Verhalen over gendergerelateerd geweld

Verhalen over gendergerelateerd geweld

Blog

LIBANON

Verhaal: Maryam

Maryam* (pseudoniem) is een Syrische vrouw uit Homs die in 2013 aankwam in Libanon waar ze nu met haar familie leeft.

In augustus is er een familielid gestorven. De politie heeft een verslag opgemaakt van mij en mijn zus, waarin al onze gegevens stonden – onze namen, adressen en telefoonnummers. Na een tijd kwam de politie langs bij ons thuis of belden ze ons op om te vragen of we met hen uit wilden gaan. Het waren dezelfde drie agenten die het verslag opgemaakt hadden. Omdat we geen legale [verblijfs]vergunningen hadden, bedreigden de agenten ons en zeiden ze dat ze ons zouden arresteren als we niet met hen uitgingen.

MaryamDit  ging zo’n twee maanden door. Toen wou onze huisbaas zijn huis terug, dus zijn we verhuisd. We veranderden onze telefoonnummers en gaven ons nieuw adres niet aan de politie. Nu durf ik niet meer naar het politiekantoor gaan. Zelfs al zou ik gaan, zou de politie me toch niet helpen.

Een andere keer liep ik in een zijstraat waar niet veel auto’s passeren. Een private auto stopte en stelde voor om me een lift te geven. Ik stapte in en zette me achterin de auto. De man begon tegen mij te praten en zei dat hij me geld zou geven en naar een heel mooi huis zou brengen. Hij vroeg me om naast hem te komen zitten. Ik probeerde te doen alsof ik niet doodsbang was en wachtte tot ik gebouwen en mensen zag, vooraleer ik hem vroeg om te stoppen, zodat ik naast hem kon zitten. Toen hij stopte, ben ik uit de auto gestapt en heb ik mensen gebeld die ik ken, om me op te pikken. Hij vroeg naar mijn telefoonnummer, maar ik heb hem een vals nummer gegeven.

Het lastigvallen (van vluchtelingenvrouwen) is een heel groot probleem in Libanon. Of ik nu vrijgezel ben of getrouwd, ik word altijd lastiggevallen. Daarom zijn we bang voor onze kinderen. Ik heb een dochter van 16 en ik ben bang om haar zelfs naar de meest dichtstbijzijnde winkel te sturen. Alle Syriërs lijden eronder.

Achtergrondinformatie

Meer dan 4 miljoen mensen zijn Syrië ontvlucht sinds de start van de crisis in 2011, waarvan meer dan 1 miljoen gevlucht is naar Libanon. Dit betekent dat ongeveer 25% van Libanons populatie uit Syrische vluchtelingen bestaat, waardoor het meer vluchtelingen per capita heeft dan elk ander land ter wereld. Het falen van de internationale gemeenschap om voldoende fondsen te voorzien, heeft de VN ertoe gedwongen de steun aan vluchtelingen in Libanon te verminderen, waardoor deze nu significant onder de Libanese armoedegrens leven. Bovendien heeft de overheid onrechtvaardige criteria en hoge kosten ingevoerd om verblijfsvergunningen te vernieuwen, waardoor steeds minder vluchtelingen een geldige vergunning hebben.

Het gebrek aan een legale status heeft ervoor gezorgd dat vluchtelingen minder bewegingsvrijheid hebben en heeft het risico op arbeidsuitbuiting verhoogd. Het gaat daarbij onder meer om gedwongen arbeid, seksuele uitbuiting en -handel, seksueel en gendergerelateerd geweld, pesterijen, arrestaties en hechtenissen. De situatie werd nog erger door een toename aan negatieve retoriek door politici die vluchtelingen als schuldige aanduiden voor veiligheidsbedreigingen en het uitpersen van publieke middelen. Vluchtelingenvrouwen in Libanon riskeren zowel in publieke ruimtes, als thuis en op het werk, het slachtoffer te worden van gendergerelateerd geweld, pesterijen en uitbuiting. Ze worden weinig of niet beschermd en hebben geen toegang tot het gerecht. Voornamelijk vluchtelingenvrouwen die aan het hoofd staan van het gezin zijn het mikpunt van pesterijen door mannen, die weten dat ze geen echtgenoot of een andere mannelijk familielid hebben die bij hen in Libanon woont.

Bronnen

LIBIË

Achtergrondinformatie

Vluchtelingen en migranten lopen een hoog risico op misbruik op hun tocht langs de smokkelroutes naar en door Libië. Het gaat daarbij om seksueel en gendergerelateerd geweld, moord, foltering, religieuze vervolging en mensenhandel door smokkelaars, georganiseerde criminele bendes en gewapende groeperingen en misbruik in opvangcentra.

Op deze routes worden in het bijzonder vluchtelingenvrouwen en migrantenvrouwen geconfronteerd met een hoog risico op seksueel en gendergerelateerd geweld. In zo’n mate dat velen onder hen besluiten om anticonceptie te gebruiken voor ze aan de reis beginnen, om te voorkomen dat ze zwanger zouden geraken, mochten ze verkracht worden. Vrouwen worden seksueel aangevallen door de smokkelaars zelf, door mensenhandelaars of door leden van gewapende bendes. Aanvallen vinden plaats langs de smokkelroutes en in de private huizen en verlaten magazijnen dichtbij de kust, waar vrouwen verblijven wanneer ze wachten op een boot naar Europa.

Migrantenvrouwen en vluchtelingen die in opvangcentra van het Ministerie van Binnenlandse Zaken verblijven, hebben gevallen van seksueel geweld en andere vormen van foltering en slechte behandeling gerapporteerd. Geen van de opvangcentra heeft vrouwelijke bewakingsagenten, wat het risico op seksueel misbruik verhoogt.

De opkomst van machtige gewapende bendes in recente jaren, waaronder enkele die trouw beloofd hebben aan de gewapende bende die zichzelf de Islamitische Staat (IS) noemt, heeft ervoor gezorgd dat vreemdelingen- voornamelijk Christenen- een verhoogd risico lopen op misbruik en potentiële oorlogsmisdaden. Voornamelijk niet-moslim vluchtelingen en migrantenvrouwen, die ontvoerd werden door IS, staan onder grote druk om zich te bekeren en lopen een verhoogd risico op geweld, verkrachting en seksuele slavernij.

Ondanks het voortdurend geweld in delen van Libië, reizen honderdduizenden vluchtelingen en migranten – voornamelijk uit Sub-Sahara Afrika – naar Libië om de oorlog, vervolging of extreme armoede te ontvluchten, vaak met de hoop om zich te settelen in Europa. In dit land, geplaagd door geweld, is een lucratieve mensenhandel ontstaan langs routes tussen Zuid- Libië en de Mediterraanse kust in het Noorden, waar boten richting Europa vertrekken. Duizenden zijn gestorven op zee in de hoop in Europa te geraken. Een enquête die werd afgenomen door IOM (International Organization for Migration) heeft aangetoond dat 71% van de migranten die de Centraal Mediterraanse routes tussen Noord-Afrika en Europa genomen hebben, in aanraking zijn gekomen met uitbuiting en praktijken die kunnen leiden tot mensenhandel. 

IOM stelt ook vast dat de meeste vreemdelingen die in Libië verblijven, afkomstig zijn uit Niger, Egypte, Tsjaad, Ghana en Soedan. Het merendeel van diegenen die door het land reizen en dan de boot nemen naar Italië zijn afkomstig uit Eritrea, Nigeria, Gambia, Somalië en Ivoorkust.

Verhaal: Ada

Ada* (pseudoniem) is een Nigeriaanse vrouw uit Eziowele. Ze kwam in mei 2015 aan in Libië, alvorens in december naar Italië te gaan.

In Nigeria ging ik niet naar school. Toen ik 10 jaar was, verloor ik mijn beide ouders en nam mijn nonkel me mee naar Portarcourt. Hij sliep continu met mij. Ik geraakte vier keer zwanger en onderging vier keer een abortus. Mijn nonkel wou niet dat ik naar buiten ging, dus bleef ik in het gebouw. Hij had een geweer en dreigde ermee me te vermoorden als ik iemand vertelde over wat er gebeurd was. Elke keer hij met me sliep, gaf hij me geld. De laatste keer dat hij met me sliep, heb ik een vrouw die ik kende, verteld over mijn nonkel. Zij zei dat ik weg moest lopen. Ik gaf haar mijn geld om me te helpen ontsnappen en ze gaf me een gsm en een SIM kaart. Ze heeft ervoor gezorgd dat ik in april 2015 met enkele andere mensen naar Libië kon gaan.

AdaWe kwamen in mei aan in Libië. We werden ontvoerd door enkele mannen, die ons naar een groot huis in Sabah brachten. Ze zeiden dat we geld moesten brengen. Ik zei hen dat ik geen geld had.

Ze sliepen elke nacht met alle vrouwen. We werden naar een aparte kamer gebracht. Ze ontvoerden nog meer mensen en een van de nieuwe meisjes vroeg me waarom ik altijd weende. Ik vertelde haar dat ik niet weg kon en dat ik er al 7 maanden zat. Ze zorgde ervoor dat iemand voor mij kon betalen en zei dat ik met haar naar Italië moest gaan. We werden met de auto naar een andere plaats gebracht en wandelden ‘s nachts uren vooraleer we aan het strand aankwamen. Toen ik de zee en de boot zag, was ik bang. Het was een opblaasbare, rubberen boot. Ze duwden ons en riepen ‘ga binnen, ga binnen!’ Er zaten meer dan honderd mensen op de boot en het was heel oncomfortabel.

Ik kwam twee dagen later aan in Italië. Ik weet zelfs niet hoe we er geraakt zijn. Ik weende toen de Italianen ons redden. We hebben het allemaal overleefd. Toen we aankwamen aan de poort van Crotonel zagen we veel politie en was ik bang. Van daaruit hebben ze ons met de bus naar een ander centrum gebracht, waar ik vier dagen verbleven heb. Soldaten controleerden of niemand ontsnapt was. We namen de bus naar het BARI hulpverleningscentrum. In beide plaatsen werd mijn naam, achternaam en nationaliteit gevraagd, maar mijn gedachten waren elders. Ik kon me zelfs de naam van mijn ouders niet herinneren.

Ik vertelde mijn verhaal en gaf mijn vingerafdrukken. Nu zoek ik bescherming. Ik ben blij met hoe ik nu leef, zonder iemand die me lastig valt, maar ik denk vaak aan mijn ouders. Ik wil in Italië blijven, ik wil Italiaans leren, ik hou van Italianen.

Bronnen

NOORDELIJKE DRIEHOEKSLANDEN VAN CENTRAAL AMERIKA

Achtergrondinformatie

Volgens officiële Mexicaanse verklaringen wordt geschat dat meer dan 400 000 migranten elk jaar de Mexicaanse zuidelijke grens illegaal oversteken. Het merendeel hiervan komt uit Honduras, El Salvador en Guatemala - de zogenaamde ‘Noordelijke Driehoekslanden’- door toedoen van bendes en georganiseerd geweld, een van de meest gevaarlijke gebieden in de wereld van het laatste decennium.

Dit heeft gezorgd voor een belangrijke shift in de pushfactoren die de migratiestroom in de hoek ‘Centraal-Amerika-Mexico-US’ beïnvloedt: het stijgende geweld heeft ervoor gezorgd dat een hoger aantal mensen naar het noorden trekken om hun leven te redden. De overheden van deze Noordelijke Driehoekslanden weigeren te erkennen hoe significant het stijgende geweld de migratie heeft veranderd. Vrouwen, meisjes en LGBTI-individuen lopen een hoger risico op gendergerelateerd geweld, zowel thuis als tijdens de doortocht, en ondergaan in steeds hogere mate de impact van geweld. In El Salvador is het vrouwelijke moordpercentage met 60 % gestegen tussen 2008 en 2015, terwijl het in Honduras in diezelfde periode met 37% gestegen is. LGBTI-personen zijn vaak het slachtoffer van misbruik, intimidatie en geweld omwille van hun seksuele oriëntatie en/ of genderidentiteit. Ze zien amper gerechtigheid en worden vaak genegeerd, gekleineerd of in een slachtofferrol geduwd door politieagenten. Voornamelijk transgendervrouwen, die door de patriarchale sociale normen gestigmatiseerd worden, worden blootgesteld aan geweld en afpersing door bendes omdat ze, als een gevolg van discriminatie, geconfronteerd worden met grotere obstakels om rechtvaardigheid te bekomen.

In 2015 bepaalde het Mexicaanse Ministerie voor Binnenlandse Zaken dat 198 141 migranten aangehouden en vastgehouden werden door de Mexicaanse migratie-autoriteiten, een toename van meer dan 50% vergeleken met 2014. Het UNHCR en vele maatschappelijke organisaties hebben opgeroepen tot dringende acties ten aanzien van mensen die het geweld in Centraal-Amerika ontvluchten en internationale bescherming nodig hebben. In 2015 werd 98% van de Centraal-Amerikaanse migranten, die vastgehouden werden door de Mexicaanse autoriteiten, teruggestuurd naar hun land van origine.

Verhaal: Diana

Diana* (pseudoniem) is een 39-jarige vrouw uit Honduras die haar land ontvluchtte omwille van bendegeweld. Ze woont in Mexico, waar ze asiel heeft aangevraagd.

Ik verliet Honduras in 2004 omdat mijn broer vermoord werd door een bende. Hij zat op een rots bij mijn huis toen de bende kwam; ze vermoordden hem voor mijn ogen en die van mijn moeder. Ik heb een klacht ingediend tegen de bende en de autoriteiten hebben hen gearresteerd. Ze zijn echter niet in de gevangenis beland en hebben me bedreigd.

Ik verliet Honduras en ging naar Centraal-Mexico met de goederentrein (gekend als “The Beast” omwille van de gevaren die het meebrengt voor migranten), die naar de US grens reisde. Ik bleef in Mexico en in 2007 geraakte ik zwanger nadat ik verkracht werd. De man die me verkrachtte, was een drugdealer in Centraal-Mexico. Mijn huisbaas in Mexico wou me aan hem verkopen. Toen ik probeerde te ontsnappen, heeft hij me verkracht. Eens ik zwanger was, heb ik mezelf aangegeven bij de Mexicaanse migratie-autoriteiten en hebben ze me teruggestuurd naar Honduras.

DianaIk ben bevallen van mijn zoon in Honduras. Bij het verlaten van het ziekenhuis moesten mijn vrienden me verstoppen in hun auto. Ik kon niet in mijn eigen huis verblijven omdat het te gevaarlijk was, dus bleef ik bij een vriend. Het rechtgeding tegen de moordenaars van mijn broer is nog steeds actief. Geen van hen zit in de gevangenis. Blijkbaar omdat ze geld hebben. Een maand later moest ik weer vertrekken omdat ik nog steeds in gevaar was. Ik moest mijn zoon achterlaten bij mijn moeder. Ik nam de bus tot aan de Mexicaanse grens, bij Guatemala en stak de grens over. Ik bleef in Zuid-Mexico tot 2015 en werkte in een keuken, tot er een mensensmokkelaar naar de streek kwam waar ik woonde. Ik dacht dat hij gelinkt was aan de bende die mijn broer vermoord had, dus werd ik bang.

Dus in februari dat jaar ging ik verder naar Noord-Mexico omdat ik daar een vriend had. Ze brachten mijn zoon naar mij vanuit Honduras om bij mij te komen wonen. Hierna probeerde ik nog noordelijker te gaan naar Zacatecas, maar de Mexicaanse autoriteiten hebben me vastgehouden aan een van de checkpoints. Van daaruit hebben ze mijn zoon en mij naar het opvangcentrum in Mexico City gebracht, waar we 6 maanden verbleven. In het centrum heb ik een asielaanvraag ingediend bij het Mexicaanse vluchtelingenagentschap (COMAR). Mijn asielaanvraag werd afgewezen en ik wou niet in beroep gaan, omdat mijn zoon en ik dan in het opvangcentrum zouden moeten blijven. In september 2015 werden we gedeporteerd naar Honduras, deze keer met het vliegtuig.

Een paar maanden later, in maart 2016, verscheen er een brief van de bende op mijn deur, waarin stond dat ze wisten waar ik was en dat ze mij en iedereen die bij me was, zouden vermoorden. Drie dagen later stonden er enkele verdachte auto’s aan het appartement waar ik met een vriend woonde. Een buur vertelde me later dat een gedrogeerde man naar mij gevraagd had en gezegd had dat hij me zou vermoorden. Dus pakte ik mijn gerief en ging terug naar Mexico.

Ik reisde met mijn zus en een andere vrouw uit Honduras, Raquel* (pseudoniem), die ik ontmoet had in het opvangcentrum. We wilden naar Zacatecas (Centraal-Mexico) gaan, maar de trein was te snel, dus konden we er niet op tijd afspringen.

Op de weg door Chiapas, Zuid-Mexico werden we alledrie verkracht. We liepen op een snelweg en een jongen kwam ons waarschuwen dat we een andere route moesten nemen omdat we dichtbij een checkpoint waren. We namen een andere route omdat de jongen het ons had aangeraden, maar er verschenen twee mannen met machetes. Ze namen ons vast en dwongen ons, met ons gezicht naar beneden, op de grond te liggen. Ze beledigden ons en grepen ons vast. Een van de mannen verkrachtte eerst mijn zus, dan Raquel en dan mij. Zijn gezicht was bedekt. Ze stalen ook 3500 pesos.

Ik kwam in juli aan in het opvangtehuis voor migranten in Noord-Mexico. Ik heb de verkrachting aangegeven en heb nogmaals asiel aangevraagd in Mexico. Momenteel werk ik hier in een fabriek en mijn zoon is bij mijn moeder in Honduras.

Verhaal: Patricia

Patricia* (pseudoniem) is een transvrouw uit El Salvador die naar Mexico vluchtte omwille van de vervolging door bendes en de politie die ze ervaarde in haar land.

Ik ben 32 jaar. Ik heb mezelf altijd toegelegd op mijn zaak. Ik verkoop soda. Ik ben altijd een harde werker geweest, maar ik kon niet vreedzaam leven omdat zaakvoerders zoals ik afgeperst werden en ‘huur’ moesten betalen aan bendes in El Salvador. Politieagenten volgden me, persten geld van me af, vielen me lastig en sloegen me in elkaar. Ze zeiden dat ze me niet graag hadden om ‘wie ik ben’. Ik werd ook bedreigd door bendes – elke maand rekenden ze me ‘huur’ aan, maar ik kon het niet allemaal betalen. Ik geloof dat ik bedreigd werd op grond van discriminatie en homofobie, om ‘wie ik ben’. Ik heb erover nagedacht om naar de autoriteiten te stappen, maar ik besefte dat het dezelfde mensen waren die me lastig vielen. Ik heb tweemaal een klacht ingediend bij het kantoor van de ombudsman voor mensenrechten, maar er is niks uit voort gekomen.

PatriciaIk besloot het land te verlaten. Ik voelde me gevangen. Ik kende niemand die geëmigreerd was, dus ging ik alleen, zonder te weten wat me kon overkomen. Ik reisde vorig jaar, in september 2015. Toen ik bij de grens aankwam, werd ik aangevallen en overvallen. Ik stopte in Tapachula waar ik naar COMAR (de Mexicaanse Commissie voor vluchtelingenhulp) ging voor hulp, maar ze weigerden mij een vluchtelingenstatuut, omdat ik in de gevangenis gezeten had. Ik werd veroordeeld voor een druggerelateerd misdrijf, maar dat was 12 jaar geleden. Ik verbleef 5 jaar in de gevangenis en het was moeilijk. Ik werd vastgehouden in een sector voor transmensen, waar er heel veel discriminatie was en de agenten ons misbruikten. Ze behandelden me als een man en gaven me steeds een mannelijke naam.

De autoriteiten gaven me 15 dagen om het land te verlaten, dus ging ik naar een ander deel van Mexico. Ik riskeerde veel en op de weg werd ik opnieuw geslagen en overvallen. Ik zocht naar een andere manier om mijn status te regulariseren, maar vond er geen. Uiteindelijk hebben ze me in maart 2016 gearresteerd aan de douane in Tijuana. Ze hielden me vast in Oaxaca en daarna verscheidene weken in Tapachula. In Tapachula waren de levensomstandigheden verschrikkelijk. Ik werd vastgehouden in een afdeling voor families, waar ze ouders en hun kinderen hielden. Ik kreeg ander voedsel dan de anderen en werd slechter behandeld. Daarna werd ik gedeporteerd naar El Salvador. Ze staken me op een bus die door Guatemala ging. De migratieagent vroeg me waarom ik weggegaan was. Ik zei haar “omwille van de situatie hier”, maar ze stelde geen verdere vragen.

Nu is het opnieuw onzeker. Ik ben bang om weer aangevallen te worden, dus heb ik besloten dat het beter is om weer te emigreren. Ik ben bang, maar soms voelt het veiliger dan in mijn land te blijven. Het is onmogelijk om hier nog te leven, ik voel me altijd onveilig.

Bronnen

NAURU/AUSTRALIE

Achtergrond

Het huidige beleid van de Australische regering stelt dat geen enkele asielzoeker die Australië per boot bereikt zich er ook kan vestigen. Die bootvluchtelingen worden immers door de Australische overheid onder dwang overgebracht naar de offshore Refugee Processing Centres, de detentiecentra buiten Australië op het Manus eiland in Papoea-Nieuw-Guinea of op het afgelegen eiland Nauru in de Stille Oceaan.

Nauru heeft een bevolkingsaantal van 10 000 inwoners en met 1 159 asielzoekers en vluchtelingen vangt de republiek het derde hoogste aantal vluchtelingen per capita op ter wereld. De totale oppervlakte van het eiland bedraagt amper 21 km2. Mensen kunnen daarenboven het eiland niet verlaten, zelfs niet wanneer zij officieel zijn erkend als vluchtelingen.

De Australische regering beweert dat dit offshore-beleid niet enkel mensensmokkelaars ontmoedigt, maar bovendien de mensen beschermt die anders de gevaarlijke boottocht naar Australië zouden ondernemen. Sinds de oprichting ervan, is het beleid echter op die manier ontworpen dat het repressief werkt en werd door een opeenvolgende Australische regeringen op grote schaal gepromoot als afschrikmiddel en veiligstelling van haar grenzen.

Nauru is bovendien geen veilige plaats voor asielzoekers en vluchtelingen en hun levensomstandigheden vallen in principe onder foltering en onmenselijke behandeling van het internationaal recht. Zo lopen ze het risico om slachtoffer te worden van lichamelijke aanvallen en gendergerelateerd geweld en krijgen niet zelden te kampen met bedreigingen en vijandigheid. Vluchtelingen en asielzoekers die slachtoffer werden van misdrijven, melden bovendien dat de politie faalde om hun klachten naar behoren te onderzoeken. De gezondheidszorg op Nauru is overigens onvoldoende en sommige medische diensten, specialisten, testen en procedures zijn niet beschikbaar op het eiland. Zelfverminking en pogingen tot zelfdoding hebben intussen het niveau van een epidemie bereikt.

Alle vrouwen en meisjes op het eiland, inclusief Nauruanen, lopen het risico slachtoffer te worden van seksueel geweld. Een studie uit 2014 toonde bijvoorbeeld aan dat bijna de helft (48%) van de ondervraagde vrouwen die ooit een intieme relatie hadden, ten minste een keer fysiek en/of seksueel geweld door hun partner hebben ervaren. Een derde (30%) van de ondervraagde vrouwen werd bovendien seksueel misbruikt tijdens hun kindertijd. Het VN-Comité voor de Rechten van het Kind heeft reeds zijn ernstige bezorgdheid uitgedrukt voor de “dominerende maatschappelijke houding die huiselijk geweld aanziet als een privézaak." 

Verhaal: Mahta

Mahta (pseudoniem) is een Iraanse vrouw die samen met haar man en haar twee kinderen haar land ontvluchtte wegens religieuze vervolging. Al drie jaar verblijft de familie op Nauru.

De Australische autoriteiten vertelden ons dat zodra we ons vluchtelingsstatuut verkrijgen, we naar de gemeenschap en daarna naar een ander land zouden verhuizen. Het hele proces zou tot vijf jaar kunnen duren en ze konden ons niet vertellen naar welk land we uiteindelijk zouden verhuizen. Na elf maanden verkregen we officieel ons statuut als vluchteling. In eerste instantie waren we blij, maar de situatie werd enkel maar erger.

MahtaDe school is slechter dan die in het kamp. Eigenlijk is het niet echt een school, maar krijgt het wel die naam. Dat onze kinderen niet kunnen genieten van normaal onderwijs doet me, als moeder, het meeste pijn. Ze geven geen schoolboeken aan vluchtelingenkinderen, maar enkel aan Nauruanen. We moeten onze kinderen dwingen om naar school te gaan.

We beschikken ook niet over ons eigen vervoer en moeten dus overal naartoe wandelen. Ik kan bovendien nauwelijks alleen buitenkomen. Ik was eens op weg en een man gaf me een ritje op zijn motor. Hij probeerde me mee te voeren naar de jungle – ik wist dat hij iets verkeerd aan het doen was en sprong van de motor en bezeerde mezelf.

Er is hier ook geen werk. Ik had een job in een winkel, maar de werknemers begonnen mijn lichaam aan te raken en deden slechte dingen met me dus ben ik na twee uur weggegaan.

Een andere keer kreeg ik een ritje van een man en hij bood me een “job bij de regering” aan – in ruil voor hem gezelschap te houden (waarmee hij bedoelde: in ruil voor seks).

Is het een misdrijf om asiel te zoeken? Misschien is het “illegaal” om per boot aan te komen, maar verdienen we het om daarvoor voor drie jaar hier opgesloten te worden?

Griekenland

Achtergrondinformatie

In maart 2016 werd de grens tussen Griekenland en Macedonië gesloten, waardoor routes naar andere Europese landen werden geblokkeerd. In plaats van hun reis voort te zetten, zich met hun familie te verenigen en hun dromen waar te maken, zagen vluchtelingen en asielzoekers geen andere optie dan bescherming te vragen in Griekenland, wat leidde tot een humanitaire crisis die tot vandaag blijft voortduren.

Volgens de laatste officiële cijfers zitten meer dan 45 000 vluchtelingen, asielzoekers en migranten vast op het Griekse vasteland waaronder ook jonge kinderen, bejaarden, mensen met zware gezondheidsproblemen of beperkingen en zwangere vrouwen. Zij leven in erbarmelijke omstandigheden. Zo slapen ze maanden aan een stuk op de grond. Voor velen is diepe onzekerheid een constante factor in hun dagelijks leven, zelfs tot het verkrijgen van voldoende eten. Nog eens 15 200 mensen bereikten de Griekse eilanden na de uitvoering van het migratieakkoord tussen de EU en Turkije in maart 2016. Zij zitten vast in overvolle kampen en leven in verschrikkelijke omstandigheden terwijl ze wachten op beslissingen over hun asielaanvragen.

De humanitaire crisis waarmee mannen, vrouwen en kinderen worden geconfronteerd in Griekenland is een schrijnend voorbeeld van het collectieve falen van de Europese regeringen om hun belofte na te leven om de verantwoordelijkheid te delen en bescherming te bieden voor deze vluchtelingen. Deze humanitaire crisis is het toedoen van de Europese leiders zelf, maar kan opgelost worden mits de nodige politieke wil. De oplossingen – zoals relocatie, gezinshereniging en visa- zijn binnen handbereik. Als Griekenland en zijn Europese partners niet dringend zullen handelen om de omstandigheden te verbeteren, verantwoordelijkheden te delen en een veilige plaats aan te bieden aan de duizenden mensen die vastzitten in Griekenland, dreigt dit een langdurige tragedie te worden.

Bezorgdheid over de veiligheid van vluchtelingenvrouwen en -meisjes in Griekse kampen

Ongeveer 60 000 vluchtelingen en migranten zitten vast in Griekenland. De meerderheid leeft in erbarmelijke omstandigheden. Zo slapen ze maanden aan een stuk op de grond. Diepe onzekerheid is een constante factor in hun dagelijks leven. Dit jaar alleen zijn meer dan een vijfde van de aangekomen vluchtelingen en asielzoekers in Griekenland vrouwen. De verschrikkelijke levensomstandigheden en de onzekerheid over de toekomst zorgen voor spanningen die reeds in verschillende kampen tot geweld hebben geleid. Zowel mannen als vrouwen voelen zich vaak niet veilig in de kampen. Gevechten breken ’s nachts uit of tijdens het aanschuiven voor voedsel. Bovendien doet de politie er weinig aan om iedereen te beschermen.

Veiligheid is ook een probleem voor vrouwen en meisjes in veel van deze vluchtelingenkampen. Veel vrouwen zijn zelfs te bang om ’s nachts naar het toilet te gaan. “We blijven in groepen en gaan enkel slapen wanneer we heel moe zijn. Tijdens de nacht verlaten we onze tenten niet en zijn onze kinderen dus verplicht om binnen naar het toilet te gaan,” vertelt een vrouw met een zesjarig meisje. Naast de slechte verlichting en het gebrek aan veilige of gescheiden toiletten en douches in de kampen, zijn er ook geen mechanismen aanwezig om seksuele aanrandingen te rapporteren of om vluchtelingenvrouwen en -meisjes te beschermingen tegen gendergerelateerd geweld.

Yezidivrouwen organiseren zich in beschermingsgroepen

In juli interviewde Amnesty International verschillende Yezidivrouwen in het vluchtelingenkamp in Nea Kavala, in het noorden van Griekenland. Zij waren gevlucht voor de aanvallen van de Islamistische Staat (IS) tegen minderheden in heel Noord-Irak waarbij vrouwen en meisjes werden gefolterd, verkracht en onderworpen werden aan seksuele slavernij of gedwongen huwelijken.

YezidivrouwenVechtend om te overleven, staken ze bergen en grenzen over, maar vonden enkel maar ellende in de kampen in Turkije. Ze zetten hun reis verder, op zoek naar bescherming. Zo waren ze gedwongen om smokkelaars te betalen om de Egeïsche Zee te kunnen oversteken om uiteindelijk in erbarmelijke omstandigheden vast te komen zitten in Griekenland. Bij gebrek aan enige bescherming door de staat in de kampen, reageerden de vrouwen door een soort beschermingsgroepen te vormen zodat ze elkaar kunnen vergezellen naar het toilet.

“We voelen ons niet veilig in het kamp. We gebruiken de douches in het kamp niet, maar hebben in de plaats een hamman gebouwd naast onze tenten.” vertelt Kurtey, een Yezidivrouw wiens huis vernield werd door IS.

Twee jaar later nadat ze door IS uit hun huis waren gedreven, wachten de Yezidivrouwen op de dag waarop ze herenigd kunnen worden met hun families of kunnen verhuizen elders in Europa, maar vooral op een tijd waar ze zich eindelijk weer veilig kunnen voelen.

Kurtey, Ghazal, Karmey, Beshey en Noorey zagen zich gedwongen om Irak te verlaten in augustus 2014 toen IS het noorden van Irak binnenviel en een systematische campagne van etnische zuivering doorvoerde.

Ze voelden zich onveilig in het vluchtelingenkamp in Nea Kavala, het noorden van Griekenland, en vormden een soort beschermingsvereniging om voor elkaar te zorgen. “We gebruiken de douches niet; we hebben een Hamman gebouwd naast onze tenten.”

Sindsdien zijn ze naar een ander kamp verhuisd, maar hebben een duidelijke boodschap voor de Europese overheden:

“ We willen dat onze stemmen gehoord worden… Haal ons uit Griekenland.”