Wapenhandeldecreet bijgespijkerd

Wapenhandeldecreet bijgespijkerd

Blog
Auteur: 
Jan Pollet, verantwoordelijke politieke zaken bij Amnesty International Vlaanderen

Vorige week keurde het Vlaams Parlement een aantal belangrijke wijzigingen goed aan het decreet over wapenhandel. Amnesty International ziet op een aantal vlakken vooruitgang maar had toch gehoopt op een ambitieuzere tekst. 

Hier kan u de bijdrage lezen die Amnesty samen met IPIS gebruikte tijdens de consultaties met het departement buitenlandse zaken en met het Parlement. Het is een uiterst technische materie. In mensentaal samengevat, maakten we vooral deze punten:


1. Lovenswaardig en nodig proces

De Vlaamse overheid besliste het Wapenhandeldecreet te optimaliseren. Dat decreet is nochtans nog niet zo heel oud. Het werd in 2012 aangenomen en was toen het eerste en geheel nieuwe kader voor de in 2003 geregionaliseerde regelgeving over de transfer van wapens. Uiteraard waren Amnesty en IPIS toen ook al van de partij – de input die we toentertijd gaven, vindt u hier.

Zij het met een fikse duw in de rug van het middenveld en het Parlement, het is zeer goed dat zo’n belangrijk decreet regelmatig grondig onder de loep wordt genomen. Ook positief is dat bij die oefening actief aansluiting is gezocht met betrokkenen, zowel ngo’s als de industrie. Al vrij vroeg in het proces kregen Amnesty, IPIS en tal van anderen de kans om input te geven aan de administratie. Later werd Amnesty ook nog uitgenodigd in het Parlement. Een transparante en inclusieve manier van werken die bij andere dossiers en overheden navolging verdient.

2. Doorvoer nog steeds een zwakke schakel

Door de wijzigingen die in het decreet werden aangebracht, is er nu een meer coherent beleid ten aanzien van doorvoer van wapens. Dat wil zeggen dat wapens of gerelateerde goederen over het grondgebied worden vervoerd om vervolgens naar een ander land te gaan, zonder dat de goederen in kwestie op enigerlei wijze worden veranderd (want dan zou het import/export worden).

Door een al te enge definitie viel alle doorvoer waarbij de goederen niet werden overgeladen op een ander transportmiddel buiten de controle van het decreet. Dat is nu veranderd. Ook als een schip of een vliegtuig bijvoorbeeld louter stopt om te tanken in een Vlaamse (lucht)haven kan de doorvoer nu onder vergunning worden geplaatst. Daarmee is een belangrijke lacune gevuld.

Tezelfdertijd heeft de decreetgever echter de afhandeling van doorvoer van wapens en gerelateerde goederen danig versoepeld. Heel wat doorvoer (met of zonder overlading) zal niet meer systematisch aan een vergunningsplicht onderworpen zijn omdat ze naar zogenoemde bevriende landen gaat. Alleen als er informatie is dat er een probleem is, zou de overheid de doorvoer aan controle onderwerpen. Er is zelfs geen meldingsplicht ingevoerd voor die doorvoer. Zelfs niet als het om gevoelige goederen gaat. Amnesty en IPIS hadden daarop aangedrongen omdat door deze versoepeling veel van de wapendoorvoer in Vlaanderen volledig onder de radar zal blijven voor de Vlaamse overheid. Dat is zowel voor de binnenlandse veiligheid als voor onze verantwoordelijkheid in de rest van de wereld onaanvaardbaar.

3.Transparantie

Het blijkt nog steeds niet mogelijk om data te verschaffen over de werkelijk geleverde transfers (de Vlaamse overheid rapporteert enkel over de vergunningen die het toekende, niet over de goederen die effectief worden in-, uit- of doorgevoerd). Rapporteren over de werkelijke wapenhandel had een belangrijke stap vooruit geweest. Voor het overige mogen we opmerken dat het Vlaamse decreet wat transparantie betreft ver voorloopt op andere Belgische regelgevers.

4. Opschortingsmogelijkheid

Het nieuwe decreet geeft aan de Vlaamse regering ook de mogelijkheid om de licenties naar een bepaald land op te schorten. Een soort van Vlaams wapenhandelsembargo, zeg maar.

Die mogelijkheid bestond eigenlijk al. Wie de bevoegdheid heeft om licenties af te leveren om wapentransfers toe te staan, heeft uiteraard ook de bevoegdheid om dat niet te doen. Maar toch is het een belangrijke aanvulling op het decreet. Het creëert namelijk zekerheid en heeft een belangrijke symbolische en politieke waarde.

Een snelle beslissing om een dergelijke ‘opschorting’ of ‘embargo’ te voorzien voor de leden van de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen dringt zich op.

5. De controle op het eindgebruik

Een vaak gehoorde kritiek op het Vlaamse wapenbeleid is dat de overheid niet altijd weet waar de hoogtechnologische componenten die in Vlaanderen worden geproduceerd uiteindelijk terecht zullen komen. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Wallonië wordt er maar zelden afgewerkt (of bijna afgewerkt) oorlogstuig of dergelijks uitgevoerd. Wat veel vaker het geval is, is dat een zeer belangrijk deel van een veel groter systeem in Vlaanderen wordt gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan een radar voor in een jachtvliegtuig. Vlaanderen weet waar de radar zal worden geïntegreerd maar niet altijd naar waar het jachtvliegtuig zal gaan.

Dat is – simpel gezegd (de realiteit is doorgaans veel complexer) – het probleem van eindgebruik. Mochten alle staten zich netjes aan de bepalingen van het Wapenhandelsverdrag of – waar van toepassing – de regels van de EU houden, zou dat niet zo’n groot probleem zijn. De realiteit is vooralsnog anders.


Het decreet geeft eigenlijk een vrij groot vertrouwen aan ‘partners’ die geacht worden dezelfde (EU) of gelijkaardige normen te hanteren voor verdere uitvoer. Vertrouwen is goed, weten is beter. Amnesty en IPIS formuleerden aanbevelingen om het zicht en de controle op het eindgebruik te vergroten. Maar dat heeft zo zijn limieten. Het belangrijkste is allicht dat alle EU lidstaten de Europese regels (zoals bepaald in een Common Position) volgen en dat het Wapenhandelsverdrag wereldwijd wordt aangenomen en strikt opgevolgd. Amnesty en IPIS roepen Vlaanderen op daar mee te blijven voor zorgen.

Het nieuwe decreet werd nog op een aantal concrete punten verbeterd. Zo werden de mensenrechtencriteria aangescherpt waardoor het decreet beter overeenstemt met het Wapenhandelsverdrag. Ook het specifieke criterium over de doodstraf werd een pak duidelijker gemaakt.

Kortom, een zeer nuttige oefening om het wapenhandeldecreet te herbekijken maar er is nog heel wat werk nodig om het decreet helemaal sluitend te maken.

Tot binnen een jaar of vijf?