Verdrag inzake de uitbanning van discriminatie van vrouwen

Verdrag inzake de uitbanning van discriminatie van vrouwen

Dit jaar wordt het zestigjarig bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) gevierd. De UVRM legt, samen met diverse mensenrechtenverdragen, een set van rechten vast die voor iedereen begrijpelijk is en waarop alle mensen recht hebben.

Het feit dat vrouwen 'mensen' zijn, bleek echter onvoldoende om hen (het genot van) hun internationaal overeengekomen rechten te waarborgen. In 1974 werd binnen de Verenigde Naties daarom beslist om een bindend Verdrag voor te bereiden. Dit resulteerde in 1979 in de aanname van het Verdrag inzake de uitbanning van discriminatie van vrouwen (het Vrouwenverdrag).

Vrouwenrechtencommissie

Artikel 17 van het Vrouwenverdrag richt een Commissie voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen op. De Commissie bestaat uit 23 deskundigen. De deskundigen worden door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, gekozen, maar ze zetelen als onafhankelijke experts, m.a.w. ze vertegenwoordigen niet de staat die hen heeft verkozen. De Commissieleden worden gekozen voor vier jaar, maar kunnen herkozen worden. Sinds de eerste verkiezing zijn er 107 vrouwen en drie mannen (!) lid van de Commissie.

De Commissie heeft in de eerste plaats de opdracht verslagen te bestuderen die de Staten die partij zijn bij dit Verdrag, verplicht zijn voor te leggen. In deze verslagen moeten de staten de wetgevende, rechterlijke, bestuurlijke of andere maatregelen die zij hebben genomen ter uitvoering van de bepalingen van het Verdrag, melden. De Commissie formuleert opmerkingen op deze verslagen om de naleving van het Verdrag te verbeteren.
Ze vestigt ook de aandacht op andere aspecten die het naleven van vrouwenrechten kan vergroten, zoals de samenwerking van de Staat met NGO's.

Daarnaast heeft de Commissie een onderzoeksbevoegdheid. Zo voerde ze bijvoorbeeld een onderzoek uit naar de dood en verdwijning van de vrouwen in Ciudad Juarez, wat uitmondde in uitgebreide aanbevelingen aan de Staat Mexico om actie te ondernemen. De Commissie kan ten slotte ook algemene aanbevelingen doen, gebaseerd op de bestudering van de verslagen en de inlichtingen die zij heeft ontvangen van de Staten. Zo was de Commissie het eerste VN-Verdragsorgaan dat de problematiek van de genitale verminking aanpakte met een algemene aanbeveling over hoe de kwestie aan te pakken.

Het Vrouwenverdrag bevat geen expliciete bepaling over geweld tegen vrouwen, maar in zijn algemene aanbeveling maakte de Commissie duidelijk dat geweld tegen vrouwen onder de definitie van discriminatie valt en dus onder het toepassingsgebied van het Vrouwenverdrag. Deze aanbeveling haalde gender-gerelateerd geweld uit de private sfeer bracht het onder in de publieke sfeer van internationale mensenrechten, waardoor de Staat aansprakelijk kan worden gesteld voor geweld tegen vrouwen als schending van een mensenrecht.

Rond deze tijd wordt het Belgische verslag door de Vrouwenrechten-commissie besproken. Het verslag en de bijbehorende documenten, kan u vinden op de volgende website:
http://www2.ohchr.org/english/bodies/cedaw/cedaws42.htm.

* Bronnen: Progress achieved in the implementation of the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women: Report by the Committee on the Elimination of Discrimination against Women (A/CONF.177/7) en Dubravka Šimonovic, Chairperson Committee on the Elimination of Discrimination against Women naar aanleiding van de 25ste verjaardag van de Commissie ter uitbanning van discriminatie van vrouwen.

Auteur: 
Marie-Noëlle Veys
hier niet op duwen