Open brief: ngo's roepen taliban ter verantwoording voor schendingen op basis van gender

Open brief: ngo's roepen taliban ter verantwoording voor schendingen op basis van gender

Actueel

De Alliance for Human Rights in Afghanistan deelde op 15 augustus 2023 een open brief. ‘Twee jaar na de machtsovername van Afghanistan door de taliban op 15 augustus 2021 veroordelen we krachtig de aanhoudende en toenemende grove mensenrechtenschendingen begaan door de taliban, in het bijzonder tegen vrouwen en meisjes. Ook veroordelen we het uitblijven van een effectieve reactie van de internationale gemeenschap’, zeggen tien internationale mensenrechtenorganisaties.

‘In de afgelopen 2 jaar werd het beleid van de taliban steeds wreder, met name tegen vrouwen en meisjes en religieuze en etnische minderheden. Dat is duidelijk in strijd met de verplichtingen van Afghanistan op grond van de internationale mensenrechtenwetgeving. Beleid dat vrouwen en meisjes de toegang tot onderwijs, werk en andere middelen van bestaan, vrij verkeer en de toegang tot openbare ruimten en diensten ontzegt en beperkt, wordt alom veroordeeld. In hun gezamenlijk rapport aan de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties in juni 2023, verklaarden de Speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Afghanistan en de VN-werkgroep inzake discriminatie van vrouwen en meisjes, dat de behandeling van vrouwen en meisjes door de taliban “kan neerkomen op gendervervolging – een misdaad tegen de mensheid – en kan worden gekarakteriseerd als genderapartheid”.’

Activisten, vooral vrouwen, die vanuit Afghanistan tegen het talibanbeleid protesteren, lopen grote risico’s als ze zich uitspreken. Ze volharden, ondanks dat de taliban reageert met fysiek geweld, invallen, willekeurige arrestaties, detentie, foltering en wrede, onmenselijke of onterende behandeling, gedwongen verdwijning en aanvallen op hun familieleden.

Naarmate de internationale aandacht voor de crisis afneemt en mensenrechtenschendingen door de taliban in de ogen van de internationale gemeenschap normaal worden, blijven onze organisaties misdrijven onder internationaal recht en andere ernstige mensenrechtenschendingen documenteren. We maken ons ook ernstige zorgen over de veiligheid van mensenrechtenverdedigers die door de taliban zijn opgepakt. In het oog springende voorbeelden – die symbool staan voor veel meer – zijn de zaken van Matiullah Wesa en Rasool Parsi. Wesa komt op voor het recht op onderwijs. Hij werd willekeurig aangehouden en vastgezet op 27 maart 2023. Parsi, een universitair docent, islamgeleerde en activist uit het maatschappelijk middenveld, zit sinds 6 maart 2023 gevangen. Er is vrijwel geen bescherming en juridische waarborgen zijn er evenmin voor degenen die risico lopen. De acties van de taliban hebben bestaande juridische kaders genegeerd.

Terwijl veel mensenrechtenverdedigers in gevaar gedwongen zijn om Afghanistan te verlaten door de situatie de afgelopen 2 jaar, blijven er nog veel meer achter. Ze zitten klem en moeten onderduiken, met weinig middelen om hun veiligheid te realiseren. Wie die de grens naar buurlanden overstak, loopt het risico op uitzetting. Ze hebben vaak grote financiële problemen en lopen een serieus risico op vervolging als ze worden teruggestuurd naar Afghanistan. Toch kunnen ze hun leven in hun gastland niet opbouwen en zijn er vaak ook geen mogelijkheden tot hervestiging buiten de regio. In gastlanden – vaak Iran, Turkije en Pakistan – worden ze bedreigd, onder meer met arrestatie, geweld, afpersing, uitzetting en het ontzeggen van essentiële diensten, waaronder gezondheidszorg en onderwijs.

De buitengewoon moeilijke situatie voor mensen in Afghanistan wordt verergerd door de humanitaire crisis. 97 procent van de bevolking leeft in armoede. In 2020 was dit 47 procent. Volgens cijfers van de VN hebben 28,8 miljoen mensen, meer dan de helft van de bevolking van het land, humanitaire hulp nodig om te overleven terwijl 3,2 miljoen kinderen en 800.000 zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven ondervoed zijn.

Forse bezuinigingen op hulp treffen vooral de mensen die in Afghanistan wonen en niet de taliban. De taliban hebben vrouwelijk humanitair personeel verboden om te werken voor niet-gouvernementele organisaties en de VN. Hierdoor wordt effectieve steun geweigerd aan degenen die deze het hardst nodig hebben. Het gaat vooral om huishoudens met een vrouw aan het hoofd. Volgens het VN-Bureau voor de Coördinatie van Humanitaire Zaken (OCHA), “verergeren de beperkingen die aan vrouwen worden opgelegd de bestaande kwetsbaarheden waarmee vrouwen en meisjes worden geconfronteerd, evenals huishoudens met een vrouw aan het hoofd”. OCHA vond dat 48 procent van deze huishoudens een slechte voedselconsumptiescore (FCS) heeft in vergelijking met 39 procent van de huishoudens met een man aan het hoofd.

De taliban moeten onder druk worden gezet om een einde te maken aan schendingen en repressie en moeten verantwoordelijk worden gehouden voor vermeende misdrijven onder internationaal recht. Onderzocht moet worden of er misdaad tegen de mensheid van gendervervolging van vrouwen en meisjes is gepleegd. De stemmen van mensen in Afghanistan en van wie gedwongen is het land te verlaten, moeten worden gehoord. Ze dringen aan op beëindiging van de ernstige mensenrechtenschendingen en op gerechtigheid en herstel. De aanklager van het Internationaal Strafhof moet ervoor zorgen dat zijn onderzoek en eventuele daaruit voortvloeiende vervolgingen zich richt op alle onderliggende criminaliteit door alle partijen bij gewapende conflicten in Afghanistan, inclusief misdrijven die de taliban zouden hebben begaan tegen vrouwen en kinderen. Dit moet in lijn zijn met het beleid van het Strafhof als het gaat om vervolging op grond van geslacht en het beleid voor kinderen. Bovendien moeten gerechtelijke autoriteiten in derde landen onderzoek doen naar het vervolgen van mensen die op geloofwaardige wijze betrokken zijn bij ernstige misdrijven in overeenstemming met de nationale wetten.

De internationale gemeenschap moet consequenter en effectiever reageren op misdrijven van de taliban, inclusief voor het willekeurig vasthouden van mensen. Ook moet de internationale gemeenschap om een robuustere verantwoordingsprocedure vragen voor onderzoek en voor het verzamelen van bewijs met betrekking tot mensenrechtenschendingen. Het mandaat van de Speciale Rapporteur over de mensenrechtensituatie in Afghanistan moet verlengd en versterkt worden met extra middelen voor onderzoek naar de mensenrechtensituatie in Afghanistan. Voor die Afghanen die op doorreis zijn of in buurlanden verblijven, zouden regeringen meer moeten doen om ze te beschermen. Ook moeten ze zorgen dat er een einde komt aan uitzettingen en moeten programma’s om kwetsbare Afghanen naar derde landen te her vestigen, uitgebreid en versneld worden.

Ten slotte zijn de taliban, als de facto autoriteiten, nog steeds verantwoordelijk voor de internationale verdragen die Afghanistan heeft geratificeerd. De taliban zijn daarom verantwoordelijk voor het nakomen van de verplichtingen die daaruit voortvloeien volgens de internationale mensenrechten- en humanitaire verdragen waarbij Afghanistan partij is. De internationale gemeenschap moet unaniem en vastberaden vasthouden aan haar standpunt dat er maar één uitkomst acceptabel is: er moet gerechtigheid, verantwoording en genoegdoening komen voor alle ernstige mensenrechtenschendingen in Afghanistan.

De ondertekenaars:

Amnesty International
FIDH – International Federation for Human Rights
Freedom House
Freedom Now
Front Line Defenders
Human Rights Watch
MADRE
Urgent Action Fund – Asia & Pacific
Women’s International League for Peace and Freedom
World Organisation Against Torture (OMCT)