“Vertel iedereen dat we worden afgeslacht”: over het hoofd geziene oorlogsmisdaden in de Democratische Republiek Congo
In het oosten van de Democratische Republiek Congo (DRC), over een uitgestrekt gebied van bergachtig terrein, woedt een conflict dat door de wereld wordt vergeten.
De Allied Democratic Forces, een aan Islamitische Staat gelieerde gewapende groep die doorgaans ADF wordt genoemd, ontvoert en doodt burgers met alarmerende regelmaat en zetten vrouwen en meisjes in voor seksuele slavernij in de provincies Noord-Kivu en Ituri. Het overgrote deel van deze incidenten haalt nauwelijks de krantenkoppen.
Als onderzoeker bij het team van Amnesty International dat oorlogsmisdaden en andere ernstige mensenrechtenschendingen tijdens crisissituaties onderzoekt, bezocht ik vorige maand Noord-Kivu om de door de ADF gepleegde schendingen te documenteren. Zelfs toen ik van de ene stad naar de andere reisde om met getuigen van recente aanvallen te spreken, vonden er in realtime nieuwe hit-and-run invallen plaats.
Mannen, vrouwen en kinderen vertelden me hoe ze voor hun leven renden toen strijders gewapend met messen en geweren op hun dorpen binnenvielen. Verschillende mensen deelden horrorverhalen over hoe dierbaren werden gedood en ontvoerd. Vrijgelaten gijzelaars spraken over de pijnlijke periodes – soms maanden en jaren – die ze doorbrachten in gevangenschap. Praktisch uitgehongerd, werden ze gedwongen om verschillende taken uit te voeren in de ADF-kampen, die verspreid liggen in de dichte bossen van de regio.
De wereldwijde media-aandacht over deze aanvallen is echter minimaal geweest. Terwijl ik in Oost-Congo was, ging de gestage stroom van krantenkoppen over de DRC voornamelijk over de door de VS en Qatar gemedieerde vredesprocessen in verband met het conflict met de door Rwanda gesteunde Mouvement du 23-Mars (M23).
Ondertussen waren er in het Luberno gebied in Noord-Kivu een weeklang aanvallen, waarin ADF-strijders van dorp tot dorp gingen en mensen met machetes doodhakten en huizen en essentiële voorzieningen in brand staken
ADF aanvallen op burgers
ADF, die hun oorsprong vinden in Oeganda, richten zich sinds het begin van de jaren 2000 op Congolese burgers toen het naar het oosten van de DRC verhuisde. In 2019 beloofde de groep trouw aan de Islamitische Staat en werd officieel onderdeel van een internationale groep. De strijdkrachten van de DRC (FARDC) en hun Oegandese tegenhanger (UPDF) zijn sinds 2021 bezig met een gezamenlijke operatie tegen de groep. De VN-missie, MONUSCO, heeft in de loop der jaren steun verleend aan verschillende Congolese staatsorganen, hoewel haar directe betrokkenheid bij de confrontatie met de groep zijn beperkingen heeft gehad.
Met internationale en binnenlandse aandacht voor de acties van M23 begin 2025, heeft de ADF beslag gelegd op die afleiding van troepen en focus. De kenmerkende meedogenloosheid van ADF breidde zich uit, zowel in intensiteit als in geografisch bereik. Sinds augustus versnelden ze de operaties, met naast veiligheidstroepen, vooral burgers als slachtoffers.
Ik begon mijn onderzoek in de stad Beni, de nu de facto hoofdstad van de provincie Noord-Kivu, die al lang last heeft van ADF-geweld. Gezien de groep verder doordrong in het Lubero-gebied, reisde ik ook naar de stad Butembo om met overlevenden te spreken die dit jaar getuige waren van het bloedbad van 8 september in het dorp Ntoyo, een van de bloedigste aanslagen van ADF.
Bij dat bloedbad hebben strijders meer dan 60 mensen gedood , van wie velen op dat moment een begrafenis bijwoonden. Getuigen vertelden me hoe ADF-leden zich urenlang discreet onder rouwenden hadden vermengd, voordat ze plotseling met hamers op de hoofden van mensen begonnen te slaan. Tal van andere strijders in camouflage-kledij sloten zich al snel aan, verbrandden huizen en doodden nog meer burgers in het dorp met machetes en geweren.
Op weg naar Butembo kreeg ik berichten over een nieuwe aanval in het Byambwe-dorp van Lubero. We namen contact op met gemeenschapsleiders en mensenrechtenverdedigers om ons in contact te brengen met getuigen om hun verhalen te verzamelen.
Getuigen vertelden me dat, net als in Ntoyo, ADF-strijders aanvankelijk arriveerden als een onopvallende groep met vrouwen en kinderen, deze keer met de vraag om een routebeschrijving naar het plaatselijke ziekenhuis. Toen klonken er plotseling geweerschoten in dat ziekenhuis. Een oudere persoon, die samen met diens kleinkind uit het ziekenhuis kon ontsnappen, beschreef hoe ze kon vluchten uit het gebouw: "Je kon niet staan; ze schoten op alles wat bewoog." In totaal hebben de strijders meer dan 30 mensen gedood, waaronder 17 in het ziekenhuis.
De strijders stopten niet bij Byambwe; hun razernij duurde dagenlang. We hielden onze interviews in Butembo in een ziekenhuis, waar lichamen van ADF-slachtoffers tijdens ons bezoek maar bleven aankomen in het mortuarium.
Op een gegeven moment zagen we familieleden een lijkzak in een kist leggen om die te begraven. Het verdriet overspoelde niet enkel wie rouwde om een naaste, maar ook het ziekenhuispersoneel dat me over hun afschuw over de reeks moorden vertelde. Iemand van hen zei: “Vertel iedereen dat we worden afgeslacht."
De toon waarop de ziekenhuismedewerker dit zei, toonde het gevoel van hulpeloosheid. Het weergalmde de gevoelens van tientallen slachtoffers met wie ik sprak. Een groep die zich vooral in de steek gelaten voelde, waren de meisjes en vrouwen, die door de groep werden ontvoerd en gedwongen tot 'huwelijken' met ADF-strijders. Ik sprak met zes overlevenden – de "keuze", werd hen verteld, was om te accepteren of gedood te worden.
Van de meisjes met wie ik sprak, ontsnapten de meesten aan een leven van seksuele slavernij en huishoudelijke dienstbaarheid na operaties van FARDC en UPDF in hun kampen. Maar ze bleven geketend door de vreemde blikken en gefluister van hun buren in de dorpen, zeiden ze.
Degenen die terug thuiskwamen met kinderen, beschreven hoe hun eigen familie de kleintjes afwezen. Een vrouw zei dat de druk van familieleden om haar eigen kind te doden haar bijna tot zelfmoord dreef. Deze getuigenissen benadrukten de langdurige impact van het geweld van de groep en de verborgen strijd van duizenden slachtoffers die aanzienlijke en veelzijdige steun nodig hebben en die niet hebben.
Burgers moeten worden beschermd
De internationale gemeenschap moet de inspanningen opvoeren om de Congolese autoriteiten te ondersteunen bij het helpen van de overlevenden, het beschermen van burgers en het onderzoeken en vervolgen van de wijdverbreide oorlogsmisdaden van ADF. Ondanks tekortkomingen moet de steun van MONUSCO aan de Congolese autoriteiten worden voortgezet – iets waar de VN-Veiligheidsraad, onder leiding van Frankrijk als penhouder in dit dossier, rekening mee moet houden wanneer het mandaat van de missie deze maand moet worden verlengd.
In de gangen van de VN wordt gefluisterd dat er niet veel mensen zich nog verbazen over wat gebeurt in DRC. Maar burgers die systematisch met zo 'n frequentie worden ontvoerd en vermoord, mogen niet worden gezien als schering en inslag in het oosten van de DRC.
Een alomvattende benadering van veiligheid, rechtvaardigheid en verantwoording is nodig. De wereld kan de brutaliteit van de ADF in het oosten van de DRC niet blijven negeren. Zoals een overlevende me vertelde: "Hoeveel meer moeten we lijden voordat dit eindigt?