag vergelijkt met de aanbevelingsnota’s die coalities van ngo’s, waaronder Amnesty, daarover schreven, dan merk je veel overeenkomsten.”

“Een ander voorbeeld is de doodstraf. Het is niet toevallig dat het aantal landen waarin de doodstraf nog wordt uitgesproken en uitgevoerd, de voorbije jaren voortdurend is gedaald. Dat komt omdat ngo’s en activisten daar op zijn blijven hameren.”

Wat wil Amnesty dat er verandert na de verkiezingen? Hoe ziet onze verkiezingsagenda eruit, die we de partijen willen voorleggen?

“Waar het vaak op neerkomt, is dat in ons land mensenrechten iets meer dan een louter retorische, centrale plaats moeten krijgen. We hebben het dan over binnenlands beleid. Neem nu het etnisch profileren, waar wij het afgelopen jaar heel goed op gewerkt hebben en waar we in de marge van de verkiezingscampagne ook nog mee naar buiten zullen komen. Dat is een onderwerp dat een zware impact heeft op de gemeenschap. De interpretatie van buitenaf is soms: daar heb je ze weer, als ze de politie maar kunnen bashen… Maar waar het echt om gaat, is dat de politiemensen hun werk goed doen. Wie gecontroleerd wordt door de politie moet zijn rechten kunnen uitoefenen, zoals ze in het internationale en Europese recht gegarandeerd zijn. Daar willen we naartoe."


“Willen we grote veranderingen in het Belgische mensenrechtenbeleid? Op het vlak van asiel- en migratiebeleid kan er veel beter. In het gevangeniswezen moeten we meer dan één tandje bij steken. Maar meestal gaat het om zaken waar België al toe verplicht is. Het is niet zo dat er een nieuwe wet moet komen om gevangenen beter te behandelen. De wetgeving daarrond bestaat al, maar wordt niet of onvoldoende toegepast. Onze rol is het dan onze politieke leiders erop te wijzen dat ze moeten doen waar ze wettelijk toe verplicht zijn."

“In België zijn we op een punt beland dat de meeste wetten die we moeten hebben, er ook zijn. Ze moeten alleen worden toegepast en dat gebeurt niet altijd. Dan zijn er de toezichtsorganen, wat ons bij het nationale mensenrechteninstituut brengt. Dat werd op de valreep van de legislatuur goedgekeurd en moet nu in de praktijk worden gezet. Dus qua regelgeving zitten we in een luxepositie, wat toepassing en toezicht betreft, is er nog werk te doen.”

“Sommige goede wetten worden niet gebruikt. Neem het Waalse decreet over de wapenhandel. Dat is niet ideaal, het kan veel beter, maar als je dat decreet leest, snap je niet dat Wallonië toch wapens levert aan de Verenigde Arabische Emiraten en Saudi-Arabië. Als je daar als burger een probleem mee hebt, kan je moeilijk naar de Raad van State trekken – wij zijn er om de overheid ook voor dat soort zaken aansprakelijk te houden voor haar eigen acties.”

Het asiel- en migratiebeleid heeft via het Marrakesh-pact geleid tot de val van de federale regering. Wat wil Amnesty anders op dat domein?

“In de voorbije legislatuur hebben we vooral gewerkt rond het uitwijzingsbeleid, onder andere de heisa die ontstond naar aanleiding van het terugsturen van mensen naar Soedan. We hebben dat bekeken en gezegd oké, je kunt een beleid van gedwongen uitwijzingen voeren, je kunt daarvoor samenwerken met derde landen, zelfs met landen die de mensenrechten niet zo serieus nemen. Maar de verantwoordelijkheid om de risico’s in te schatten die mensen lopen als ze worden teruggestuurd, ligt hier. Als je een ander land wil inschakelen bij identificatie, moet je bijvoorbeeld nagaan of je niet het risico op foltering vergroot."

“Wat hebben we gezegd? België moet het beleid opstellen in lijn met de mensenrechten. Wat is het mensenrechtenkader voor het uitwijzen van uitgeprocedeerde asielzoekers of mensen zonder een geldig verblijfsstatuut? Hoeksteen is het principe van non-refoulement. Dat wil zeggen dat België moet inschatten wat de risico’s zijn bij het terugsturen, en als de risico’s op ernstige mensenrechtenschendingen (zoals foltering of gedwongen verdwijning) te groot zijn, mag het niet. Dat geldt ook voor mensen die geen asiel aanvragen. Na die hele saga is het beleid op een aantal punten aangepast en er zijn aanbevelingen gekomen. Er is een commissie opgericht die het uitwijzingsbeleid tegen het licht moest houden. Dat gaan we verder opvolgen voor en na de verkiezingen."

Wat gaat Amnesty na de stembus concreet eisen rond asiel en migratie?

"Eerste eis: kinderen opsluiten, stop daarmee. Er bestaan alternatieven, zoals de terugkeerwoningen: evalueer en verbeter die. Ten tweede: het principe van non-refoulement moet in alle gevallen worden toegepast. Ten derde: zorg voor veilige en legale routes voor vluchtelingen. Mensen die internationale bescherming nodig hebben, moeten die ook kunnen krijgen, zonder dat ze hiervoor hun leven in handen moeten leggen van mensensmokkelaars. Verder een aantal procedurele rechten en juridisch-technische aanbevelingen voor rechtsbescherming. Allemaal vrij basic eigenlijk."

“En tegelijk – maar dat is heel moeilijk – willen we wegen op het beleid dat er nog veel meer toe doet voor de mensenrechten: het Europese beleid. Want, eerlijk, of België nu een zeer strikt beleid voert op het vlak van asiel en migratie of niet, het is aan de grenzen dat het gebeurt. Daarop willen we wegen en pleiten voor een humaner beleid, dat niet langer Libië gebruikt als een duister hoekje waar we onze problemen letterlijk in kunnen duwen, zodat ze er niet meer uit komen.”

Auteur: 
Jimmy Martens

Logo Amnesty International

Amnesty International Vlaanderen vzw
Goffartstraat 32
1050 Brussel



Ingang en onthaal:
Waversesteenweg 169
1050 Brussel
T: +32 2 669 37 37
[email protected]
Rek. nr. BE11 5230 8012 9048
Ondernemingsnr. BE 0418.308.243

hier niet op duwen