Myanmar: Leger geeft standrechtelijke executies van Rohingya toe

Myanmar: Leger geeft standrechtelijke executies van Rohingya toe

Persbericht

Het leger in Myanmar geeft toe dat veiligheidstroepen en dorpsbewoners tien gevangengenomen Rohingya standrechtelijk hebben omgebracht en begraven in een massagraf bij Inn Din, een dorp in Maungdaw, in de provincie Rakhine.

“Deze gruwelijke bekentenis contrasteert fel met de gewoonte van het leger om elke beschuldiging van wangedrag meteen te ontkennen”, reageert James Gomez van Amnesty International.

“Het is echter nog maar het topje van de ijsberg en het toont aan dat een ernstig onafhankelijk onderzoek gerechtvaardigd is naar andere wreedheden die werden begaan tijdens de campagne van etnische zuivering, die sinds augustus 2017 meer dan 655.000 Rohingya uit Rakhine heeft verdreven.

“Het is ontstellend dat soldaten probeerden buitengerechtelijke executies goed te praten door te zeggen dat ze elders versterking moesten bieden en niet wisten wat ze dan met de gevangenen moesten aanvangen. Dit gedrag geeft blijk van een onbegrijpelijke minachting voor mensenlevens.”

“Onder andere Amnesty International heeft overweldigende bewijzen verzameld dat het leger in dorpen en gehuchten over heel  het noorden van Rakhine Rohingya heeft vermoord en verkracht en hun dorpen plat heeft gebrand. Dat zijn misdaden tegen de menselijkheid en de verantwoordelijken moeten voor het gerecht worden gedaagd.”

“De volle draagwijdte van de gewelddaden en misdaden tegen de Rohingya en andere etnische minderheden zal pas bekend raken als de VN-onderzoeksmissie en andere onafhankelijke waarnemers onbelemmerd toegang krijgen tot Myanmar, en de provincie Rakhine in het bijzonder.”

Achtergrond

Het leger van Myanmar heeft eerder geprobeerd zijn rol in de misdaden tegen de mensheid tegen de Rohingya in het noorden van Rakhine te vergoelijken.

Research van Amnesty International bracht aan het licht dat veiligheidstroepen in Myanmar sinds eind augustus 2017 een gerichte geweldcampagne hebben gevoerd tegen de Rohingya-bevolking, onder meer door op grote schaal vrouwen, mannen en kinderen te vermoorden, Rohingya-vrouwen en -meisjes te verkrachten of aan ander seksueel geweld te onderwerpen, landmijnen te leggen en hele Rohingya-dorpen plat te branden. Al dat geweld vond plaats in de context van een langdurig, door de staat gesteund apartheidsregime tegen de Rohingya.

Satellietbeelden van Inn Din, die Amnesty International analyseerde, tonen duidelijk hoe een gebied waar Rohingya-huizen stonden door branden werd verwoest, terwijl niet-Rohingya-zones daarrond onaangeroerd leken.

Het Amnesty-rapport ‘My World is Finished’ uit oktober 2017 bevat de getuigenissen van zeven Rohingya-dorpsbewoners uit Inn Din. Zij beschreven hoe militairen en burgerwachten eind augustus hun dorp dagenlang aanvielen, plunderden, huizen in brand staken en mensen neerschoten die probeerden te vluchten, waarbij ze het blijkbaar speciaal op Rohingya-mannen gemunt hadden. Amnesty heeft niet kunnen vaststellen wat de omvang van het  moordende geweld was.