Het inperken van de vrijheid van meningsuiting is ons toch wel een parlementair debat waard?

Het inperken van de vrijheid van meningsuiting is ons toch wel een parlementair debat waard?

Blog
Auteur: 
Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen

“Wie kan er nu tegen terreurbestrijding zijn?” moet de regering gedacht hebben toen ze de volksvertegenwoordigers vorige week aanmaande tot spoed.

Om met gerust gemoed het reces in te gaan, moet de Kamer onverwijld een aantal wetsontwerpen inzake terreurbestrijding behandelen. Deze week in de bevoegde Commissie stemmen, volgende week in de plenaire stemmen en de kous is af.

Nochtans is terreurbestrijding een zwaarwichtige zaak. Een blik op de slachtofferlijsten van recente aanslagen zegt genoeg. Bovendien wacht ons in de strijd tegen terreur telkens een fundamentele oefening om efficiënt veiligheidsbeleid te laten sporen met respect voor de rechten die we zeggen te willen beschermen. Wetten door een uitbollend parlement jagen, is in deze niet zonder gevaar.

Wettelijkheid, proportionaliteit en noodzakelijkheid

Laat ons er één van de maatregelen uitnemen: de uitbreiding van het toepassingsgebied van het bestaande terroristische misdrijf ‘openbare aanzetting tot het plegen van terroristische misdrijven’. Vandaag is aanzetten tot terreur al strafbaar wanneer er een effectief risico op het plegen van een terroristische daad mee gemoeid is. Door de bijsturing die nu voorligt, is dat niet langer nodig: een risico op een effectieve terreurdaad hoeft niet bewezen te zijn. Er zijn minstens twee goede redenen die maken dat dit een fundamentele beslissing is die niet op een drafje door het parlement zou mogen, maar grondig debat en reflectie verdient.

Ten eerste heeft de wijziging een impact op de vrijheid van meningsuiting. Die kan uiteraard ingeperkt worden – denk aan het strafbaar zijn van oproepen tot haat of geweld – maar het inperken van het zo’n recht moet steeds resultaat zijn van een grondige afweging. Wettelijkheid, proportionaliteit en noodzakelijkheid liggen daarbij in de weegschaal.

Tot nog toe was het verband met een reëel risico op een terreurdaad een belangrijke voorwaarde voor het inperken van onze gekoesterde free speech. Met het wegvallen van die voorwaarde loert mogelijk willekeur om de hoek. In Frankrijk hebben we bijvoorbeeld uitwassen gezien toen mensen die beweerden niet ‘Charlie’ te zijn, daarvoor werden vervolgd. Het inperken van de vrijheid van meningsuiting is ons toch wel een parlementair debat waard?

Strafrecht preventief ingezet

Ten tweede past deze maatregel in een groeiende tendens om strafrecht preventief in te zetten. Traditioneel word je gestraft als je een misdrijf hebt gepleegd of dat hebt geprobeerd. Het is een hoeksteen van onze rechtsstaat om gerechtigheid te laten geschieden, niet in het minst voor de slachtoffers. Wat terreur betreft, kan je echter steeds meer worden gestraft om te voorkomen dat er mogelijk een misdrijf van komt. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, maar hebben we voor beiden dezelfde remedie nodig?

“Laat ons de koelbloedigheid bewaren die zo werd geloofd meteen na de verschrikkelijke aanvallen in Brussel”

De hamvraag is of onze veiligheid hiermee gebaat is. Als een jongere dweept met Anders Breivik of met een IS-vlag komt aanzetten op school, is dat zonder meer alarmerend. Iets anders is of het efficiënt is om hem of haar daarvoor in de cel te gooien. Dat de gevangenis een broeihaard van (verdere) radicalisering is, maakt het niet denkbeeldig dat we daardoor nieuwe veiligheidsrisico’s in het leven roepen. Het parlement moet zich dan ook in alle ernst buigen over de vraag of preventief gebruik van het strafrecht echt het beste instrument is om extremisme en terreurdaden te voorkomen. Oproepen tot terreur is altijd problematisch en potentieel gevaarlijk. We moeten ons dan ook ernstig bezinnen over de manier waarop we zo’n oproepen – en erger – best voorkomen.

Laat ons daarbij de koelbloedigheid bewaren die zo werd geloofd meteen na de verschrikkelijke aanvallen in Brussel. De vaart die nu gemaakt wordt met belangrijke wetsontwerpen zorgt voor slipgevaar voor onze democratie én veiligheid. Amnesty International volgt sinds decennia de strijd van tal van overheden tegen terreur en politiek geweld. Er is één rode draad doorheen de verschillende beproefde methodes: mensenrechten en respect voor de rechtsstaat zijn geen hinderpalen, maar noodzakelijke voorwaarden om effectief en duurzaam tot een oplossing van het probleem te komen.

Dit bericht verscheen eerder in De Morgen

Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen
hier niet op duwen