Zestigste verjaardag van de UVRM: interview met Eva Brems

Zestigste verjaardag van de UVRM: interview met Eva Brems

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens viert haar zestigste verjaardag. Is er reden tot feesten? Wat is de UVRM precies? Waarom is ze zo belangrijk en hoe belangrijk is ze voor vrouwenrechten? Hoe is het met de vrouwenrechten gesteld? Eva Brems, voorzitter van Amnesty International Vlaanderen, licht een en ander toe.

Als u met een genderbril naar de UVRM zou kijken, wat is dan het eerste wat u ziet bij deze zestigste verjaardag?
Eva Brems:
Ik zie dan een neutrale, abstracte verklaring, bedoeld voor alle mensen: jong, oud, man, vrouw... Ze straalt een sfeer uit van heel veel optimisme en als je daar nu op terugblikt, dan is dat enerzijds heel mooi, maar anderzijds ook wel naïef. Als je geen serieuze selectie uitvoert bij de samenstelling van het comité dat de tekst gaat opstellen, dan krijg je onvermijdelijk een reflectie van dominante groepen in een samenleving, vandaar dat 'de mens' in de Universele Verklaring eigenlijk een blanke volwassen man is. De typische zaken waar vrouwen het slachtoffer van worden, zijn niet mee opgenomen in de tekst.

De vrouwenrechtenbeweging was de eerste die daar kritisch op is beginnen reageren. Later zijn er nog andere bewegingen bij gekomen: de kinderrechtenbeweging, bewegingen die opkomen voor inheemse volkeren, mensen met beperkingen... Deze bewegingen hebben duidelijk gemaakt dat je eigenlijk niet voor rechtvaardigheid kan zorgen voor 'de mens', als je geen rekening houdt met de 3specifieke kenmerken van die mens. Maar de Universele Verklaring bevat zeker een mooie en belangrijke boodschap: namelijk dat de mensen gelijk zijn, dat het geslacht geen rol mag spelen. Dat is een belangrijke eerste stap, maar een tweede stap om rechtvaardigheid te realiseren, houdt in dat er ook rekening moet worden gehouden met de verschillende noden tussen mensen onderling op basis van hun verschillende kenmerken. In dat opzicht is het geslacht toch relevant.

Is er al veel vooruitgang geboekt voor de vrouwenrechten sindsdien?
Eva Brems:
Enorm veel. Vrouwen hebben nu stemrecht (in 1948 konden vrouwen voor het eerst gaan stemmen in België). En er is nu contraceptie beschikbaar. Dit zijn nu twee zaken die ik noem, voor België, die echt een hefboomeffect hebben gehad. Als je kan stemmen, dan wordt er rekening met je gehouden als groep, bij het beleid enz. Contraceptie is natuurlijk een sleutel tot het in eigen handen nemen van je leven. Als je niet als vrouw gedoemd bent het ene kind na het andere te krijgen, dan gaat er een wereld voor je open. Er is enorm veel gebeurd, maar als je vanuit Amnesty-perspectief kijkt, dan zijn er toch nog altijd veel plekken ter wereld waar je als vrouw niet de volledige beschikking over je lichaam hebt, waar vrouwenrechten niet vanzelfsprekend zijn.

Hoe ziet u het verder evolueren?
Eva Brems:
Ik denk dat we optimistisch moeten zijn. Ik denk dat je nog altijd kan zeggen dat er een tendens is op de meeste plaatsen in de wereld naar meer rechten voor vrouwen en meer effectieve afdwingbaarheid van rechten, meer 'empowerment' van vrouwen. De plaatsen waar je het negatiever ziet evolueren, zijn de plaatsen waar er fundamentalisme is. Dat is niet alleen het monopolie van de islam. Het fundamentalisme in de Verenigde Staten is bijvoorbeeld ook heel sterk.

Wat maakt vrouwenrechten specifiek moeilijk?
Eva Brems:
Vrouwenrechten hebben net als alle andere rechten van groepen die in een emancipatiebeweging zitten, een probleem van concurrentie. Ten eerste treden ze in concurrentie met de rechten van dominantere groepen: vrouwen gaan hun rechten afdwingen in een wereld gedomineerd door mannen. Om een vergelijking met een taart te maken: het is niet zo dat de taart groter wordt en dat er stukken bij komen als er meer kandidaat-eters zijn: de rechten van vrouwen worden soms afgedwongen ten koste van mannen. Als we bijvoorbeeld zeggen dat de helft van de leden van het Grondwettelijk Hof uit vrouwen moet bestaan, dan zien veel mannen hun carrièreplannen de mist ingaan. Maar ook als men zegt dat vrouwen zelf mogen beslissen hoe veel kinderen ze willen krijgen, dan is dat in veel landen iets revolutionairs.

De tweede soort van concurrentie bestaat er met andere groepen die in een emancipatiebeweging zitten. Die concurreren met elkaar. Typisch in dit verband is het Hillary-Obama-debat: wie moet er eerst komen? Is het belangrijker dat er eerst een vrouwelijke president komt of moet er eerst een allochtone president komen?

Wat moet er nog gerealiseerd worden voor de vrouwenrechten?
Eva Brems:
Dat zijn de frontlinies van de strijd voor mensenrechten en dan kom ik bij de Amnesty terecht, wat niet toevallig is: Amnesty zoekt die ook op. In de eerste plaats is dat geweld tegen vrouwen. Geweld tegen vrouwen komt in alle contexten voor: in gewapende conflicten, maar ook in de privésfeer, en het straffe daarvan is dat het een wereldwijd fenomeen is, soms in ongelooflijk hoge percentages...

Het tweede is dan de reproductieve rechten, wat ook een speerpunt is van de Amnesty-campagne. Het recht van de vrouw om over haar lichaam te beschikken, om zelf te beslissen of ze kinderen wil, hoeveel kinderen ze wil en wanneer. Dit is niet overal ter wereld een even acuut probleem, maar we kunnen toch niet zeggen dat het geen Westers probleem is (denk bijvoorbeeld aan de Verenigde Staten). En op wereldvlak is het al helemaal slecht gesteld met reproductieve rechten.

Als je in België kijkt dan is er op juridisch vlak heel veel verworven. VeysDaar moet er vooral nog meer een mentaliteitswijziging komen. Er bestaat hier een beetje een risico van vergeten. De generatie vrouwen die nu opgroeit, beseft niet meer hoe recent de vrouwenrechten zijn verworven, met hoeveel moeite ze er gekomen zijn. Totdat ze op een dag toch met hun hoofd tegen het glazen plafond stoten. Niet dat daar een complot achter zit, het zijn vaak onzichtbare factoren die meespelen.

Op welke rechten uit de UVRM moet (in het algemeen) veel of meer nadruk worden gelegd?
Eva Brems:
Je mag er geen enkel vergeten. Als je naar Amnesty kijkt, dan leek het op een bepaald moment allemaal duidelijk: de oude opdracht van Amnesty over foltering, gewetensgevangenen... op dit terrein leek niets 'nieuws' meer te gebeuren. Maar de laatste jaren, sinds de 'war on terror' wordt zelfs het folterverbod in vraag gesteld: "sommige technieken zijn misschien toch niet helemaal foltering, een beetje folteren mag ...". Daarnaast zijn de economisch en sociale rechten van cruciaal belang. Eigenlijk is deze helft van de Universele Verklaring in de vergetelheid geraakt. Economische en sociale rechten worden minder ernstig genomen, minder als 'rechten' beschouwd. En dus worden ze ook minder als 'plichten' ervaren waar de overheden iets aan moeten doen. Amnesty gaat daar uitdrukkelijk heel hard rond beginnen werken. Het is heel zwaar voor een organisatie om deze switch te maken, maar het is noodzakelijk: we zijn een grote kracht op het terrein en als we niet daadwerkelijk ingrijpen, doen we zo'n beetje mee met de rest en schuiven we de verantwoordelijkheid van ons af.

Auteur: 
Marie-Noëlle Veys