ROEP CYPRUS OP OM AHMED TE HERENIGEN MET ZIJN FAMILIE (UPDATE: Ahmed H is vrij!)

ROEP CYPRUS OP OM AHMED TE HERENIGEN MET ZIJN FAMILIE (UPDATE: Ahmed H is vrij!)

In augustus 2015 nam Ahmed H. tijdelijk afscheid van zijn vrouw en twee dochters op Cyprus om zijn bejaarde ouders en zes andere familieleden te helpen het conflict in Syrië te ontvluchten en veiligheid te vinden in Europa. Dat deed hij omdat hij wou dat zijn geliefden, net als hij, veilig zouden zijn. Hij werd in september 2015 gearresteerd en zat drie jaar lang in de cel na een onrechtvaardige veroordeling. Hoog tijd dat de Cypriotische autoriteiten Ahmed naar huis laten gaan, waar zijn twee dochters en zijn vrouw al veel te lang op hem moeten wachten. 


Ahmed is mijn leven, mijn geluk, mijn man, mijn beste vriend. Ik wil mijn kinderen bij hun vader zien. Ik wil mijn echtgenoot terug. Ik wil dat mijn familie bij elkaar is.” 

- Ahmeds vrouw

 

AHMEDS VERHAAL

De Syrische Ahmed H.  is vader van twee. Hij woonde sinds 2006 op Cyprus met zijn vrouw en twee dochters. Hij verliet in augustus 2015 Cyprus om zijn bejaarde ouders en zes andere familieleden te helpen het  conflict in Syrië te ontvluchten en veiligheid te vinden in Europa. Een maand later zat hij samen met zijn ouders en honderden andere vluchtelingen vast aan de Hongaarse grens. De politie had de grens tussen Hongarije en Servië afgesloten en gebruikte traangas en waterkannonnen tegen de gestrande asielzoekers. Tientallen mensen op de vlucht die doorgang eisten, raakten gewond. Sommigen gooiden met stenen en andere voorwerpen – ook Ahmed gooide met voorwerpen. Maar videobeelden tonen duidelijk dat Ahmed ook een megafoon gebruikte om beide kanten tot kalmte aan te manen. 

Volgens het Hongaarse Openbaar Ministerie probeerde hij de autoriteiten te dwingen om de grens te openen. De aanklagers interpreteerden dit als een ‘terreurdaad’.

Tekening van Ahmeds dochter

Tekening van Ahmeds dochter

VEROORDELING ONDANKS FLAGRANT GEBREK AAN BEWIJS

Ahmed H. werd in september 2015 gearresteerd. In november 2016 veroordeelde een Hongaarse rechtbank Ahmed vanwege ‘betrokkenheid bij een terreurdaad’, onder de extreem vage anti-terrorismewetten van Hongarije. Hij werd oorspronkelijk veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf. Dat werd later teruggebracht tot 7 jaar en na hoger beroep 5 jaar met kans op vervroegde vrijlating. Dit ondanks een flagrant gebrek aan bewijs om de absurde terrorismeaanklacht te onderbouwen. 

Zijn detentie leidde tot een internationale campagne met meer dan 100.000 mensen die een petitie ondertekenden voor zijn vrijlating.

Na meer dan drie jaar onterecht in de gevangenis, werd Ahmed H op 19 januari 2019 vervroegd vrijgelaten. Maar hij kwijnt nog steeds weg in een Hongaars migratiedetentiecentrum, in afwachting van toestemming van de Cypriotische regering om terug te keren naar zijn vrouw en kinderen in Cyprus. 

WE VROEGEN CYPRUS OM AHMED TE HERENIGEN MET ZIJN FAMILIE

Ahmed H is een Syrische staatsburger. Hij bezit momenteel geen geldig reisdocument om naar Cyprus te reizen, en zijn verblijfsvergunning voor Cyprus is verlopen tijdens zijn detentie in Hongarije. Indien Ahmed H gedwongen naar Syrië zou teruggestuurd worden door de Hongaarse immigratieambtenaren, zou hij er risico lopen op ernstige mensenrechtenschendingen.

Cypriotische ambtenaren hebben Amnesty International laten weten dat de zaak van Ahmed H in behandeling is, maar hebben niet gezegd wanneer een beslissing zal worden genomen. Het lot van Ahmed ligt nu in de handen van de Cypriotische regering evenals het toekomstige geluk van zijn vrouw en jonge dochters. 

Wij willen Ahmed thuisbrengen waar hij hoort te zijn,

bij zijn familie.


"Mijn dochter vroeg wanneer ik thuiskom en het brak mijn hart."

#BringAhmedHome


Dit is een open brief van Nadia, de echtgenote van Ahmed H. Ahmed kan al vier jaar niet meer bij zijn vrouw en twee dochters zijn.


Mijn naam is Nadia Thalia Filippidou, ik woon en werk in Limassol, Cyprus, ik heb twee kinderen van 9 en 8 jaar en er is mij iets overkomen dat alle verbeelding tart.
 
In de zomer van 2015 waren we van plan een bezoek te brengen aan Malta. Ik was toen erg moe en wilde met mijn gezin op vakantie. Ik had zelfs alle nodige formulieren ingevuld voor mijn man Ahmed zodat hij met ons mee kon reizen.

Die zomer was de situatie in Syrië en met name in het gebied waar de ouders van mijn man woonden, erg moeilijk geworden. Ze belden ons vaak in tranen en zeiden: "Help ons, help ons, we horen weer een vliegtuig aankomen, oh God, dit wordt onze dood". Ze huilden zo erg dat we dachten dat ze het niet aan zouden kunnen. We probeerden ze moed in te spreken.
 
We zijn uiteindelijk niet naar Malta gegaan.
 
Op 8 september 2015 vertrok mijn man om zijn bejaarde ouders, zijn broer en zijn familie in Istanbul te ontmoeten. Die dag hadden ze Syrië verlaten om aan de oorlog te ontsnappen; mijn man spreekt Engels dus kon hij hen helpen. Ze wilden vluchten naar een veilig land en omdat Duitsland destijds vluchtelingen uit Syrië accepteerde, wilde de familie van mijn man daarheen. Ze probeerden met de trein of de bus van Istanbul naar Duitsland te komen, maar dat lukte niet, dus besloten ze de route te volgen die alle vluchtelingen namen: per boot van Turkije naar Griekenland, dan naar de Balkan en van daar naar Duitsland. Het leek me een moeilijke reis, ik wist niet hoe ze dat zouden doen.
 
Uiteindelijk kwamen ze er. Allemaal behalve mijn man, die nog altijd ver van me verwijderd is. Ze staken over naar Griekenland en van daar naar de Balkan. Ze bereikten de grens van Servië met Hongarije, dat net zijn grenzen had gesloten. Er braken rellen uit, mijn man probeerde iedereen te kalmeren. Op 16 september 2015 belde zijn broer en vertelde me “dat de Hongaren mijn broer hebben gearresteerd, hij is niet bij ons, we weten niet waar hij is, zoek alsjeblieft uit waar Ahmed is". Ik was er kapot van, ik belde meteen de hulpdienst en meldde het. Het was een zaterdag. Op maandag belde ik de ambassade van Cyprus in Hongarije en kreeg te horen dat mijn man in de gevangenis zat. Ik was verpletterd. Met de moed en de kracht die ik nog had, ging ik met mijn kinderen naar Hongarije. Ik zag mijn man op een Hongaars politiebureau, zittend op een stoel en constant huilend. Hij omhelsde de kinderen huilend, we praatten niet, we huilden alleen maar. Hij zei: "Nadia, ze zeggen dat ik een terrorist ben", en weer huilde hij onophoudelijk. Ik mocht hem maar een uur zien. Ik vertelde de politie dat Ahmed niets te maken heeft met terrorisme, dat hij een huisvader is, ik zei dat hij een goed mens is, allemaal tevergeefs. Nadat we het politiebureau hadden verlaten, viel ik op het trottoir, niet in staat om te ademen. We namen een taxi en gingen terug naar het hotel waar ik bleef huilen. Ik vroeg of ik mijn man nog eens mocht zien, maar ze zeiden van niet. Dat was nog maar het begin van de ellende. 4 maanden had ik geen contact met mijn man, ik wist niet of het goed met hem ging, ik bad elke dag voor hem, voor mij en mijn kinderen die weer naar school moesten en hun vader nodig hadden. Ik heb nooit geloofd wat ze over mijn man zeiden want ik ken hem. Ik ben zijn vrouw, ik heb het leven met hem gedeeld en ik ken hem.
 
Ik realiseerde me later dat Hongarije mijn gezin kapot maakte voor eigen politiek gewin en propaganda. Hoe kun je een gezin op die manier kapot maken? Hoe kun je kinderen hun vader ontnemen? Een vrouw haar man? Hoe kun je iemand zo belasteren, en waarom? 
 
In 2016 begon ik berichten te ontvangen van activisten uit heel Europa die zeiden: "Nadia, we kennen de waarheid, we zullen je helpen". Ik leefde toen met de telefoon in de hand; elke boodschap was er een van hoop. Ik begon te hopen dat er iets zou gebeuren en dat ik op een dag mijn man zou horen zeggen: "Goedemorgen mijn lief, hoe gaat het met je vandaag?". 
 
In 2016 nam Amnesty International contact met me op, bij het eerste telefoontje kon ik alleen maar huilen; ook zij vertelden me dat ze me zouden helpen. Ik kreeg veel solidariteit en steun van de leden van Amnesty International. Ik heb het gevoel dat ze mijn tweede familie zijn.
 
Beetje bij beetje is het gelukt. Mensen begonnen de waarheid te kennen en zich te realiseren wat er aan de hand is.
 
Ik leende geld van mijn werk, dat ik langzaam terugbetaalde, zodat ik een advocaat kon betalen.
 
Mijn man is vrijgelaten op 19 januari 2019.

Ik verwachtte dat hij onmiddellijk thuis zou komen. Zoals de twee Cypriotische ambassadeurs in Hongarije mijn man lieten weten, zou hij bij zijn vrijlating een reisdocument krijgen zodat hij naar Cyprus kon gaan, omdat zijn reisdocumenten in de gevangenis waren verlopen.
 
Maar zo ging het niet. Mijn man kreeg geen reisdocument om terug te keren naar Cyprus. In plaats daarvan werd hij overgebracht naar een detentiecentrum voor vluchtelingen in Hongarije, waar hij nog steeds vastzit.
 
 
Ik heb van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Cyprus vernomen dat het dossier van mijn man bij het ministerie van Binnenlandse Zaken ligt en dat ik daar om informatie moet vragen.
 
Vanaf dat moment begon een tweede nachtmerrie. De autoriteiten op Cyprus zijn traag met het nemen van een beslissing en al mijn pogingen om informatie te verkrijgen draaien op niets uit, terwijl de ene belofte na de andere niet is nagekomen. Vandaag, acht maanden na de oorspronkelijke vrijlating van Ahmed, wachten mijn dochters en ik nog steeds tot de Republiek Cyprus doet wat hen te doen staat: ons gezin herenigen en ons door laten gaan met ons leven. Misschien kunnen we de verloren tijd niet inhalen, maar dan zijn mijn dochters tenminste niet langer van hun vader beroofd.
 
Sinds januari 2019 wacht ik al op Ahmed, om te horen hoe hij zijn auto buiten parkeert, om samen met hem en onze kinderen te leven. Ik ben niet met Ahmed getrouwd om hem in een immigratiecentrum te hebben. Zijn plaats is hier bij ons, in ons huis, zoals het al is sinds 2007 toen ik hem voor het eerst ontmoette.
 
Maak een eind aan deze nachtmerrie, Ahmed moet eindelijk naar huis komen.


Eén van de dochtertjes van Ahmed tekende haar papa met vleugels zodat hij naar huis zou kunnen vliegen. Leerlingen van Sint-Lucas Antwerpen lieten zich door deze tekening inspireren. 

Logo Amnesty International

Amnesty International Vlaanderen vzw
Goffartstraat 32
1050 Brussel



Ingang en onthaal:
Waversesteenweg 169
1050 Brussel
T: +32 2 669 37 37
onthaal@amnesty-international.be
Rek. nr. BE11 5230 8012 9048
Ondernemingsnr. BE 0418.308.243