Rechten van slachtoffers van terreurdaden: nog werk aan de winkel

Rechten van slachtoffers van terreurdaden: nog werk aan de winkel

Blog
Auteur: 
Julie Adyns, beleidsmedewerker bij Amnesty International Vlaanderen

De verschrikkelijke aanslagen van 22 maart 2016 in Zaventem en Maalbeek hebben 32 dodelijke slachtoffers gemaakt. 324 mensen raakten gewond. Burgers bewust tot doelwit maken bij aanslagen kan nooit worden vergoelijkt en is altijd in strijd met de mensenrechten.

Staten hebben uiteraard een preventieve en beschermende taak tegen dergelijk geweld, en de daders moeten vervolgd en berecht worden. Maar als er desondanks aanvallen op burgers gebeuren, is het ook aan de overheid om te zorgen dat de mensenrechten van slachtoffers en nabestaanden niet verder in het gedrang komen. Het internationaal en Europees recht over mensenrechten biedt voor slachtoffers van terreurdaden een aantal belangrijke aanknopingspunten. 

Vorige week heeft het federaal parlement de wet aangenomen die een statuut van nationale solidariteit instelt voor slachtoffers van terreurdaden, een herstelpensioen instelt en voorziet in de terugbetaling van medische kosten. Creëert België hiermee, meer dan een jaar na de aanslagen in Brussel en Zaventem, een sluitend kader voor slachtoffers van terreurdaden? Neen – of toch niet helemaal: vooraleer in België een kader zal bestaan waarin de rechten van slachtoffers van terreurdaden volledig gerespecteerd worden is er nog werk aan de winkel. De regering heeft zich ertoe verbonden om zo snel mogelijk de nodige stappen te nemen en de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie in de praktijk te brengen. 

In deze blogpost lichten we beknopt de juridische situatie van de slachtoffers van terreurdaden in België toe. Welke rechten hebben slachtoffers? Waarop kunnen ze rekenen in België? Wat voorziet de nieuwe wet precies, en wat ontbreekt er nog?

Welke rechten hebben slachtoffers?

  • Staten moeten de status van slachtoffer toekennen aan zowel de rechtstreekse slachtoffers en hun families, als aan de personen die schade geleden hebben bij de hulpverlening. De toekenning van deze status mag niet afhankelijk gesteld worden van de identificatie, vervolging of veroordeling van de daders.
  • Slachtoffers moeten een effectieve schadevergoeding krijgen, en dit binnen een redelijke termijn en via een eenvoudige en gemakkelijk toegankelijke procedure. Hiertoe moet de nodige wet- en regelgeving voorzien worden.
  • Slachtoffers moeten van de staat heldere informatie krijgen over hun rechten, met inbegrip van hun recht op schadevergoeding. Die informatie moet verschaft worden in een taal die het slachtoffer begrijpt.
  • Staten moeten medische en psychologische noodhulpverlening voorzien, en ze moeten er ook voor zorgen dat de nodige voortdurende hulpverlening beschikbaar en toegankelijk is, met inbegrip van medische, psychologische, juridische, sociale en materiële hulp aan zowel de slachtoffers als hun families.
  • Staten moeten de slachtoffers en hun families effectieve toegang geven tot het gerecht, in het bijzonder door informatie, hulp en begeleiding aan te bieden, onder meer om hen te helpen om de kosten te dragen.

Wat doet België voor de slachtoffers?

In België zijn terreurdaden gedekt door de verzekering. De slachtoffers van de aanslagen in Brussel en Zaventem kunnen zich, afhankelijk van hun situatie, wenden tot de verzekeraars van respectievelijk de luchthaven in Zaventem en de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB, hun arbeidsongevallenverzekering, ziekenfondsen en hospitalisatieverzekering. Slachtoffers die niet op een verzekeraar kunnen terugvallen, kunnen terecht bij de Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders. Kort na de aanslagen heeft de regering de voorwaarden voor tussenkomst voor de slachtoffers van terreurdaden versoepeld, de maximale tussenkomst verhoogd, en een speciaal loket ingesteld voor terreurslachtoffers. Na overleg met de verzekeringsmaatschappijen is onder meer een versnelling van de tussenkomst en een verhoging van de morele schadevergoeding overeengekomen.

De regering heeft dus stappen genomen om de slachtoffers van de aanslagen te helpen, maar in de praktijk bleek dit ontoereikend. In de media en in de parlementaire onderzoekscommissie getuigden slachtoffers en nabestaanden dat ze zich in de steek gelaten voelden. Ze gaven aan dat ze zich verloren voelden in het administratieve kluwen; het proces met de verzekeraars bleek moeilijk en traag te verlopen; en intussen werden steeds meer slachtoffers geconfronteerd met hoogoplopende medische en andere kosten, bijkomende stress en psychische problemen. Ook voor de vele buitenlandse slachtoffers was de situatie bijzonder complex.

De aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie

In mei 2017 publiceerde de parlementaire onderzoekscommissie haar aanbevelingen. Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op vier basisprincipes: een snelle erkenning van slachtoffers, onmiddellijke financiële steun, een proactieve en individuele begeleiding, en een gelijkwaardige behandeling van slachtoffers, onafhankelijk van hun nationaliteit of woonplaats.

De Commissie merkte op dat België op 22 maart 2016 voor het eerst geconfronteerd werd met een terreurdaad van deze schaal. Bijgevolg was er op dat moment geen permanente en allesomvattende regeling. Voor de toekomst is het noodzakelijk om een systeem uit te werken van subrogatie tussen de overheid en de verzekeraars. Zo’n systeem houdt in dat de overheid onmiddellijk de schade van de slachtoffers vergoedt, en dit vervolgens kan terugvorderen bij de verzekeringsmaatschappijen. Verder formuleerde de Commissie onder meer de volgende aanbevelingen:

  • De oprichting van een uniek loket, waarbinnen elk slachtoffer een referentiepersoon krijgt toegewezen die hem bijstaat doorheen alle procedures met niet enkel overheidsdiensten, maar ook verzekeraars, mutualiteiten en andere instellingen;
  • De oprichting van een interfederale taskforce waarbinnen alle relevante instanties, verdeeld over de verschillende bevoegdheidsniveaus, vertegenwoordigd zijn, én de slachtofferverenigingen. Deze taskforce moet zich onder meer buigen over de juridische bijstand voor slachtoffers, de vrijstelling van successierechten voor de slachtoffers en andere fiscale maatregelen;
  • Officiële erkenning en financiële ondersteuning van de slachtofferverenigingen;
  • Één enkele expertise moet volstaan om uit te maken of een slachtoffer recht heeft op bepaalde tegemoetkomingen.

Alle aanbevelingen kun je hier raadplegen. Het volledige tussentijds verslag van de onderzoekscommissie vind je hier.

Wat staat er in de nieuwe wet?

De wet die vorige week werd goedgekeurd door het parlement, creëert een statuut van nationale solidariteit voor slachtoffers van terreurdaden. De wet voorziet bovendien een herstelpensioen voor slachtoffers met een minimum invaliditeit van 10% of hun nabestaanden. Dit herstelpensioen is residuair – dit wil zeggen dat andere vergoedingen en tegemoetkomingen in mindering gebracht worden. Daarnaast voorziet de wet in de terugbetaling van medische zorgen.

De slachtofferverenigingen en hun advocaten hadden veel bedenkingen bij het ooorspronkelijke wetsontwerp. De symbolische en morele waarde van een erkenningsstatuut is uiteraard belangrijk, maar de slachtoffers vrezen dat dit residuaire systeem niet tegemoetkomt aan hun belangrijkste bezorgdheden, en ontoereikend is als antwoord op hun vraag om een snelle en volledige schadevergoeding. Ook de oorspronkelijk voorziene toekenningsprocedures waren zwaar en complex. Intussen is de wet zo aangepast dat er een minnelijke procedure mogelijk is, en een beroep kan aangetekend worden bij een gespecialiseerde rechter. 

Bovendien was er oorspronkelijk niet voorzien in een gelijkwaardig systeem voor slachtoffers die niet in België wonen. Dit is bijzonder relevant voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart: volgens minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders waren er onder de slachtoffers meer dan 40 verschillende nationaliteiten. Intussen is verduidelijkt dat de niet-Belgische slachtoffers, indien ze in hun thuisland niet op hulp kunnen rekenen, gelijkwaardige hulp zullen krijgen van de Belgische overheid. Hiertoe moet wel nog een uitvoeringsbesluit worden aangenomen. 

Er is dus nog werk aan de winkel

De regering lijkt zich ervan bewust te zijn dat het werk nog niet af is. Minister van Justitie Koen Geens geeft aan dat er volop werk gemaakt wordt van de uitvoering van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie. De interfederale taskforce is intussen opgericht en aan het werk. Ook de slachtofferverenigingen worden hierbij betrokken. De minister heeft bovendien aangekondigd dat hij dit najaar een nieuw wetsontwerp zal indienen, waarin een regeling zal worden uitgewerkt voor subrogatie, zodat de slachtoffers van terreurdaden in de toekomst zullen kunnen rekenen op een onmiddellijke vergoeding van hun schade door de overheid. De overheid zal die schadevergoeding vervolgens kunnen terugvorderen van de verzekeraars. 

Amnesty International hoopt dat de regering nu snel werk zal maken van een helder, toegankelijk systeem en een snelle vergoeding van de schade. Voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart is het in zeker zin al te laat: zij konden niet rekenen op een onmiddellijke vergoeding van de schade door middel van een heldere en toegankelijke procedure. Maar het is essentieel dat er blijvend en ernstig naar de slachtoffers wordt geluisterd, en dat er op basis van hun ervaringen een degelijk systeem wordt uitgewerkt naar de toekomst toe. Uiteraard in de hoop dat we het nooit nog nodig zullen hebben.