Zuivering publieke sector verwoest levens van 100.000 mensen in Turkije

Zuivering publieke sector verwoest levens van 100.000 mensen in Turkije

Rapport

In Turkije zijn meer dan 100.000 werknemers uit de publieke sector op een willekeurige manier ontslagen, met catastrofale gevolgen voor hun leven en hun levensonderhoud. Dat onthult Amnesty International in een nieuw rapport onder de titel ‘No end in sight: Purged public sector workers denied a future in Turkey’.

Uit het rapport blijkt dat tienduizenden mensen - onder wie artsen, politieagenten, leerkrachten, academici en soldaten – moeten ploeteren om financieel rond te komen, omdat ze gebrandmerkt worden als ‘terroristen’ en niet langer aan de slag kunnen in de publieke sector.

“De schokgolven, veroorzaakt door het hardhandig neerslaan van de poging tot staatsgreep in Turkije, blijven de levens vernietigen van een groot aantal mensen die niet alleen hun job verloren maar die ook hun professionele bestaan en hun gezinsleven aan diggelen zagen vallen”, zegt Andrew Gardner, Turkije-researcher van Amnesty International.

“Een heleboel mensen in Turkije die de schandvlek van ‘terrorist’ met zich meedragen en beroofd zijn van hun bestaansmiddelen, zien hun carrière afgebroken en andere mogelijkheden voor tewerkstelling geblokkeerd.”

Het rapport is gebaseerd op 61 interviews die werden afgenomen in Ankara, Diyarbakir en Istanboel en beschrijft de penibele situatie waarin mensen die ooit een veilige en vaste overheidsbaan hadden, nu verkeren, zonder rechtszekerheid. Alle geïnterviewden beschreven hoe ze, bij gebrek aan andere bestaansmiddelen zoals sociale zekerheidspremies, gedwongen werden om te leven van hun spaarcenten, te vertrouwen op vrienden of familie, jobs aan te nemen in de informele sector of hun kost bijeen te schrapen op basis van de geringe uitkeringen van hun vakbond.

Veel ontslagen ambtenaren mogen niet werken in de privésector, als het om een beroep gaat dat door de staat gereguleerd wordt, zoals de advocatuur en het onderwijs.

Ook voor ontslagen politiefunctionarissen en militairen is het wettelijk verboden om gelijkaardig werk te doen in de privésector. De weinigen die wel hun carrière mogen voortzetten in de privésector, zoals werknemers uit de gezondheidssector, geraken maar moeizaam aan werk, vooral als het een gelijkwaardige job betreft van hetzelfde loonniveau als hun vorige baan.

De paspoorten van ontslagen werknemers uit de openbare sector worden ingetrokken, zodat ze niet buiten de grenzen aan de slag kunnen, wat hun kansen op het vinden van werk nog meer beperkt. “Ze verbieden ons het land te verlaten, ze verbieden ons te werken… wat willen ze dan dat ik doe?”, vroeg een vrouw zich af die ontslagen was uit haar topfunctie in het kantoor van de president. 

Sommige ontslagen zijn misschien gerechtvaardigd, zoals die van soldaten die deelnamen aan de couppoging. Maar de autoriteiten slagen er niet in duidelijke criteria te formuleren waarop de ontslagen gesteund zijn of enig individueel bewijs aan te dragen van een overtreding. Dat ontkracht hun bewering dat de ontslagen noodzakelijk zijn om terrorisme tegen te gaan. Alles lijkt er daarentegen op te wijzen dat achter de zuivering wijdverbreide onrechtmatige en discriminerende motieven schuilgaan. Een voormalige lokale overheidsfunctionaris vertelde Amnesty International: “Als iemand je weg wil, dan noemen ze je eenvoudigweg een Gülenist.”

Het openbare karakter van de ontslagen maakte het voor de getroffenen nog moeilijker. “Ik werd ooit als een held geprezen. Nu zien ze mij als een terrorist en een verrader”, zei een ex-soldaat, die gelegerd was in een ander deel van het land dan waar de couppoging plaatsvond, aan Amnesty International. Een professor die in augustus 2016 ontslagen werd, vertelde Amnesty International: “Mijn zoon wilde niet meer naar school, de andere kinderen scholden hem uit, ze zegden dat zijn moeder een terroriste en een verraadster was.”

Geen van de door Amnesty geïnterviewde personen heeft een verklaring gekregen voor zijn ontslag. Er was alleen de algemene beschuldiging dat ze banden hadden met terroristische groeperingen. Ondanks het duidelijk willekeurige karakter van de ontslagen, bestaat er voor de werknemers in openbare dienst geen effectieve procedure om tegen hun ontslag beroep aan te tekenen. Een commissie die in januari voorstelde de ontslagen te onderzoeken, mist de onafhankelijkheid en de capaciteit om dat ook te doen. Ze is nog niet aan haar taak begonnen.

Een klein aantal van de ontslagen personen hebben publiekelijk hun ontslag aangevochten. Ze kregen te maken met intimidatie door de politie, of werden zelfs opgesloten en mishandeld. Nuriye Gülmen, een academicus, en Semih Özakça, een leerkacht, zijn al 75 dagen in hongerstaking uit protest tegen hun ontslag.
“Honderdduizend mensen beletten te werken, komt neer op een grootschalige aanslag op het beroepsleven en maakt duidelijk deel uit van een bredere, politieke zuiveringsoperatie tegen echte of vermeende politieke tegenstanders”, zegt Andrew Gardner.

“De autoriteiten moeten onmiddellijk stoppen met deze willekeurige ontslagen.  Wie niet schuldig is bevonden aan enige misstap moet eerherstel krijgen. Zij die werden ontslagen, moeten toegang krijgen tot een snelle en effectieve beroepsprocedure, zodat zij hun naam kunnen zuiveren, compensatie kunnen krijgen en hun carrière kunnen hervatten.”