In het Brazilië van Bolsonaro komen dappere jongeren op voor mensenrechten

In het Brazilië van Bolsonaro komen dappere jongeren op voor mensenrechten

Actueel

Na de verkiezing van Jair Bolsonaro, die een openlijk anti-mensenrechtendiscours hanteert, heerst er een klimaat van angst in Brazilië. Toch zijn er jonge mensen die hiertegen opkomen en hun stem laten horen. Zeven mensenrechtenactivisten vertellen hoe het leven er echt aan toegaat in hun stad Salvador, en hoe zij geweld tegen vrouwen, racisme en homofobie proberen tegen te gaan.
 

“IK LEEF AL SINDS IK KLEIN WAS IN EEN SFEER VAN ANGST” – LIDIANE, 33

Ze zijn er om je te beschermen, maar ze kunnen je op elk moment kwaad doen. Dat is het beeld dat ik van de politie heb, al van toen ik nog een klein meisje was. In mijn jeugd heb ik niets anders gehoord dan geweerschoten. Toen ik opgroeide, besefte ik niet wat zij waren, maar nu weet ik wel hoe dodelijk ze zijn.

Ik woon in een sloppenwijk, en de politie komt vaak langs in mijn gemeenschap. Nooit geven ze iets van informatie of zeggen ze naar wie ze op zoek zijn. Ze vallen gewoon iedereen aan die in hun weg staat. De laatste jaren is de situatie verergerd en daarom stellen we zelf een avondklok in en houden we constant de situatie in de gaten.

Ik leef in een staat van angst sinds ik nog maar een klein meisje was. Dat is heel gewoon in Salvador, Brazilië. Mijn passie om te vechten voor gerechtigheid werd eigenlijk gevoed door die angst. Ik ging naar de universiteit om rechten te studeren. Dat was voor mij een manier om een deel te zijn van het systeem en op die manier iets te kunnen betekenen voor de problemen en behoeftes van de mensen van mijn gemeenschap.

Maar mijn strijd voor gerechtigheid ging niet zonder slag of stoot. Ik ben een zwarte vrouw en daarom beperkt in de kansen die ik krijg. Elke dag sta ik inderdaad voor drie stereotiepe uitdagingen - ik kom uit de sloppenwijk, ik ben een vrouw en ik ben zwart.
 
Lid worden van Amnesty International was een keerpunt. Heel mijn leven ben ik al opgekomen voor mensenrechten en heb ik genderongelijkheid bekritiseerd. Op mijn eerste vergadering kwam ik in contact met mensen die een soortgelijke verhaal konden vertellen. Ze wilden een andere weg inslaan en hun gemeenschappen omvormen.
 
In mijn praktijk van advocaat werk ik momenteel aan twee zaken in mijn gemeenschap en ondersteun ik mensen die het zich financieel niet kunnen veroorloven. Ik wil anderen bewijzen dat we het recht hebben om te dromen en dat het mogelijk is om de hindernissen die we op onze weg tegenkomen, te overwinnen. Misschien zijn we al flink op weg richting een meer dictatoriale staat, maar als we er samen voor gaan denk ik dat we ons kunnen verenigen, weerstand bieden en de koers van dit land wijzigen.
 

“Mijn moeder werd zoveel geslagen” – Nubia, 33

Mijn vader was alcoholist. We leden er allemaal onder. Hij kwam thuis van zijn werk en sloeg mij, mijn moeder en de rest van het gezin. Soms glipten we al heel vroeg weg van huis en zochten dan onderdak bij familie tot mijn vader vertrok naar zijn werk. Hij had een geweer en mijn moeder was bang voor wat hij ermee zou kunnen doen.
 
Ik leerde om ermee om te gaan - ik moest wel. Mijn moeder had niet de kracht om weg te gaan. En aangezien ik de oudste was ging ik het meest confrontatie met mijn vader aan. Ik gooide mij altijd in zo’n gevecht om mijn moeder te beschermen. Ik wilde gewoon niet meemaken dat hij haar hoofd tegen de muur beukte of haar rug brak.
 
Mijn vader stopte ongeveer vier jaar geleden met drinken, maar ik voel dat het allemaal nog geen plaats heb kunnen geven. Ik ben nooit in therapie gegaan en wanneer ik praat over wat ik heb meegemaakt, voel ik nog altijd dezelfde golf van emoties.
 
Ik heb hoop gekregen door op te komen voor andere vrouwen die lijden onder huiselijk geweld. Veel van mijn vriendinnen en buren hebben ook veel last gehad van gendergerelateerd geweld. En daarom is deze zaak zo belangrijk voor mij en wil ik vrouwen sterker maken zodat ze uit dergelijke situaties kunnen ontsnappen.
 
Als lid van de Jeugdgroep van Amnesty International in Salvador besef ik nu dat ik niet alleen ben. Het is van belang om deel uit te maken van iets groter, vooral gezien het huidige klimaat.
 
President Bolsonaro neemt woorden in de mond die indruisen tegen alle mensenrechten. Maar ik blijf hopen dat mensen hun ogen gaan opendoen en gaan zien dat we ook op een andere manier kunnen leven. Wanneer je samenwerkt met anderen, kom je mensen tegen die hetzelfde hebben meegemaakt als jij: dan is iedereen welkom en vertegenwoordigd. Door samen te werken geven we onszelf een stem.
 

“Ik ga iemand worden” – Paulo, 29

Ik ben geboren en groeide op in een dorp op het platteland in Bahia, Brazilië, waar racisme dagelijkse kost was.
 
Mijn ouders zagen in hoe belangrijk opvoeding is. Hoewel we weinig geld hadden, stuurden ze me toch naar een privéschool. Ik was een van de twee zwarte studenten. Ik werd veel beledigd door andere studenten en ook door docenten. Een van de docenten noemde me “zwartje” en op een keer dreigde hij zelfs mij op mijn gezicht te slaan.
 
Ik zag dat de leraar bevooroordeeld was maar ik besloot daarboven te staan. Ik dacht bij mezelf: “Ik ga iemand worden”.
 
Ik studeerde theologie aan de universiteit en later deed ik een Master Genderstudies. Aan de universiteit raakte ik meer en meer betrokken bij jongerenbewegingen, waaronder Amnesty International, en leerde wat mensenrechten zijn.
 
Blijkbaar omdat het lot het zo wilde, ben ik nu leraar aan dezelfde school waar ik leed onder al die discriminatie en vooroordelen. Momenteel werk ik in een project om ervoor te zorgen dat mensenrechteneducatie een kernonderdeel is van het lesprogramma op school, en geef ik nu al les over mensenrechten in mijn eigen klassen.
 
Ook al leven we in een uitdagende tijd, sociale bewegingen worden in Brazilië steeds sterker. Met mensenrechteneducatie wordt er een begin gemaakt aan het veranderen van onze kijk op de wereld. Ik hoop dat alle zaadjes die ik plant, zullen uitgroeien tot iets van betekenis voor de wereld.
 

“Mijn moeder is vermoord door haar ex” – Maira, 32

Toen ik 20 was, werd mijn moeder vermoord door haar ex. Hij kon niet accepteren dat hun relatie voorbij was.
 
Geweld tegen vrouwen is een alledaags gegeven in Brazilië -en wat gebeurde met mijn moeder, overkomt velen. Ik bracht een jaar door in rouw. Het was moeilijk om de kracht te vinden om verder te gaan. Ik dacht dat ik nooit meer zou kunnen lachen. Daarvoor was het altijd mijn moeder en ik geweest -zij was de belangrijkste persoon in mijn leven.
 
In het begin vond ik het lastig om bezig te zijn met onderwerpen als gendergerelateerd geweld en feminisme, aangezien die mij zo nauw aan het hart lagen. Vandaag heb ik meer moed om over die dingen te praten.
 
Ik heb sterkte geput uit andere sterke vrouwen, zoals mijn twee tantes -een van hen is als een tweede moeder voor mij. Zonder hen zou ik niet de vrouw zijn die ik vandaag ben. Zij hebben mij erg gesteund en ze hebben mij een reden gegeven om verder te gaan met mijn leven.
 
Sinds de dood van mijn moeder word ik geraakt door onrecht. Dat gevoel heeft me ertoe aangezet bij de jongerengroep van Amnesty International in Salvador te gaan. Ik zag toen de zin van het leven in en de rijkdom en waarde ervan. Het is geweldig om deel uit te maken van een groep van gelijkgestemde mensen. Zij steunen mijn ideeën en samen zorgen we ervoor dat ze realiteit worden!
 
De eerstvolgende jaren gaan moeilijk worden. Maar er schuilt een innerlijke kracht in ieder van ons en we zullen niet zwijgen. Er is een beweging van eenheid in Brazilië. We geven niet op.
 

“Mijn rechten worden bijna elke dag geschonden” – Jamille, 26

Ik ben al op zoveel grenzen gestuit omdat ik een zwarte vrouw ben … Mijn rechten worden bijna elke dag geschonden. Ik ben student aan de universiteit van Salvador. Ik ben hier om aan diversiteitsquota’s te voldoen, waardoor mensen denken dat ik mijn plaats aan de universiteit niet verdien, terwijl het mijn recht is om hier te zijn. 
 
Maar ik blijf hopen. Het leven in deze maatschappij is elke dag inspirerend voor mij. Ik kan met trots zeggen dat ik mensenrechtenactiviste ben. Het is een manier om mensen nog maar eens duidelijk te maken dat mensenrechten er voor iedereen zijn en dat het aan ons is om ze te verdedigen.
 
Gezien het huidige klimaat ben ik bang dat er niets zal veranderen, maar ik hoop dat we samen aan een wereld kunnen bouwen waarin diversiteit is toegestaan en waar er minder ongelijkheid is. Het is aan ons om zo’n wereld samen te maken.
 

“Ik ben zwart. Ik ben homo. Ik leer anderen wat mensenrechten zijn” – Israel, 28

Mijn verhaal over activisme begint bij wie ik ben en wat ik heb meegemaakt. Ik ben zwart, ik ben homo en ik geef les over mensenrechten. 
 
Salvador is een gevaarlijke plek om in op te groeien, vooral als je jong bent, arm en zwart. De kleur van je huid maakt je heel wat kwetsbaarder voor geweld. Maar voor mij was het ergste dat ik in deze maatschappij moest opgroeien als homo. Mijn familie is door en door Christelijk en ik meende dat ik naar de hel zou gaan als ik hen de waarheid zou vertellen.
 
Toen ik mijn echtgenoot leerde kennen, wist ik dat ik het aan mijn ouders moest vertellen. Eerst zeiden ze nog dat ze er vrede mee hadden. Maar na een week riep mijn moeder dat de “demonen van de homoseksualiteit” het huis moesten verlaten. Ik ben nu al acht jaar samen met mijn echtgenoot en we hebben twee kinderen geadopteerd, maar nog steeds wil mijn familie niets van ons weten.

Halsoverkop werd ik activist. Veel mannen denken dat het niet OK is om homo te zijn, maar ik wil hen leren dat het wel zo is. Daarom leid ik een project in privéscholen, waar ik kinderen lessen geef over pestgedrag, diversiteit, gender, seksualiteit en mensenrechten. Ik ben ook lid van de Jongerengroep van Amnesty International in Salvador.
 
Iedereen in de groep is zo moedig. Ze nemen het op voor iedereen, zonder onderscheid van ras, gender, klas of seksualiteit, en ze vechten voor gerechtigheid.
 
Ik laat mijn stem horen door les te geven - het is de sleutel tot mensenrechten en een manier om de spiraal van geweld te doorbreken. Maar mijn werk bezorgt me toch angst. Mensenrechtenverdedigster Marielle Franco werd doodgeschoten, alleen omdat ze streed voor andermans rechten. Dat zou mij ook kunnen overkomen, maar de strijd gaat verder.
 

“Vind mensen die strijden voor mensenrechten” – Blenda, 24

Salvador heeft de grootste zwarte populatie van Brazilië en toch moet ik nog steeds opboksen tegen racisme.
 
Toen ik 13 jaar oud was, lachten de kinderen op school me uit vanwege mijn haar. Ze gooiden papieren balletjes naar mij en plakten kauwgom in mijn haar. Daardoor groeide ik op met een lage eigenwaarde en veel angsten, en daarvan kreeg ik een depressie.
 
Ik ben al sinds mijn 12de geïnteresseerd in het werk van goede doelen, maar veel van de organisaties waarvoor ik me vrijwillig wou inzetten, pakten nooit racistische kwesties aan. Toen Amnesty International Brazilië de campagne “Black Youth Alive” in Salvador lanceerde, was ik zo blij! Ik kende geen enkele andere ngo’s die dit aanpakten.
 
Ik ben nu al drie jaar als activist. Een van de hoogtepunten voor ons werk is hoe we de ‘Quilombox’ gebruiken. Dat is een doos met mobilisatietools, die bovendien dienst doet als projector. De doos geeft gelegenheid om te praten over mensenrechten via spoken word, dans en hip hop. Ze werd gemaakt door verschillende mensenrechtenactivisten uit heel het land, met steun van Amnesty International. We hebben er ontzettend veel aan omdat we daardoor kunnen leren van andere jonge mensen in Brazilië. Dit zijn de tools die we in Brazilië nodig hebben. De eerstvolgende jaren gaan moeilijk zijn, vooral voor jonge zwarten.
 
Het is belangrijk om mensen te vinden die vechten voor een betere mensenrechtensituatie. Het zijn die mensen die mij geholpen hebben en mij lieten voelen dat ik echt deel uitmaak van een groter geheel.

hier niet op duwen