Soedan: burgers zijn doelwit bij golf van oorlogsmisdaden

Soedan: burgers zijn doelwit bij golf van oorlogsmisdaden

Rapport
  • Duizenden doden en gewonden sinds gevechten uitbraken tussen RSF en SAF
  • Vrouwen en meisjes van amper 12 jaar slachtoffer van seksueel geweld
  • Burgers in heel Soedan lijden onder onvoorstelbare verschrikkingen

In Soedan worden op grote schaal oorlogsmisdaden gepleegd, aldus Amnesty International in een nieuw rapport over het conflict tussen de Soedanese Strijdkrachten (SAF) en de paramilitairen van de Snelle Strijdkrachten (RSF).

Het rapport ‘Death Came To Our Home’: War Crimes and Civilian Suffering In Sudan documenteert grote aantallen burgerslachtoffers bij zowel opzettelijke als willekeurige aanvallen door de strijdende partijen. Het rapport beschrijft ook seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes, gerichte aanvallen op burgerobjecten zoals ziekenhuizen en kerken, en wijdverbreide plunderingen.

Op 15 april 2023 braken in de Soedanese hoofdstad Khartoem hevige gewapende gevechten uit tussen de Soedanese Strijdkrachten (SAF - naar het Engels: Sudanese Armed Forces) en de paramilitairen van de Snelle Strijdkrachten (RSF – naar het Engels: Rapid Support Forces). De strijd verspreidde zich snel naar andere delen van het land en leidde tot nieuwe gevechten in de regio Darfoer in het westen van het land, waar sinds 2003 een gewapend conflict woedt. Het rapport gaat hoofdzakelijk over Khartoem en West-Darfoer.

Oorlogsmisdaden

Sommige van de gedocumenteerde schendingen, zoals aanvallen op burgers, aanvallen op humanitaire infrastructuur, verkrachting en ander seksueel geweld, en plundering, komen neer op oorlogsmisdaden.

‘Burgers in heel Soedan ondergaan elke dag onvoorstelbare gruwelijkheden terwijl de Rapid Support Forces en de Soedanese strijdkrachten strijden om de controle over het grondgebied’, zegt Agnès Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International.

‘Mensen worden gedood in hun huizen of terwijl ze wanhopig op zoek zijn naar voedsel, water en medicijnen. Ze komen in kruisvuur terecht als ze op de vlucht zijn en worden opzettelijk neergeschoten bij gerichte aanvallen. Tientallen vrouwen en meisjes, sommigen amper 12 jaar oud, zijn verkracht en blootgesteld aan andere vormen van seksueel geweld door leden van de strijdende partijen. Nergens is het veilig.’

‘Het oplaaiende geweld in de regio Darfoer, waar de RSF en geallieerde milities dood en verderf zaaien, roept het schrikbeeld op van de campagne van de verschroeide aarde van voorgaande decennia, waarbij deels dezelfde actoren betrokken waren.’

‘De RSF en de SAF, evenals de gewapende groepen die aan hen zijn gelieerd, moeten hun aanvallen op burgers beëindigen en een veilige doorgang garanderen voor mensen die op zoek zijn naar veiligheid. Er moeten dringend maatregelen worden genomen om gerechtigheid en herstelbetalingen voor slachtoffers en overlevenden te garanderen,’ aldus Agnès Callamard.

Gezien de schaal van de gevechten en de organisatie van strijdende partijen, gaat het om een niet-internationaal gewapend conflict onder de Conventies van Genève. De situatie is daardoor niet enkel onderhevig aan de mensenrechten (die blijven gelden), maar ook aan de regels van het internationaal humanitair recht, dat burgers en andere niet-oorlogvoerende partijen in gewapende conflicten tracht te beschermen. Bepaalde ernstige schendingen van deze regels vormen oorlogsmisdaden, waarvoor individuele soldaten en commandanten strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gesteld.

Burgers gedood in kruisvuur

Mannen, vrouwen en kinderen zijn in het kruisvuur terechtgekomen door veelvuldige aanvallen van beide partijen in dichtbevolkte burgerwijken. Daarbij worden vaak explosieve wapens gebruikt die een groot gebied bestrijken.

Op 20 april 2023 begonnen de gevechten in de wijk Kalakla in het zuiden van Khartoum. Kodi Abbas, een 55-jarige leraar, vertelde Amnesty International dat twee van zijn zonen, Hassan (6) en Ibrahim (8), en zijn neef Koko (7) werden gedood toen ze probeerden te ontsnappen aan geweervuur.

Hij vertelde: ‘Mijn vrouw en mijn kinderen zijn van huis weggelopen toen er gevechten uitbraken in onze buurt... maar mijn twee jongste jongens... waren klein en konden niet snel genoeg wegrennen... Ik weet niet wie hen heeft neergeschoten. De oorlog heeft hen gedood.’

Amnesty International heeft niet kunnen vaststellen welke kant de schoten heeft afgevuurd die de drie jongens hebben gedood.

Ala' Fawzi al-Mardi, een 26-jarige arts, werd op 15 april 2023 vermoord in haar huis in Omdurman, op de dag dat de eerste gevechten uitbraken. Haar vader Fawzi al-Mardi vertelde Amnesty International dat zijn vrouw ook ernstig gewond was geraakt. Hij zei: ‘Die ochtend werden we wakker in de hel. Het geluid van schoten en bombardementen was overal, onophoudelijk... Ik maakte me zorgen over mijn dochter Ala' die in het ziekenhuis was gaan werken.'

‘Een paar minuten nadat ze was thuisgekomen, kwam er een kogel door het raam van de woonkamer die mijn vrouw in het gezicht trof. Die ging door de rechterkant van haar gezicht en nek, en raakte toen Ala' in de borst, waardoor ze op slag dood was. Die ene kogel vernietigde ons gezin in een paar seconden... Zodra [Ala'] thuiskwam, waar ze veilig had moeten zijn, kwam de dood ons huis binnen.’

Veel burgers vertelden Amnesty International dat ze gewond waren geraakt en dat hun familieleden waren gedood toen ze veiligheid zochten. Op 6 juni werden bij herhaalde aanvallen met vanaf de grond gelanceerde projectielen in West-Darfoer tientallen burgers gedood of raakten gewond in en rond de slaapzalen van de El Geneina Universiteit, waar veel mensen schuilden nadat ze de gevechten in hun buurt waren ontvlucht.

Opzettelijke aanvallen op burgers

Burgers zijn opzettelijk gedood of gewond geraakt bij gerichte aanvallen. Overlevenden en andere getuigen wezen in het algemeen RSF-leden aan als de daders.

Op 13 mei braken RSF-leden in bij het complex van de Koptische kerk Mar Girgis in de wijk Bahri in Khartoem. Volgens verschillende getuigen schoten ze vijf leden van de clerus neer en stalen ze geld en een gouden kruis.

Op 14 mei werd Dr. Adam Zakaria Is'haq, een 38-jarige arts en mensenrechtenactivist, samen met 13 patiënten gedood in het Markaz Inqadh al-Tibbi (Medisch Reddingscentrum), een gezondheidskliniek in de wijk Jamarik in El Geneina.

Twee collega’s van de arts vertelden Amnesty International dat gewapende Arabische militieleden de 14 slachtoffers doodschoten.

‘Dr. Adam... behandelde zieke mensen in een kleine kliniek toen hij werd vermoord. Het hoofdziekenhuis in El Geneina werd eind april verwoest door dezelfde gewapende militie en de RSF. Hij werd in de borst geschoten. Hij liet zijn vrouw en twee jonge zoontjes van 4 en 6 jaar achter.’

Etnisch gemotiveerde aanslagen in West-Darfoer

Toen de spanningen in West-Darfoer opliepen, vluchtten veel mensen van het Masalit-volk naar Oost-Tsjaad. Mensen die El Geneina ontvluchtten vertelden Amnesty International dat de stad was aangevallen door zwaarbewapende Arabische milities, gesteund door RSF-strijders.

Op 28 mei kwamen tientallen burgers om het leven in Misterei, een stad ten zuidwesten van El Geneina. Er braken toen gevechten uit tussen RSF en geallieerde milities, en gewapende Masalit-groepen. Bewoners vertelden Amnesty dat ze die dag 58 burgers hadden begraven.

In één gezin werden vijf broers in hun huis doodgeschoten, onder wie Al-Haj Mohamed Abu Bakr, de echtgenoot van Zeinab Ibrahim Abdelkarim. De moeder (27) van twee kinderen vertelde: ‘Zes RSF-leden drongen om 8 uur 's ochtends ons huis binnen en gingen naar de kamer waar mijn man en zijn vier broers waren en schoten ze allemaal dood... De RSF kwam vervolgens naar de kamer waar ik verbleef met mijn kinderen en 12 andere vrouwen en kinderen... Ze sloegen ons met stokken en zwepen en vroegen “Waar zijn de wapens?”, en stalen vervolgens onze telefoons.’

Het internationaal humanitair recht verbiedt het opzettelijk aanvallen van burgers, evenals aanvallen waarbij geen onderscheid wordt gemaakt tussen burgers en soldaten, en tussen burgerobjecten en militaire doelen.

Seksueel geweld

Tientallen vrouwen en meisjes, sommigen amper 12 jaar oud, zijn het slachtoffer geworden van verkrachting en ander seksueel geweld. Sommigen werden dagenlang vastgehouden in omstandigheden van seksuele slavernij. In de meeste gevallen die Amnesty International heeft gedocumenteerd, zeiden de overlevenden dat de daders RSF-leden waren of leden van geallieerde Arabische milities. Verkrachting, seksuele slavernij en andere vormen van seksueel geweld in het kader van een gewapend conflict zijn oorlogsmisdaden.

Een 25-jarige vrouw uit El Geneina vertelde Amnesty International dat drie gewapende Arabische mannen in burgerkleding haar op 22 juni dwongen het gebouw van de Burgerlijke Stand in de wijk al-Jamarik binnen te gaan, waar ze haar verkrachtten.

Ze zei: ‘Nergens in El Geneina ben je veilig. Ik verliet mijn huis omdat er overal werd geschoten... en deze criminelen hebben me verkracht. Nu ben ik bang dat ik misschien zwanger ben... dat kan ik niet aan.’

Een groep van 24 vrouwen en meisjes werd ontvoerd door RSF-leden en naar een hotel gebracht waar ze enkele dagen werden vastgehouden in omstandigheden die neerkwamen op seksuele slavernij. Veel overlevenden hadden geen toegang tot medische en psychosociale hulp.

In het hele land zijn veel gezondheids- en humanitaire voorzieningen vernietigd of beschadigd. Hierdoor hebben burgers geen voedsel en medicijnen, waardoor de precaire situatie verder verergert. Bij de meeste gedocumenteerde gevallen van plunderingen waren RSF-leden betrokken. Opzettelijke aanvallen op humanitair personeel, burgerdoelen of op gezondheidsfaciliteiten of medische eenheden, zijn oorlogsmisdaden.

Amnesty’s oproep

Amnesty International roept de VN-Veiligheidsraad op om het wapenembargo dat momenteel van toepassing is op Darfoer uit te breiden naar heel Soedan en ervoor te zorgen dat het wordt gehandhaafd.

‘De internationale gemeenschap moet de humanitaire hulp aan Soedan aanzienlijk uitbreiden, en buurlanden moeten ervoor zorgen dat hun grenzen openstaan ​​voor burgers die veiligheid zoeken’, zegt Agnès Callamard.

‘Landen met een aanzienlijke invloed op de strijdende partijen moeten hun invloed aanwenden om een einde te maken aan de schendingen. De Mensenrechtenraad moet gehoor geven aan de oproepen van de Intergovernmental Authority on Development en een onafhankelijke onderzoeks- en verantwoordingsprocedure opzetten om bewijs van mensenrechtenschendingen in Soedan te monitoren, te verzamelen en te bewaren.’

De Intergovernmental Authority on Development (IGAD) is een intergouvernementele organisatie van Oost-Afrikaanse landen.

Methodologie

Amnesty International interviewde 181 mensen voor het rapport, voornamelijk in het oosten van Tsjaad in juni 2023 en vanop afstand via beveiligde verbindingen. Daarnaast bekeek de organisatie een grote hoeveelheid audiovisueel materiaal van mogelijke schendingen en onderzocht satellietbeelden om andere incidenten te bevestigen.

Op 21 juni 2023 deelde Amnesty International haar bevindingen met de SAF en met de RSF en vroeg om informatie met betrekking tot specifieke beschuldigingen die in het rapport zijn gedocumenteerd.

De SAF en de RSF reageerden respectievelijk op 12 en 14 juli. Ze beweerden beide dat ze zich aan het internationaal recht hielden en beschuldigden de andere partij van schendingen. De SAF zei dat het een eenheid had opgericht om de schade aan burgers tot een minimum te beperken. De RSF ontkende beschuldigingen van seksueel geweld en zei dat het commissies vormde om alle beschuldigingen van wangedrag te onderzoeken. De RSF ontkende ook betrokkenheid bij ‘wat er gebeurde’ in West-Darfoer, inclusief Misterei, en zei dat ‘de meerderheid’ van de Arabische milities banden had met SAF. Consistente getuigenverklaringen en ander bewijs identificeerden RSF-leden bij ernstige schendingen in West-Darfoer, soms samen met Arabische milities.

Achtergrond

De SAF wordt geleid door generaal Abdel Fattah al-Burhan - tevens de de facto leider van het land - en de RSF door generaal Mohamed Hamdan Dagalo (Hemedti). In oktober 2021 wierpen de twee militaire leiders samen de overgangsregering van Soedan omver.

De gevechten volgden na maanden opgebouwde spanning over hervormingen van de veiligheidstroepen, onder andere voorgesteld als onderdeel van de onderhandelingen voor een nieuwe overgangsregering. De gevechten begonnen aanvankelijk in de hoofdstad Khartoem, maar verspreidden zich snel naar andere delen van het land, waaronder Darfoer en Noord-Kordofan.

Zowel de SAF als de RSF hebben een geschiedenis van ernstige mensenrechtenschendingen in Soedan, met name in Darfoer.