Blind Israëlisch geweld op de Westelijke Jordaanoever

Blind Israëlisch geweld op de Westelijke Jordaanoever

Persbericht

Het Israëlische leger en de politie hebben de voorbije drie jaar bitter weinig respect getoond voor het leven van Palestijnse burgers in de bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever. Bovendien is er voor de vele dodelijke slachtoffers amper gerechtigheid geschied. Dat stelt Amnesty International in een nieuw rapport.

Het rapport Trigger-happy: Israel’s use of excessive force in the West Bank beschrijft hoe Israël sinds januari 2011 meer en meer gebruik maakt van onnodig, willekeurig en bruut geweld tegen Palestijnen. Het bloedvergieten en het aantal mensenrechtenschendingen in de bezette gebieden neemt zichtbaar toe.

In geen enkele van de gevallen die Amnesty onderzocht, leken de gedode Palestijnen een directe en onmiddellijke bedreiging te vormen voor het leven van Israëlische soldaten. In sommige gevallen vond de organisatie zelfs bewijzen voor opzettelijke doodslag, wat zou neerkomen op een oorlogsmisdaad.

“Het rapport legt een onthutsend patroon bloot: Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever worden regelmatig door de Israëlische ordetroepen onrechtmatig verwond en gedood”, stelt Karen Moeskops, directeur van Amnesty International.

“De frequentie en de hardnekkigheid van het onnodig en willekeurig geweld tegen vreedzame betogers sterkt ons vermoeden dat dit deel uitmaakt van een bewust Israëlisch beleid. Zeker als je ook nog eens in rekening brengt dat de daders ongestraft blijven.”

“De frequentie en de hardnekkigheid van het onnodig en willekeurig geweld tegen vreedzame betogers sterkt ons vermoeden dat dit deel uitmaakt van een bewust Israëlisch beleid. Zeker als je ook nog eens in rekening brengt dat de daders ongestraft blijven.”

Doden en gewonden

Amnesty International heeft bewijsmateriaal verzameld over de dood van 22 Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever. Ze stierven allen tijdens het voorbije jaar, waarvan minstens 14 tijdens betogingen. De meesten onder hen waren jonger dan 25. Minstens vier waren kinderen.

Volgens de Verenigde Naties werden in 2013 meer Palestijnen gedood door Israëlische troepen op de Westelijke Jordaanoever dan tijdens de twee voorgaande jaren samen. De afgelopen drie jaar vielen 45 dodelijke slachtoffers.

Onder andere vreedzame betogers, omstanders bij protestacties, mensenrechtenactivisten en journalisten werden gedood of verwond.

Gedurende de laatste drie jaar werden minstens 261 Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, waaronder 67 kinderen, ernstig verwond door kogels van Israëlische ordediensten.

Meer dan 8000 Palestijnse burgers, waaronder zo’n 1500 kinderen – werd beschoten en ernstig verwond op andere manieren, bijvoorbeeld door metalen kogels met rubberen huls of door het buitensporig gebruik van traangas. Het gaat allemaal om feiten die zich voordeden na januari 2011. Sommige slachtoffers bezweken nadien aan hun verwondingen.

Verschillende slachtoffers werden in de rug neergeschoten, wat erop wijst dat ze werden geviseerd terwijl ze probeerden weg te vluchten en dus geen werkelijke dreiging vormden voor het leven van Israëlische ordediensten of andere mensen ter plaatse. In verschillende gevallen hebben goed uitgeruste Israëlische soldaten en/of politiediensten hun toevlucht genomen tot dodelijk geweld om stenengooiende betogers tot bedaren te brengen, met de volstrekt onnodige dood van betogers tot gevolg.

Onderzoek

De Israëlische overheid onderzoekt een aantal dossiers waarbij er sprake is van het onrechtmatig doden van Palestijnse burgers. Meer dan een jaar na de start van het onderzoek werden de bevindingen echter nog steeds niet bekendgemaakt.

“Het huidige Israëlische systeem blijkt compleet ontoereikend. Het is niet onafhankelijk, niet neutraal en mist elke vorm van transparantie. De overheid moet alle gevallen waarbij willekeurig en buitensporig geweld lijkt te zijn gebruikt, onafhankelijk en diepgaand onderzoeken”, aldus Karen Moeskops. “Er moet duidelijk gemaakt worden aan Israëlische soldaten en politie dat ongeoorloofd en willekeurig geweld niet ongestraft zal blijven. Zolang de geweldplegers niet verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden, zal het geweld gewoon doorgaan.”

Protest 

wekelijkse vreedzame protesten in Nabi SalehDe voorbije jaren vormde de Westelijke Jordaanoever steeds vaker het toneel van protestacties tegen de langdurige Israëlische bezetting en het daarmee gepaard gaande repressieve beleid. Dit beleid omvat ondermeer de steeds verder uitdijende illegale Israëlische nederzettingen, de 800 km lange muur, de gedwongen huisuitzettingen van Palestijnse burgers, de vernieling van Palestijnse huizen, de militaire controleposten, het exclusief voorbehouden van wegen voor Israëlische kolonisten en andere maatregelen die de bewegingsvrijheid van Palestijnen in de bezette gebieden aanzienlijk inperken.

De betogingen zijn verder ook gericht tegen de detentie van duizenden Palestijnen, de Israëlische militaire acties in Gaza en het doden of verwonden van burgers bij betogingen of tijdens arrestatiegolven.

Wapentransfers

Amnesty International roept de Israëlische autoriteiten op om het gebruik van dodelijk geweld - waaronder het gebruik van zowel echte als rubberkogels – systematisch af te zweren wanneer dit niet strikt noodzakelijk is om levens te beschermen. Palestijnen hebben het recht om vreedzaam samen te komen en de Israëlische autoriteiten moeten dit recht respecteren.

Amnesty vraagt de Verenigde Staten, de Europese Unie en de voltallige internationale gemeenschap om alle transfers van wapens, munitie en ander daaraan gerelateerd materieel aan Israël op te schorten.

“Zonder druk van de internationale gemeenschap ziet het er niet naar uit dat de situatie snel zal verbeteren”, beseft Karen Moeskops. “Er is al te veel bloed gevloeid. Het stramien van blind geweld en onrecht moet onmiddellijk doorbroken worden. Als de Israëlische overheid wil bewijzen aan de wereld dat ze waarde hecht aan democratische beginselen en mensenrechten, dan moet ze nu een halt toeroepen aan het onrechtmatige en vaak dodelijke geweld.”

Samir Awad

Samir Awad wordt nog naar een hospitaal gebracht, 15 januari 2013, nabij Budrus Samir Awad, een jongen van 16 uit Bodrus, in de buurt van Ramallah, werd in januari vorig jaar doodgeschoten in de buurt van zijn school. Samen met een paar vrienden probeerde hij er te protesteren tegen de door Israël gebouwde 800 kilometer lange muur, die dwars doorheen hun dorp loopt. Samir werd gedood met drie kogels: één in het achterhoofd, één in het been en één in de schouder. Hij werd geveld terwijl hij wegvluchtte van Israëlische soldaten, die zich in een hinderlaag schuilhielden en onverwachts opdoken. Volgens ooggetuigen werd de jongen rechtstreeks in het vizier genomen terwijl hij wegliep.

De zestienjarige Malik Murar was erbij toen zijn vriend Samir werd neergeschoten. Hij vertelde aan Amnesty International: “Eerst schoten ze in zijn been, maar hij slaagde er toch in verder te lopen. Hoe ver kan een gewond kind nog lopen? Ze konden hem zo hebben gearresteerd als ze dat hadden gewild. Maar dat deden ze niet, ze schoten met scherp in zijn rug.”

Amnesty International gelooft dat de dood van Samir mogelijk een geval van buitengerechtelijke executie of moedwillige doodslag is- wat een oorlogsmisdaad is.

“Het is moeilijk te geloven dat een ongewapend kind werkelijk een bedreiging vormt voor een goed uitgeruste soldaat. Israëlische soldaten lijken hier en in andere gevallen roekeloos met scherp te schieten bij het geringste voorval”, stelt Karen Moeskops.

Volgens het internationaal recht moeten politie en soldaten altijd zelfbeheersing aan de dag leggen en zich nooit te buiten gaan aan excessief geweld. Veiligheidsdiensten mogen slechts dodelijk geweld gebruiken als er een dreigend gevaar is voor het eigen leven of dat van anderen. Israël heeft meermaals geweigerd om de interne regels van haar leger en politiemacht in de bezette gebieden openbaar te maken.

Achtergrond

Het gebruik van buitensporig geweld tegen Palestijnse betogers op de Westelijke Jordaanoever door Israëlische soldaten is niet nieuw. Het gaat ten minste terug tot de eerste Intifada in 1987.

In een briefing van september 2013 – 'Shut Up We are the Police': Use of excessive force by the Palestinian Authority in the Occupied West Bank – beschrijft Amnesty International de mensenrechtenschendingen die de Palestijnse autoriteiten begaan tegen Palestijnse betogers op de Westelijke Jordaanoever.

Logo Amnesty International

Amnesty International Vlaanderen vzw
Goffartstraat 32
1050 Brussel



Ingang en onthaal:
Waversesteenweg 169
1050 Brussel
T: +32 2 669 37 37
[email protected]
Rek. nr. BE11 5230 8012 9048
Ondernemingsnr. BE 0418.308.243