Syrië: na jarenlange uithongeringsstrategie worden burgers uit hun huizen verdreven

Syrië: na jarenlange uithongeringsstrategie worden burgers uit hun huizen verdreven

Rapport

In verschillende Syrische regio’s en steden moeten burgers al maandenlang en soms jarenlang vreselijke belegeringen en intensieve bombardementen doorstaan. Recente zogenoemde ‘verzoeningsakkoorden’ tussen de Syrische regering en gewapende oppositiegroepen verplichten hen nu te kiezen tussen sterven of vertrekken.

Met de belegeringen, de bombardementen op belegerde gebieden en de recente gedwongen migratie maakt de Syrische overheid zich schuldig aan misdaden tegen de mensheid.

Het rapport “We leave or we die: Forced displacement under Syria’s ‘reconciliation’ agreements” onderzoekt vier van deze lokale “verzoeningsakkoorden” en beschrijft de schendingen die ermee gepaard gaan. De overeenkomsten werden afgesloten tussen augustus 2016 en maart 2017. Als gevolg daarvan werden duizenden mensen gedwongen hun thuis te verlaten in zes belegerde gebieden: Daraya, het oostelijke deel van de stad Aleppo, al-Waer, Madaya, Kefraya en Foua.

De Syrische regering en, in mindere mate, gewapende oppositiegroepen hebben burgers in deze gebieden onwettig belegerd zodat die afgesneden waren van voedsel, medicijnen en andere basisbenodigdheden. Bovendien werden de belegerde, vaak dichtbevolkte, gebieden meedogenloos gebombardeerd.

“De Syrische regering beweerde verzetsstrijders te willen verslaan, maar gebruikte een cynische strategie van ‘overgave of hongerdood’ met belegeringen en bombardementen die de burgerbevolking hard troffen. De toegepaste tactiek maakt deel uit van een systematische en grootschalige aanval op burgers, wat neerkomt op misdaden tegen de mensheid”, zegt Philip Luther, Amnesty’s onderzoeksdirecteur voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Mensen die het slachtoffer werden van deze verschrikkelijke schendingen hadden geen andere keuze dan massaal hun woningen te verlaten. Het resultaat is dat nu duizenden gezinnen in geïmproviseerde kampen leven, met een beperkte toegang tot hulp en andere basisbenodigdheden, en met nauwelijks mogelijkheden om in hun onderhoud te voorzien.


“Alle landen wereldwijd moeten samenwerken om een einde te maken aan de straffeloosheid voor deze misdaden. Ze zijn een smet op het internationale geweten. Er moeten meer steun en middelen vrijgemaakt worden voor het Internationale, Onpartijdige en Onafhankelijke Onderzoeksmechanisme dat onlangs door de Verenigde Naties werd opgericht om te helpen bij het onderzoeken van de schendingen en het vervolgen van de verantwoordelijken.”


“Indien de Syrische regering en gewapende oppositiegroepen als de Ahrar al-Sham Islamitische Beweging en Hay’at Tahrir al-Sham het echt menen met verzoening, moeten ze onmiddellijk een einde maken aan deze onwettige praktijken, de nog bestaande belegeringen opheffen en de aanvallen op duizenden burgers over heel Syrië stopzetten”, zegt Philip Luther.

Het rapport is gebaseerd op gesprekken met 134 mensen, die plaatsvonden tussen april en september 2017, onder wie ontheemden die belegeringen en aanvallen doorstonden, humanitaire hulpverleners en experts, journalisten en VN-functionarissen. Amnesty International bekeek ook tientallen video’s en analyseerde satellietbeelden om getuigenverslagen te checken. De mensenrechtenorganisatie verzocht de Syrische en Russische autoriteiten om commentaar te leveren op haar bevindingen, maar ze reageerden niet. Van de Ahrar al-Sham Islamitische Beweging kwam wel een reactie.

Omstandigheden tijdens belegering

Sinds het begin van het gewapende conflict heeft de Syrische regering verschillende gebieden belegerd waar burgers wonen. Via lokale “verzoeningsakkoorden” kwam deels of volledig een einde aan sommige belegeringen. Vandaag zijn er nog steeds gebieden in Syrië die belegerd worden door de overheid en gewapende oppositie.

Bij de belegeringen wordt uithongering als oorlogstactiek ingezet. De toegang tot basisbenodigdheden, zoals voedsel, water, medicijnen, elektriciteit, brandstof en communicatie, wordt geblokkeerd of naar willekeur beperkt. Toegang tot de belegerde zones voor hulporganisaties wordt gehinderd.

De gevolgen van de belegeringen zijn vernietigend. Mensen sterven van de honger of aan aandoeningen die in normale omstandigheden behandeld kunnen worden. Een voormalige arts in Daraya vertelde Amnesty International: “Als iemand zich aanmeldde met nierfalen, konden we niets doen, want we hadden geen dialysemachines. We zagen de patiënten voor onze ogen doodgaan en waren machteloos.”

Moeders die tijdens het beleg bevielen, vertelden Amnesty International dat hun baby’s leden onder het gebrek aan borstvoeding en babymelkpoeder. Een 30-jarige moeder uit Daraya, die was bevallen in maart 2016, zegt dat haar dochtertje klein en zwak was bij de geboorte. “Ik gaf borstvoeding, maar niet genoeg; mijn baby was heel broos en ik kon niets doen. We hadden geen alternatieven dus weende ze veel en ik kon niets doen… Hoe kan iemand die net bevallen is en borstvoeding geeft, overleven op soep alleen?” Andere vrouwen lieten gelijkluidende getuigenissen optekenen.

De Syrische regering en gewapende oppositiegroepen beperkten en blokkeerden de toegang tot humanitaire en medische hulpgoederen die cruciaal waren om te overleven, vooral wanneer mensen de gestegen prijzen van goederen en geneesmiddelen niet langer konden betalen. Ze moesten daardoor overleven met één maaltijd per dag.

Een moeder van drie kinderen, die daarnaast als enige ook moest instaan voor haar kleinzoon, nadat zijn beide ouders in 2015 waren omgekomen bij twee aanvallen in de stad Aleppo, vertelde Amnesty International: “Het beleg was verschrikkelijk voor mensen zonder inkomen, zoals mijn familie. De humanitaire hulporganisaties konden hun werk niet voortzetten vanwege de meedogenloze aanvallen, onder meer op hun opslagplaatsen… Het was erg lastig om aan de basisbehoeften van kinderen te voldoen, door het gebrek aan luiers en melk. De prijs van groenten was zo hoog dat ik me die onmogelijk kon veroorloven. Het beleg trof mij minder dan de kinderen. Mijn kleinzoon van bijna twee jaar moest het stellen zonder babymelk en andere noodzakelijke voedingsstoffen: ik kon ze ofwel niet betalen ofwel zaten de hulporganisaties zonder.”

De Syrische regering en met haar samenwerkende milities vernietigden in Daraya en Madaya lokale voedselvoorraden door landbouwgronden in brand te steken. Amnesty International analyseerde satellietbeelden waaruit blijkt dat de landbouwproductie met de jaren enorm is afgenomen en dat er rond Daraya duidelijk een dode zone is.

“De regering en de Hezbollah-eenheden verbrandden de landbouwgronden als een vorm van bestraffing, ook al konden we ze niet bereiken”, zei een voormalige leraar in Madaya.

Bewijsmateriaal toont ook dat gewapende oppositiegroepen, vooral Hay’at Tahrir al-Sham en de Aharar al-Sham Islamitische Beweging, de plaatsen Kefraya en Foua onwettig belegerden, humanitaire hulp beperkten en in beslag namen en landbouwvelden bombardeerden.

Genadeloze aanvallen op burgers

De belegeringen zorgden en zorgen nog steeds voor een immens lijden bij de bevolking, maar daarbovenop  zijn er ook nog eens de gerichte aanvallen op burgers en burgerdoelwitten in de belegerde gebieden.

Burgers vertelden aan Amnesty dat regeringstroepen hun aanvallen verhevigden kort voor ze werden verdreven uit hun huizen, om zo de overgave van deze gebieden te versnellen. De Syrische regering voerde het offensief tegen al-Waer op 7 februari 2017 op en een maand later was de overgave een feit. Het enige ziekenhuis in Daraya werd, kort voor de stad werd ontvolkt, verschillende keren aangevallen en in brand gestoken zodat het onbruikbaar was.

Voor de bewoners van oostelijk Aleppo werd het ergste lijden veroorzaakt door de meedogenloze en onwettige luchtaanvallen uitgevoerd door de Syrische en Russische troepen. Burgers, huizen en ziekenhuizen werden bewust onder vuur genomen en hele buurten met bombardementen en granaten bestookt, waarbij ook internationaal verboden clustermunitie, bomvaten en brandbommen werden ingezet.

“Het duurt maanden voor je door uithongering sterft. De luchtaanvallen waren een ander verhaal. Een kleine bomscherf kan je in een fractie van een seconde doden. Niemand was beschermd tegen de luchtaanvallen en de bommen. Burgers, rebellen, gebouwen, auto’s, bruggen, bomen, tuinen,… het waren allemaal doelwitten”, vertelde een inwoner van Aleppo aan Amnesty International.

Het rapport behandelt tien aanvallen op burgerzones in de stad Aleppo tussen juli en december 2016. Uit analyse van satellietbeelden blijkt dat de aanvallen werden uitgevoerd ver verwijderd van de frontlijnen en zonder duidelijk militaire doelwitten in de omgeving. Honderden gebouwen werden getroffen, waaronder woonhuizen, een markt en ziekenhuizen.

Gewapende oppositiegroepen doodden en verwondden ook honderden burgers toen zij lukraak de belegerde steden Kefraya en Foua bestookten. Ze gebruikten daarbij explosiewapens met een grote impactradius. Deze aanvallen waren in veel gevallen oorlogsmisdaden.

“We waren bang om onze twee kinderen naar school te sturen vanwege de beschietingen maar ook door de sluipschutters die de kinderen onder vuur namen als ze hen, gekleed in hun blauwe uniformen, naar school zagen gaan. We vonden manieren om de kinderen veilig op school te krijgen, maar het bleef gevaarlijk want de beschietingen waren onvoorspelbaar”, vertelde een voormalige taxichauffeur uit Kefraya aan Amnesty International.

Gedwongen migratie

In Daraya, al-Waer, het oosten van de stad Aleppo, Kefraya en Foua waren duizenden mensen die door de belegering in de val zaten, uiteindelijk door de verzoeningsakkoorden gedwongen hun huizen achter te laten.

Een advocaat uit Aleppo beschreef de laatste dagen van de belegering voor een akkoord werd bereikt: “De laatste tien dagen voor de evacuatie waren een nachtmerrie. De hoeveelheid bommen was een duidelijk signaal dat de regering ons weg wilde… en de bombardementen in de laatste vijf maanden evenaarden de voorbije vijf jaar van lucht- en grondaanvallen… Dat volstond voor mij om weg te willen. Hoe kun je daar als burger trouwens blijven, zonder infrastructuur, ziekenhuizen, elektriciteit of water? De regering was erop uit alles te vernietigen en niets overeind te laten wat ons zou kunnen doen blijven.”

Een man die deel uitmaakte van het onderhandelingscomité in Daraya vertelde Amnesty International hoe de lokale verzoeningsdeal tot stand kwam: “Het regime bood een bestand of een regeling aan en bleef militair druk uitoefenen om onze instemming af te dwingen. Dat was het concept. Nadat we een aanbod hadden ontvangen van de bemiddelaars, was er de volgende dag een militaire escalatie om de mensen angst aan te jagen en hen te doen smeken om een oplossing.”

Het voorbije jaar, vooral sinds april 2017, heeft een deel van de internationale gemeenschap, waaronder de Europese Unie en Rusland, de wens uitgesproken om de heropbouw in Syrië te steunen. Maar het is niet duidelijk welke maatregelen de Syrische regering zal nemen om ervoor te zorgen dat de ontheemden veilig en vrijwillig kunnen terugkeren zodat ze opnieuw in hun huizen kunnen intrekken.

“Nu de internationale aandacht verschuift naar de heropbouw van Syrië doet Amnesty International een oproep tot al wie enige invloed kan uitoefenen, Rusland en China in het bijzonder, om ervoor te zorgen dat elke financiële steun aan gebieden die getroffen werden door gedwongen verhuizingen, gepaard gaat met de eerbiediging van het recht van slachtoffers op de teruggave van hun woningen en het recht op een vrijwillige terugkeer in veiligheid en waardigheid”, besluit Philip Luther.

 

hier niet op duwen