VS ontkent burgerslachtoffers in Somalië en verhult zo mogelijke oorlogsmisdaden

VS ontkent burgerslachtoffers in Somalië en verhult zo mogelijke oorlogsmisdaden

Rapport

- Forensisch onderzoek levert geloofwaardig bewijsmateriaal op voor de dood van 14 burgers bij vijf luchtaanvallen
- Amerikaanse drones en bemande vliegtuigen voerden sinds begin 2017 meer dan honderd luchtaanvallen uit
- Aantal luchtaanvallen in Somalië is onder Trump verdrievoudigd en is nu hoger dan in Libië en Jemen samen

Er zijn geloofwaardige bewijzen dat er in Somalië veel burgers omkomen bij Amerikaanse luchtaanvallen. De Amerikaanse regering moet dit onpartijdig en grondig onderzoeken. Dit zegt Amnesty International in een nieuw rapport, ‘The Hidden US War in Somalia’.

Het rapport beschrijft hoe 14 burgers werden gedood en acht anderen gewond bij slechts vijf van de meer dan honderd luchtaanvallen die in de voorbije twee jaar in Somalië werden uitgevoerd. Deze vijf aanvallen gebeurden met Reaper-drones en bemande vliegtuigen in Neder-Shabelle, de regio rond de hoofdstad Mogadishu, die grotendeels gecontroleerd wordt door Al-Shabaab. De aanvallen lijken in strijd met het internationaal humanitair recht en in sommige gevallen gaat het mogelijk over oorlogsmisdaden..

Geconfronteerd met de bevindingen van Amnesty International blijft het US Africa Command (AFRICOM) ontkennen dat burgers werden gedood bij zijn operaties in Somalië.

“Onze bevindingen druisen regelrecht in tegen de mantra van het Amerikaanse leger dat er in Somalië geen burgerslachtoffers gevallen zijn. Dit is een groteske bewering als je weet dat het aantal luchtaanvallen in Somalië sinds 2016 verdrievoudigd is en nu het gezamenlijke aantal luchtaanvallen in Libië en Jemen overstijgt. Wij hebben maar een handvol aanvallen onderzocht en daarbij komen meteen al verschillende dodelijke burgerslachtoffers aan het licht,” zegt Brian Castner, Amnesty’s senior expert over wapens en militaire operaties.

Onderzoekers van Amnesty International deden diepte-interviews met meer dan 150 ooggetuigen, familieleden, vluchtelingen en experts – ook van het Amerikaanse leger. Ze gingen ter plaatse onderzoek doen en analyseerden uitvoerig het beschikbaar bewijsmateriaal zoals satellietbeelden, munitierestanten en foto’s van de getroffen plaatsen na de luchtaanvallen.

Toenemend aantal luchtaanvallen onder Trump

Het aantal Amerikaanse luchtaanvallen in Somalië is toegenomen na 30 maart 2017, de dag dat president Trump een ‘executive order’ ondertekende, waarin hij het zuiden van Somalië uitriep tot “actief vijandig gebied”.

De Amerikaanse strijdkrachten voerden in de laatste negen maanden van 2017 34 luchtaanvallen uit in Somalië, meer dan in de periode 2012-2016. Dat aantal liep in 2018 op tot 47. In januari en februari van 2019 alleen al waren het er 24.

Volgens een gepensioneerde Amerikaanse brigadier-generaal, met wie Amnesty International een gesprek had, heeft Trumps maatregel de druk op VS-militairen om te garanderen dat burgers niet worden gedood bij luchtaanvallen, verminderd. De generaal gelooft ook dat Trumps executive order het aantal mogelijke doelwitten fel heeft uitgebreid. Vrijwel iedere volwassen man die in een dorp woont dat welwillend staat tegenover Al-Shabaab en die wordt gezien in de nabijheid van gekende strijders, is een mogelijk doelwit. Een dergelijk breed net van potentiële doelwitten is in strijd met het internationaal humanitair recht en leidt tot het onwettig doden van burgers.

Een voorbeeld: bij een aanval op het gehucht Farah Waeys beweert AFRICOM dat “alle gewonde of gedode personen leden of sympathisanten van Al-Shabaab waren”. Amnesty International heeft bewijzen dat, behalve de Al-Shabaab-slachtoffers, ook twee mannelijke burgers gedood werden en vijf vrouwen en kinderen gewond raakten.

Bewijzen van burgerslachtoffers

Amnesty International heeft overtuigende bewijzen gevonden dat Amerikaanse luchtaanvallen aan in totaal 14 burgers het leven kostten en acht andere burgers verwondden. De slachtoffers vielen bij vijf aanvallen die mogelijk een schending zijn van het internationaal humanitair recht. In sommige gevallen gaat het mogelijk om oorlogsmisdaden. Meldingen van nog meer burgerslachtoffers bij andere aanvallen konden niet voldoende geverifieerd worden en werden daarom niet in het rapport opgenomen.

Tijdens een VS-luchtaanval op een akker bij het dorp Darusalaam in de vroege ochtenduren van 12 november 2017 werden drie boeren gedood. Ze waren aan het uitrusten nadat ze tot een stuk in de nacht irrigatiekanalen hadden gegraven. Omstreeks drie uur ‘s ochtends werden ze, zonder enige waarschuwing vooraf, aangevallen. De knal deed andere boeren naar een schuilplaats vluchten en wekte bewoners van twee nabije dorpen uit hun slaap. Dorpsbewoners die in de ochtendschemering de lichamen van de slachtoffers kwamen ophalen, beschreven de verschrikkelijke verwondingen van de mannen.

Amnesty International analyseerde later foto’s van de lichamen die overeenkwamen met de ooggetuigenverslagen. Twee van de slachtoffers waren zwaar verminkt. Een grote artilleriescherf had het voorhoofd van de eerste man doorkliefd en zijn schedel verbrijzeld; zijn voorarmen waren bijna afgerukt. Van de tweede man waren het gezicht, de keel en de borst geteisterd door bomscherven. De derde man had een grote wonde in zijn zijde en zijn hoofd vertoonde sporen van een lichte klap, net boven zijn rechteroog.

Een boer uit het dorp Darusalaam vertelde Amnesty International dat het geluid van het vliegtuig op de dag van de aanval luider klonk dan voordien. “De weken ervoor was het toestel herhaaldelijk komen aanvliegen en daarna weer weggevlogen, alleen die nacht was het niet weggevlogen. Het bleef maar komen en komen en komen. Toen we het lawaai (van een luchtaanval) hoorden, stopte alles… Ik was zo bang. Ik kon niet blijven waken over de boerderij. Ik zocht dekking onder een boom…. Deze drie jongemannen hadden niet verwacht niet dat een vliegtuig hen zou doden. En wij hadden niet verwacht dat de wereld zou zwijgen.”

Zoals in de andere gevallen die Amnesty International onderzocht, identificeerden meerdere lokale bewoners de slachtoffers als burgers en niet als Al-Shabaab-strijders.

Aan de hand van foto’s van de drie gedode boeren en van de omgeving kon het digitale verificatieteam van Amnesty International de plaats bepalen waar de luchtaanval plaatsvond.

Het fotomateriaal leverde nog andere belangrijke informatie op over de aanval. Zo zijn er beelden van een één meter brede krater met specifieke vuilresten die veroorzaakt werd door een zware explosie. In de krater zijn munitie-fragmenten te zien die ontegensprekelijk afkomstig zijn van een GBU-69/B Small Glide Munition. Dit type wapen kan alleen worden afgevuurd door de AC-130 van de Amerikaanse luchtmacht, een gevechtsvliegtuig dat vooral wordt gebruikt om luchtsteun te bieden aan infanterietroepen en niet om aparte luchtaanvallen uit te voeren. De aanwezigheid van dit toestel, dat meer dan een decennium lang in Somalië niet was opgemerkt, wijst op een escalatie van het conflict. AFRICOM heeft het gebruik van AC-130’s niet gemeld, maar bevestigde wel dat het een luchtaanval uitvoerde in de regio Neder-Shabelle, omstreeks 3 uur in de ochtend van 12 november 2017 en beweerde daarbij “een aantal” militanten te hebben gedood.

Control Actuator System (CAS) van een GBU-69/B. © SOMALIMEMO

In een ander incident werden vijf burgers, onder wie twee kinderen, gedood toen een vrachtwagen, waarvan verondersteld werd dat hij van Al-Shabaab was, op 6 december 2017 explodeerde in het gehucht Illimey. Satellietbeelden toonden dat tien gebouwen gedeeltelijk werden vernield door de knal en de daardoor ontstane branden.

Een vriend van een van de dodelijke slachtoffers hoorde de ontploffing in het dorp Farsoley, 14 km daar vandaan. “Het was enorm… binnen vijf minuten zag ik een reusachtige, donkere rookwolk opstijgen. We zegden allemaal dat er iets heel ergs moest gebeurd zijn… Ik repte me naar de plaats van de knal… De vrachtwagen was volledig vernield. Het hele dorp lag in de as. Ook alle bomen in de buurt waren verbrand. Er was een groot gat op de plaats waar de truck getroffen werd.”

Hoewel AFRICOM categorisch ontkent dat het de aanval in Illimey uitvoerde, is er overtuigend bewijs dat het om een luchtaanval ging en dat een Amerikaanse militaire eenheid verantwoordelijk kan zijn. Volgens mediaverslagen en meerdere ooggetuigen deed de explosie zich voor toen de vrachtwagen vanuit de lucht onder vuur werd genomen. Ooggetuigen zegden dat ze een vliegtuig zagen of hoorden vlak voor of na de aanval. Amnesty International bestudeerde satellietbeelden die wijzen op een luchtaanval als oorzaak van de explosie.

Waarschijnlijk nog meer burgerdoden

De Amerikaanse strijdkrachten voerden nog 76 andere luchtaanvallen uit in Somalië, in de periode die Amnesty International onderzocht, en nog 24 in de eerste twee maanden van 2019. De dodentol onder de burgerbevolking kan dus veel hoger zijn.

Somaliërs die getroffen werden door de Amerikaanse luchtaanvallen hebben weinig of geen kans gehad om gerechtigheid te verkrijgen. Het is zo goed als onmogelijk om de dood of letsels van familieleden of dorpsgenoten te rapporteren, gezien de plaats waar de aanvallen plaatsvonden en de risico’s die aan een dergelijke melding verbonden zijn.

“De Amerikaanse regering moet garanderen dat alle geloofwaardige informatie over burgerslachtoffers wordt onderzocht. De verantwoordelijken voor misdaden moeten rekenschap afleggen en slachtoffers en overlevenden moeten een schadevergoeding krijgen”, zegt Ella Knight Amnesty’s onderzoeker voor militaire en andere veiligheidsthema’s.

“De regeringen van zowel Somalië als de Verenigde Staten moeten een einde maken aan het gebrek aan transparantie en moeten meer doen om getroffen gemeenschappen in staat te stellen zelf burgerslachtoffers te melden. Als dat niet gebeurt, blijft gerechtigheid een illusie.”

hier niet op duwen