Verkiezingsverslag uit de Democratische Republiek Congo

Verkiezingsverslag uit de Democratische Republiek Congo

Uit de beweging

Eén van de leden van het landenteam Grote Meren woonde in de zomer van 2006 in de DRC de presidentsverkiezingen bij als internationale waarnemer. Dit is haar verslag.

Vakantietijd, komkommertijd? Dat was alleszins niet het geval voor wat het nieuws uit Congo betrof. Ook al hield de hele wereld op dat moment zijn adem in voor wat er zich afspeelde in Libanon, ook in Congo stond er deze zomer heel wat op het spel. Voor het eerst stonden miljoenen Congolezen in de rij om democratisch hun stem uit te brengen: een belangrijke stap in de richting van een ander en hopelijk beter Congo. Het is misschien ‘maar’ een stap, maar ééntje die je naar ’t schijnt wel eerst moet leren zetten, vooraleer je kan gaan lopen…

Het stond zo vastgelegd: de oorlog die eindigde in 2003 werd afgesloten met het installeren van een overgangsperiode, die dan op haar beurt moest uitmonden in democratische verkiezingen. Maar hoe begin je in godsnaam aan de organisatie van een stembusgang in een land tachtig keer zo groot als België, met verwaarloosbare en verwaarloosde wegen, met zowel dichtbevolkte steden als kleine dorpjes verspreid in het immense landschap, met een hoge graad van ongeletterdheid, met een bevolking waarbij voor het merendeel elke dag een overlevingstrijd is, in een land dat geen staat kent, geen middelen heeft, virtueel eigenlijk failliet is en bovenal nog nooit eerder in zijn bestaan democratische verkiezingen georganiseerd heeft? Je zou er moedeloos van worden, niet? De realiteit van de laatste maanden hebben het tegendeel bewezen; enerzijds dankzij de broodnodige financiële ondersteuning uit het Westen, die beseffen dat een stabiel Congo noodzakelijk is in de regio van de Grote Meren, maar anderzijds ook en vooral dankzij de wil van de Congolezen zelf.

Nadat ik in 2005 de verkiezingen in buurland Burundi van nabij heb kunnen volgen (ik was er voor Broederlijk Delen aan de slag bij één van hun lokale partners), was het kunnen meegaan als internationaal waarnemer voor de verkiezingen in Congo een ervaring die ik niet wilde laten liggen. Als uitvalsbasis kreeg ik Lubumbashi toegewezen, maar de verkiezingen zelf heb ik in het binnenland waargenomen: Kapolowe, een dorp op zo een 100 km van de hoofdstad van Katanga. Wegens professionele reden ben ik enkel getuige geweest van de eerste ronde, die zoals u wel weet zijn vervolg kreeg in oktober, met dan op 6 december Kabila Kabange die het als grote overwinnaar tot democratisch verkozen president schopte. Tijdens die eerste rond werd naast de president ook een parlement verkozen.

Eind juli vertrok ik met een ploeg Belgen die zich samen sterk hadden gemaakt in de coalitie van Belgische ngo’s “Congo wil stemmen/Le Congo veut voter” en die zelf opging in de koepel van Europese ngo’s, EURAC.  De meerwaarde van onze missie in vergelijking met die van de waarnemers van de Europese Unie en de Belgische parlementariërs was de nauwe samenwerking van EURAC met CDCE, de koepel van Congolese ngo’s die nationale waarnemers opgeleid hadden die het hele verkiezingsproces van nabij zouden volgen. Door deze samenwerking konden we er onder meer voor zorgen dat de bevindingen van die plaatselijke waarnemers ook een internationale impact kregen. Want elke waarnemer telt, zeker in land dat de democratie nog moet ontdekken. Via een sms-systeem konden we immers snel en efficiënt de observaties vanuit eender welk deel van dit immense land doorgeven aan een centrale in Kinshasa, indien onze mobieltjes ontvangst hadden wel te verstaan. Op die manier konden we samen met de Congolezen ervoor zorgen dat dit “hun” verkiezingen werden en dat ze snel met een perscommuniqué naar buiten konden komen. Voor ons was het dan weer interessant beroep te kunnen doen op hun kennis van de lokale gemeenschap en hun contacten om goed werk te kunnen leveren. De Congolese partner waarmee ik nauw samenwerkte, was een lokale mensenrechtenorganisatie en partner van Broederlijk Delen. Dankzij hen was ik op korte tijd in staat zicht te krijgen op de verkiezingscampagne in en om Lubumbashi.

Organisatorisch is er heel wat bij komen kijken, om het woord logistieke nachtmerrie niet in de mond te hoeven nemen. In Congo staat niemand geregistreerd en draagt niemand recente identiteitspapieren bij zich. De eerste grote uitdaging, die maanden in beslag nam, was dan ook de registratie van “de Congolees”. Maar wie is die Congolees in een land waar het verleden gezorgd heeft voor een stroom van vluchtelingen zowel in als uit dit immense gebied, waar men zelfs niet weet hoeveel mensen er wonen? Men heeft het traag maar zeker gedaan. Dit proces was al even achter de rug toen wij voet op Congolese bodem zetten. Eens aangekomen in Lubumbahsi werd algauw duidelijk dat de meeste mensen maar één dingen wilden: verkiezingen! De Congolezen zijn het moe, al dat geweld. En verkiezingen kunnen synoniem zijn voor verandering en hopelijk ook voor verbetering. De verwachtingen waren en zijn zeer groot.

Als je het straatbeeld bekeek in deze Katangese stad, bleek algauw dat Kabila de grote favoriet was. Overal zag je zijn affiches prijken op enorme uithangborden en de mensen liepen gehuld in Kabila-outfits, van petjes tot pagnes en T-shirts. In Congolese termen wilde dit echter niet veel zeggen: waarom immers niet een Kabila-shirt dragen als je er gratis mee op de bus kan, om dan morgen een zak bonen aan te nemen van een andere kandidaat. Bovendien was die opvallende Kabila-propaganda ook niet geheel vreemd, door de roost die hij in deze regio heeft. Bovendien beschikte hij als zittend president over net iets meer financiële middelen dan de andere kandidaten. Zeker de vrouwen die het presidentszitje in de wacht wilden slepen, bleven onderbelicht in de campagne. Hier en daar plakte hun A4-tje tegen een boom. De andere twee opvallende kandidaten in Lubumbashi waren Bemba en Pay-Pay, die een stevige etnische basis heeft in Oost-Congo.

Algemeen heerste er in Katanga een gespannen, maar vooral uitgelaten en verwachtingsvolle sfeer in de straten, dit in tegenstelling tot de tweede ronde in oktober, toen de feestvreugde van juli serieus was getemperd: de typische overvolle transportbusjes met enthousiast fluitende en zingende mensen, de ‘groten’ die passeerden om het volk met weinig overtuigende speeches aan hun kant te krijgen, politie in het straatbeeld om deze enthousiaste menigte in de juiste banen te leiden. Bovendien hield men zich quasi voorbeeldig aan de voorgeschreven regels, zoals het respecteren van de einddatum van de campagne, 48 u voor de uiteindelijke stembusgang. De laatste dagen voor de verkiezingen steeg de verkiezingskoorts nog met enkele graden. We hoorden dat in andere streken zoals rond de hoofdstad en in Mbuji-Mayi de zaken dreigden uit de hand te lopen, maar in Lubumbahsi bleef alles betrekkelijk rustig. Het kon echter nog alle kanten opgaan. "Dimanche, ça sera la surprise".

Als blanke observatoren werden we wel geviseerd. Het kostte ons heel wat moeite om onze neutraliteit te verdedigen of om te beklemtoonden dat we deel uit maakten van de "société civile" en geen delegaties waren van regeringen of de Europese Commissie. Een blanke was er voor menig Congolees immers enkel om er voor te zorgen dat Kabila in het zadel bleef. "Als Kabila wint, dan verbranden we jullie levend!" Dit hadden we te danken aan Louis Michel die net iets te nadrukkelijk zijn voorkeur had te kennen gegeven. Samen met de plaatselijke Congolese ngo’s hebben we echter getracht een duidelijk signaal van neutraliteit te geven. C’est le Congo qui veut voter! Onze aanwezigheid was er enkel om dit proces in een positieve en democratische richting te sturen. Welke richting dit zou zijn, dat was aan de Congolezen om dit uit te maken. Op enkele kleine incidenten na, hebben ze de westerse delegaties dan ook al bij al rustig hun werk laten doen. Alleen de straat op gaan zat er voor ons echter niet in. Wantrouwen ten opzichte van het Westen bleef er wel een constante.

Ondertussen werd er nog volop gesensibiliseerd. Want wat is dat, democratisch stemmen? In workshops leerde het Congolese volk alles over het belang van verkiezingen, de verschillen tussen een democratie en een dictatuur, het profiel van de verscheiden kandidaten, hoe je een stembulletin invult, het recht op geheim stemmen, dat er geen militairen in het kieslokaal aanwezig mogen zijn, dat je beter stemt voor een politicus met een plan dan voor iemand die T-shirts uitdeelt… Ontelbare plaatselijk ngo’s hebben alles op alles gezet om de bevolking te informeren en te sensibiliseren. Maar in zo een immens land, met bovendien een zeer slechte bereikbaarheid van de verschillende dorpen, waar de middelen zeer beperkt zijn, hoe bereik je dan zoveel mogelijk mensen met je boodschap? Men hanteerde de tactiek van vermenigvuldiging: vorm een groep formateurs en laat hen elk op hun beurt hun kennis doorgeven aan hun achterban of regio.

Deze hele sensibiliseringscampagne bleek enkele dagen voor de verkiezingen nog in volle gang te zijn en bovendien vrij mager uit te vallen. Niet dat ik de pogingen van de lokale ngo’s om zoveel mogelijk volk te informeren wil te niet doen, maar op de dag van de verkiezingen zou blijken dat die inzet duidelijk niet voldoende was.

Zelf kregen we samen met onze Congolese partners ook nog volop opleidingen over hoe de dag zelf zou verlopen, hoe we de informatie moesten doorspelen, waarop we moesten letten, etc. Dit vormde het sluitstuk van voorbereidingen die enkele maanden voordien in België reeds gestart waren. Anderzijds bleven er voor ons ontelbare vragen onbeantwoord, waar men ons het antwoord ook schuldig op moest blijven. Niemand wist hoe het zou aflopen. Soms moesten ook wij als waarnemers improviseren, maar dat is Congo: chaos alom, maar op het einde vallen de zaken meestal wel op zijn pootjes. Ook deze keer bleek het niet anders te zijn.

Een tweetal dagen voor 30 juli, dé grote dag, vertrok ik samen met een ploeg van drie Congolezen verbonden aan het centrum voor mensenrechten, richting Kapolowe. Een ‘rustige’ reis langsheen de stoffige wegen die je het binnenland in hobbelen. ’s Avonds laat kwamen we toe in het enige plaatselijke hotelletje van dit plattelandsdorp. Iemand probeerde mijn collega’s nog te overtuigen van zijn kwaliteiten als kandidaat voor het parlement, ook al was de campagne reeds officieel afgesloten en liep het verbod op nog verdere publiciteitsstunts. Toen de man doorhad met wie hij te maken had, droop hij vlug af. Na een slapeloze en vooral erg korte nacht met kakkerlakken en muggen als gezelschap, was ik om 4u ’s ochtends, na een douche-emmer ijskoud water, uit de veren. Aangezien het kiescentrum waar wij zouden waarnemen nog een eindje verder het binnenland in was en de stembusgang reeds om 6u van start ging, moesten we reeds vroeg op pad. Het was nog donker en oppassen geblazen, want we waren lang niet de enige op de weg: massa’s mensen waren immers al te voet of per fiets op weg naar het juiste stemlokaal. In Kapolowe was de opkomst dan ook meer dan 80%.

De laatste voorbereidingen werden er getroffen. Ik werd als enige westerling met veel enthousiasme en respect onthaald. Van wantrouwen was niet zo heel veel meer te merken. Het was menens deze keer: ze gingen stemmen voor een nieuwe toekomst! Stipt om zes uur gingen dan ook in alle kalmte de stemlokalen open en onder applaus werden de lege stemurnen verzegeld. Een menigte stond reeds uren geduldig in de rij te wachten op hun beurt. Hier en daar brachten verkopers van beignets en fruit hun waren reeds aan de wachtende man.

Met kant-en-klaar pakketten die per vrachtwagen en per boot verspreid waren over het hele land, had men de schoollokalen omgetoverd tot stembureaus met hokjes en urnen in karton. Per bureau stond er een opgeleide ploeg ter beschikking, waarbij iedereen een duidelijke verantwoordelijkheid had om de stembusgang zo vlot en transparant mogelijk te laten verlopen. Op heel wat plaatsen diende met hand en tand te worden uitgelegd wat er nu juist van de mensen verwacht werd. Het bleek duidelijk dat de sensibiliseringscampagnes allesbehalve tot het verre binnenland waren doorgedrongen. Zeker vrouwen en oudere mannen hadden heel wat moeite om hun stem uit te brengen op de enorme vellen papier vol foto’s van de kandidaten, die door hun veelheid op een heus telefoonboek begonnen te lijken. Soms ging iemand mee in het stemhokje om de mamans te helpen met stemmen. Die hulp was de ene keer al oprechter dan de andere keer, en in die gevallen was onze waakzaamheid dan ook geboden. Ze konden kiezen of ze met balpen of met inkt hun stem uitbrachten. Nadien moest het papier dubbel gevouwen worden om in de stembus te passen, wat ook geen eenvoudige opdracht bleek. Heel wat vrouwen slaagden er niet in, maar voor elk probleem bestaat een passende oplossing: “Vouw het zoals je je pagne vouwt”, en niemand had er nog moeite mee.

Alleen diegene die met inkt hadden gestemd bestempelden bij het moeizame vouwwerk het hele biljet, wat bij de telling dan weer voor problemen kon zorgen. Anderzijds bleek ook dat velen het gewoonweg niet begrepen hadden wat er juist verwacht werd door het hoge aantal blanco stembiljetten die we achteraf hebben geteld. Maar met engelengeduld bleef men in het merendeel van de bureaus begrip opbrengen voor de maman die nooit naar school is kunnen gaan, en de oude man die niet weet hoe een balpen vast te houden. Maar toch, onderschat ook niet de wil van deze mensen om hun land te veranderen, om hun stem uit te brengen. Het gebrek aan sensibilisering en informatie valt zeker niet te verklaren door een gebrek aan interesse, maar vooral door een te weinig aan financiële middelen, mankracht, bereikbaarheid van de wegen en de algemene ongeletterdheid in dit straatarme land. Dit maakte het voeren van een informatiecampagne er niet eenvoudiger op. Meteen werden ook de grote noden van dit land nogmaals pijnlijk duidelijk: de scholingsgraad van de Congolezen moet een prioriteit worden bij de heropbouw van dit Afrikaanse land, evenals de heraanleg van een wegennet.

De mensen hadden elf uren de tijd om hun stem voor hun toekomstige president en parlement uit te brengen. Om 17u werden de stembureaus onherroepelijk gesloten en omgebouwd tot telbureaus. De voorzitter en bijzitters hadden er, net als de nationale en internationale waarnemers, al een lange werkdag op zitten, veelal zonder eten of drinken, en wetende dat onze taak er nog lang niet opzat. De telling verliep vanaf 18u bij kaarslicht, want elektriciteit is een zeldzaam goed op het Congolese platteland. Daardoor verliep alles zeer moeizaam en duurde het tellen vaak tot in de vroege uurtjes. Honger, dorst en vermoeidheid weerhielden hen er niet van hun taak tot een goed einde te brengen, ook al diende er meermaals herteld te worden. Al snel werd in Kapalowe, en later zo bleek in grote delen van Katanga, dat Kabila monsterscores haalde, terwijl zijn latere rivaal Bemba er nauwelijks aan te pas leek te komen.

Rond 2 uur in de ochtend konden we afronden. Het was te laat en te gevaarlijk om nog terug te keren naar het hotel, waardoor we de ijskoude nacht in onze jeep doorbrachten. Met drie Congolezen, een Vlaamse en vier knorrende magen, hebben we nog nooit zoveel gelachen, al was het soms wat groen. In de verte klonken immers schoten, die achteraf niets bleken te maken hebben met de verkiezingen, maar dat weet je op zo’n momenten niet.

Bij daglicht en nadat we er eindelijk in geslaagd waren onze platte band te herstellen en nog voldoende brandstof vonden om onze terugreis in te zetten, begon de vermoeidheid zijn tol te eisen. Eens terug in Lubumbashi hebben we samen met andere waarnemers het tel- en registratieproces proberen volgen in het verzamelpunt van de Katangese hoofdstad. Met mondjesmaat stroomden de getelde biljetten toe vanuit de hele regio. Grote chaos, maar beetje per beetje slaagde men er in vooruitgang te boeken en na dubbele controles de gegevens in computers te registreren. Een zestal laptops voor de registratie van duizenden bureaus. We hielden bovendien onze harten vast: hoe lang gaan deze mensen, zonder eten of drinken, bijna zonder pauze en zonder al een dollar te hebben gezien, dit monnikenwerk nog volhouden? In enkele bureaus zijn dan ook stakingen uitgebroken, maar al bij al werd het werk verder gezet.

Een week na de verkiezingen hebben wij de aftocht geblazen richting België. Onze missie was er één van middellange termijn, maar we werden verzekerd van verdere opvolging door andere internationale en nationale waarnemers die langer ter plekke bleven. De Congolezen zelf hadden nog hopen werk voor de boeg. Een uitslag verwachtte men niet binnen de eerste weken, zei men zuchtend, tellend en hertellend.

Maar desalniettemin de onregelmatigheden en moeilijkheden kunnen we spreken van geslaagde verkiezingen. Het zou al te eenvoudig zijn ze om die redenen als ongeldig of niet democratisch af te wimpelen. Meer dan 8000 waarnemers van ngo’s verzamelden gegevens en het was duidelijk: felicitaties aan het Congolese volk! Als waarnemers, zowel de nationale als de internationale, kregen we op transparante wijze toegang tot het ganse proces, van stemmen tot tellen en registreren.

Ondanks de problemen van eind augustus, toen duidelijk werd dat de rivalen Bemba en Kabila het nogmaals tegen elkaar zouden moeten opnemen in een eindspurt naar de overwinning, zijn ook de verkiezingen in de tweede ronde over het algemeen vlot verlopen. Sinds 6 december is het officieel: de Democratische Republiek Congo heeft nu ook een democratisch verkozen president. Met zijn aantreden begint het eigenlijke werk en de uidagingen zijn nauwelijks te overzien: het aanpakken van de ongeletterdheid door een algemeen toegankelijk onderwijs te voorzien, een staat creëren met een succesvolle hervorming van het leger, een einde maken aan de corruptie en de straffeloosheid die dit land in zijn greep houdt, zorgen voor basisbehoeften zoals gezondheidszorg en drinkbaar water, oplossingen zoeken voor de exploitatie van natuurlijke rijkdommen die momenteel de gewone Congolees niet ten goede komt, oog hebben voor duurzame ontwikkeling want het evenaarswoud is ook in dit ontwikkelingsland bedreigd, … en niet te vergeten: de chronische onveiligheid van de Kivustreek aanpakken. In het Oosten van Congo blijft de oorlog aanslepen, al is er nu weer nieuwe hoop sinds de rebel Nkunda besloten heeft zijn mannen te laten aansluiten bij het regeringsleger, al moet de man nog de daad bij het woord voegen.

Moeten en mogen we nu alle heil verwachten uit de hoek van president Kabila? Uiteraard ligt de verantwoordelijkheid niet bij hem alleen. Ook regering, parlement en de provinciaal verkozenen zullen hun stem moeten bewijzen. In het kamp van Bemba ligt de opdracht om waardig oppositie te voeren. Bij Kabila ligt de uitdaging om hem die ruimte te laten. En uiteraard moeten deze verkiezingen uitmonden in stabiliteit in de regio, anders zijn ze van weinig betekenis geweest. Je mag daarbij de verkiezingen ook niet te veel door een westerse bril bekijken. Besef dat voor heel wat Congolezen de strijd om te overleven al meer dan genoeg energie vraagt, wat niet wilzeggen dat ze geen verkiezingen zouden willen. Integendeel, maar democratie is in vele ogen in de eerste plaats een stukje grond om in hun eigen bestaansmiddelen te kunnen voorzien, en op de lokale markt hun producten kwijt te geraken.

Daarnaast zijn ook middelen nodig, veel middelen. België kan hier een rol spelen, maar moet wel eisen stellen op vlak van transparantie en goed bestuur. Marc Herman Olivier van Broederlijk Delen wees er trouwens terecht op dat België ook moet kordaat durven optreden tegen de buurlanden van Congo, in het bijzonder Oeganda en Rwanda. Netwerken uit deze landen spelen een belangrijke rol in de wapentrafieken en de plundering van de natuurlijke rijkdommen, die de onveiligheid in het Oosten in stand houden en de stabiliteit van het hele land hypothekeren. Bovendien dient de rol en de verantwoordelijkheid van België en andere westerse landen verder te gaan dan geld geven. Ook inzake de posities die ze innemen ten opzichte van westerse bedrijven die instaan voor de exploitatie van de mijnen, moeten westerse landen bewijzen dat het menens is.

In Rwanda heerst een stille dictatuur. In Burundi hebben de succesvolle verkiezingen van 2005 nog niet echt bewezen dat een democratie in volle aantocht is. Mensenrechten worden er bijvoorbeeld ernstig geschonden en oppositie voeren wordt er zo goed als onmogelijk gemaakt. Het moge duidelijk zijn: “een democratie” installeren is niet een werkje van vandaag op morgen, nog minder iets dat je met geweld kan gaan opdringen. Er moet zoveel veranderen op zoveel vlakken. Om wederom moedeloos van te worden? Als het afhangt van één van mijn Congolese vrienden, die afgelopen zaterdag in Bukavu in Zuid-Kivu in het huwelijksbootje stapte, alvast niet: “Wanhopen? Griet, dat staat niet toch niet in onze woordenboek!”

Griet Ysewyn
Waarnemer eerste ronde presidentsverkiezingen RDCongo
Koepel “Congo wil stemmen/Le Congo veut voter” en EURAC
Juli 2006

Gepubliceerd in 'HERMES', vaktijdschrift Geschiedenis, 2007