De Rohingya: wie zijn ze en waarom ontvluchten ze Myanmar?

De Rohingya: wie zijn ze en waarom ontvluchten ze Myanmar?

Blog

De voorbije weken vluchtten zowat 370.000 Rohingya-vluchtelingen uit Myanmar naar Bangladesh. Een gevolg van de onrechtmatige en buitensporige reactie van het leger op aanvallen uitgevoerd door een gewapende Rohingya-groep.

Hieronder geeft Amnesty International achtergrondinformatie over de Rohingya, over de vervolging tegen hen en de humanitaire gevolgen van de huidige crisis.

Een vervolgd volk

De Rohingya vormen een etnische minderheid van ongeveer 1,1 miljoen mensen, overwegend moslims. De meesten van hen wonen in Rakhine, een provincie in het westen van Myanmar, aan de grens met Bangladesh.

Hoewel de Rohingya al generaties lang in Myanmar leven, houdt de regering van Myanmar vol dat zij allemaal illegale immigranten uit Bangladesh zijn. Zij weigert de Rohingya als burgers te erkennen, waardoor de meesten van hen nu effectief staatloos zijn.

Door systematische discriminatie leven ze in armoedige omstandigheden.  Grotendeels leven ze gescheiden van de rest van de bevolking. Ze kunnen zich niet vrij bewegen en hebben maar beperkte toegang tot gezondheidszorg, onderwijs en jobs.

Spanningen tussen de Rohingya en de overwegend boeddhistische meerderheid van de bevolking in Rakhine escaleerden in 2012 in rellen, die tienduizenden mensen - vooral Rohingya - uit hun huizen dreven en in erbarmelijke vluchtelingenkampen deden belanden. De bewoners van die kampen zitten daar vast, afgezonderd van de andere gemeenschappen.

Na dodelijke aanslagen van gewapende Rohingya in oktober 2016 trad het Myanmarese leger hard op tegen de hele Rohingya-gemeenschap. Amnesty International verzamelde gegevens over vergaande mensenrechtenschendingen tegen de Rohingya, waaronder onwettige dodingen, willekeurige arrestaties, verkrachtingen en seksueel geweld op vrouwen en meisjes en brandstichting in meer dan 1200 gebouwen, waaronder scholen en moskeeën. Daden die kunnen worden beschouwd als misdaden tegen de mensheid, concludeerde Amnesty International toen.

Het recente geweld

De recente Rohingya-vluchtelingenstroom naar Bangladesh kwam op gang na de reactie van het Myanmarese leger op een aanval van gewapende Rohingya op posten van de veiligheidstroepen op 25 augustus. De reactie van het leger was onrechtmatig en buiten alle proporties, omdat een hele bevolkingsgroep geviseerd werd als vijand. Getuigen ter plaatse hebben het over gedode burgers en hele dorpen die zijn platgebrand.

Volgens de regering van Myanmar zijn tot nu toe 400 mensen gedood. De meeste dodelijke slachtoffers bestempelt de regering als “terroristen”.
Er zijn ook meldingen van gewelddaden gepleegd door gewapende Rohingya-groepen tegen burgers, onder meer van andere etnische en religieuze minderheden. 

Wie is verantwoordelijk?

Het leger van Myanmar heeft het grootste deel van de recentste wreedheden begaan. Het leger is in aanzienlijke mate onafhankelijk van de burgerregering en kan door burgerlijke rechtbanken niet ter verantwoording worden geroepen. Bevelhebbers uit alle rangen en soldaten dragen daarom verantwoordelijkheid voor misdaden die ze hebben begaan tijdens de huidige crisis.

De militairen hebben een verleden van schendingen van de mensenrechten van Rohingya en andere etnische en religieuze minderheden in Myanmar.

Toch weigert Aung San Suu Kyi, die als Adviseur van de Staat de feitelijke leider van het land is, de getuigenverslagen over militaire misbruiken te erkennen en de gespannen situatie te ontmijnen. Begin september beschuldigde haar dienst hulpverleners in Myanmar ervan steun te verlenen aan de gewapende Rohingya-groep, een beschuldiging die deed vrezen voor hun veiligheid. Ze heeft ook geweigerd gehoor te geven aan de oproepen van de Verenigde Naties (VN) en wereldleiders om in te grijpen en de problemen in Rakhine aan te pakken.

Humanitaire ramp 

Volgens de VN zijn de afgelopen weken al 370.000 Rohingya naar Bangladesh gevlucht. En hun aantal blijft toenemen.

De mensen die in Bangladesh aankomen, zijn gewond, hongerig en getraumatiseerd. Ze hebben dringend nood aan humanitaire hulp, onder meer voedsel, onderdak en medische verzorging. De autoriteiten in Bangladesh vragen dringende internationale bijstand om deze mensen in nood te kunnen helpen.

In Myanmar zelf zijn ongeveer 27.000 mensen van andere etnische minderheden in Rakhine ook ontheemd. Zij krijgen hulp van de Myanmarese overheid.

Die overheid verhindert de VN en andere hulporganisaties duizenden mensen die gestrand zijn in het bergachtige noorden van Rakhine – de meesten Rohingya –te bevoorraden met voedsel, water en medicijnen. 

Een groot aantal Rohingya was voor zijn overleving afhankelijk van humanitaire hulp, zelfs nog voor de recentste uitbraak van geweld. De belemmering van de hulp brengt duizenden mensen verder in gevaar en toont een bot gebrek aan respect voor het menselijk leven.