Verlenging aanhoudingstermijn in Grondwet

Verlenging aanhoudingstermijn in Grondwet

Blog
Auteur: 
Jan Pollet, verantwoordelijke politieke zaken bij Amnesty International Vlaanderen

Deze week zal de plenaire vergadering van de Kamer zich allicht buigen over een voorstel van grondwetswijziging. Sinds Leo Tindemans weet elke Belg het: “de Grondwet is geen vodje papier.” En al zeker niet als er gemorreld wordt aan het hoofdstuk “De Belgen en hun rechten” waarin de grondrechten voor de inwoners van dit land staan. Iets om aandachtig te volgen dus.

Wat zou er veranderen?

De bedoeling is om de termijn waarbinnen een verdachte voor een rechter moet worden gebracht te verdubbelen tot 48u. Een rechter zou in terrorismedossiers nog eens 24 uur kunnen toevoegen. Simpel gezegd: waar nu een rechter zich binnen 24 uur moet buigen over de zaak tegen een verdachte, worden dat twee dagen en – mogelijk – drie voor verdachten van aan terrorisme gerelateerde misdrijven.

De oorsprong van het voorstel ligt bij de regering en had vandoen met de strijd tegen terreur. Na de aanslagen in Parijs in november 2015 (onder meer op concertzaal Bataclan) was één van de 18 maatregelen die de regering voorstelde om de aanhoudingstermijn voor terreurverdachten te verlengen. Belangrijkste motivering daarvoor leek de complexiteit van die onderzoeken. Daarnaast waren er al eerdere oproepen om de Grondwet aan te passen om een efficiënt onderzoek toe te laten en terzelfdertijd het recht op toegang tot een advocaat te verzekeren.

Voor álle misdrijven wordt de maximumtermijn
verhoogd, ongeacht het soort of
de zwaarte van het misdrijf

De regering liet de discussie aan het Parlement. Daar werd het afgelopen anderhalf jaar hard gezocht naar een tweederdemeerderheid. Donderdag krijgt de regering misschien wat ze wilde. Voor terreurverdachten zou de maximumtermijn op 72u worden gebracht – mits tussenkomst van een onderzoeksrechter na 48u - zoals de regering initieel aankondigde. Maar het Parlement gaat allicht een stap verder: voor álle misdrijven wordt de maximumtermijn verhoogd, ongeacht het soort of de zwaarte van het misdrijf. Van winkeldiefstal tot massamoord: de maximumtermijn wordt 48u.

Ho maar, gaat dit nog over terreurbestrijding? Niet echt. Wie de hoorzittingen hierover gevolgd heeft in de Kamer, stelde vast dat de voornaamste argumenten voor een verhoging van de aanhoudingstermijn te vinden zijn in de praktische moeilijkheden die de praktijk ondervindt bij de toepassing van het Salduz-arrest. Dat arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bevestigde dat verdachten van bij het eerste verhoor recht hebben op bijstand van een advocaat. Uiteraard levert dat voor de politie en het parket soms vertraging op.

Voor de overgrote meerderheid van de zaken lijkt de voorgestelde grondwetswijziging dan ook geen veiligheidsmaatregel maar een maatregel om organisatorische moeilijkheden te overwinnen. Dat is niet per se fout of negatief – het doel is immers om het recht op verdediging te garanderen. Ook al kan je je de vraag stellen of er geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren dan de Grondwet aan te passen.

Het is hoe dan ook belangrijk op te merken dat een grondwetswijziging die initieel gericht leek op de strijd tegen terreur, belangrijke gevolgen zou kunnen hebben voor zij die verdacht worden van heel andere zaken.

Internationaal Recht

Zou België met dit nieuwe voorstel binnen de krijtlijnen van het internationaal recht over mensenrechten blijven? Niet zo simpel om te zeggen. In theorie lijkt het te kunnen maar alles hangt af van de toepassing in de praktijk.

Er is geen internationaal vastgelegde aanhoudingstermijn. Dat recht schrijft immers voor dat een verdachte “onverwijld” of “prompt” voor een rechter wordt gebracht. Of het voorleiden snel genoeg gebeurt, moet naar gelang de concrete omstandigheden van de zaak worden bepaald en is tot op zeker hoogte flexibel. Organisatorische redenen zijn in een individueel geval echter geen afdoende reden om de aanhoudingstermijn te laten aanslepen.  

Zou België met dit nieuwe voorstel binnen
de krijtlijnen van het internationaal recht
over mensenrechten blijven?

Toch zijn er een aantal richtlijnen. Zo lijkt een termijn van langer dan 48 uur voor zowel het Comité tegen foltering, het Mensenrechtencomité als het Europees Hof problematisch in de meeste gevallen. Er zijn uitzonderingen mogelijk die te maken hebben met de verdachte zelf (bijvoorbeeld als de verdachte op zee wordt aangehouden) of met de complexiteit van het misdrijf - bijvoorbeeld voor sommige aan terrorisme gerelateerde misdrijven. Maar de Speciale VN-Rapporteur voor mensenrechten en contraterreur stelt dat iedereen binnen de 48u voor een rechter zou moeten gebracht worden.

Met dit in het achterhoofd – en met voorbehoud over de mogelijke verlenging tot 72u in sommige gevallen – lijkt het voorstel dat in de Kamer hangende is, dus te rijmen met de internationale verplichtingen. Maar er is een addertje onder het gras.

Proof of the pudding…

En dat addertje is dat “onverwijld” aan interpretatie onderhevig is – nog zoiets waar elke Belg die de politiek wat volgt zich van bewust is. De voorgestelde wijziging mag er immers niet toe leiden dat verdachten steevast langer dan nodig moeten wachten alvorens ze voor een rechter worden gebracht. Het principe moet zijn dat de impact van een aanhouding door de politie in elk individueel geval zo klein als mogelijk wordt gehouden. Die aangehouden persoon geniet immers van het vermoeden van onschuld en twee of drie dagen opsluiting kan een enorme impact hebben op een persoon (denk maar aan de mogelijke gevolgen voor werk, gezin en sociaal leven).

Het principe moet zijn dat de impact
van een aanhouding door de politie 
in elk individueel geval zo klein als
mogelijk wordt gehouden

De sleutel voor een mensenrechtenconforme toepassing van het voorstel dat wordt besproken in de Kamer, is proportionaliteit. Belangrijker dan het precieze aantal uur dat de Grondwet voorschrijft, is namelijk dat een verdachte “onverwijld” of “zo snel als mogelijk” bij een rechter wordt gebracht. Vandaag lukt dat in quasi alle gevallen binnen de 24 uur. Het zou verontrustend zijn mocht dat gemiddelde met de Grondwetswijziging sterk stijgen.

Daarom is het aan de betrokken diensten om zich te blijven inspannen om de termijn zo kort als mogelijk te houden. De voorzitters van de Vereniging van onderzoeksrechters waarschuwden in een hoorzitting over de Grondwetswijziging: “Een grote meerderheid van de onderzoeksrechters acht een verlenging tot 72 uur te lang. Het gevaar bestaat in het laatste geval dat er een zekere laksheid zou ontstaan in de keten.” Dat risico is niet anders voor een maximumtermijn van 48 uur, ook al zijn de potentiële gevolgen minder ernstig.

Parlementsleden moeten, als ze ervoor kiezen om de Grondwet te wijzigen, de toepassing van deze nieuwe, langere aanhoudingstermijn ook heel goed opvolgen. Om dat goed te kunnen doen, is het onder meer nodig dat cijfers worden bijgehouden over de duur van de aanhoudingen en over de motivatie van de langere aanhouding in zaken waar die voorkomt. 

Als de grondwetswijziging wordt doorgevoerd, zou het de Kamerleden sieren, mochten ze alvast het engagement nemen om na bijvoorbeeld 2 jaar een grondige evaluatie te doen van de toepassing van de langere termijn, in wat voor zaken dat gebeurt, voor welke redenen en welke impact dit heeft op de betrokken personen.

Update: op donderdag 15 juni werd het voorstel om de grondwet te herzien verworpen door de plenaire vergadering. Allicht zal er snel opnieuw gestemd worden over een nieuw, minder verregaand voorstel.