China voert repressie op in aanloop naar herdenking Tiananmen-demonstraties

China voert repressie op in aanloop naar herdenking Tiananmen-demonstraties

Actueel

De afgelopen weken heeft de Chinese politie tientallen activisten gevangengezet, onder huisarrest geplaatst of bedreigd omdat ze de 30e verjaardag van het neerslaan van de protesten op het Tiananmenplein wilden herdenken. Ook familieleden van mensen die toen werden gedood, waren het mikpunt van de politie.

Op 3 en 4 juni 1989 werden honderden, wellicht duizenden, ongewapende demonstranten en burgers op het Tiananmenplein in Beijing gedood toen militairen het vuur op hen openden. De demonstranten riepen de autoriteiten vreedzaam op tot politieke hervormingen.

"Dertig jaar na het bloedbad op het Tiananmenplein verdienen de slachtoffers en hun familie gerechtigheid", zegt Roseann Rife van Amnesty International. "President Xi blijft degenen die de waarheid willen weten, lastigvallen in een poging de gebeurtenissen van 4 juni uit het geheugen te wissen. Een eerste stap naar gerechtigheid zou zijn om toe te staan dat de bevolking in China, onder wie ook de ouders van kinderen die toen zijn omgekomen, de slachtoffers mogen herdenken."

Aanhoudende censuur

Elke verwijzing naar de gebeurtenissen op het Tiananmenplein wordt in China systematisch gecensureerd.

“Tank Man”, een iconisch beeld van verzet © Jeff Widener/AP/REX/Shutterstock

In april werd activist Chen Bing tot drieënhalf jaar gevangenisstraf veroordeeld nadat hij samen met drie anderen – Fu Hailu, Luo Fuyu en Zhang Junyong – schuldig was bevonden aan ‘ruzie zoeken en aanzetten tot moeilijkheden’. Die aanklacht volgde nadat ze via sociale media een Chinese likeur aanprezen met een zelfgemaakt etiket dat verwees naar het bloedig neerslaan van de studentenopstand op 4 juni 1989.

Een andere activist, Deng Chuanbin, werd op basis van dezelfde aanklacht vastgezet. Zijn detentie houdt naar alle waarschijnlijkheid verband met een tweet die hij verstuurde over de protesten op het Tiananmenplein.

Ding Zilin

De 82-jarige Ding Zilin verloor in 1989 haar toen 17-jarige zoon Jiang Jielian. Op 20 mei 2019 werd ze gesommeerd haar huis in Beijing te verlaten en naar haar geboorteplaats, 1.100 kilometer verderop, te gaan. Dit is een gebruikelijke tactiek van de autoriteiten om activisten het zwijgen op te leggen en te voorkomen dat zij zich zouden uitspreken tegenover buitenlandse media.

Ding Zilin is de oprichter van de 'Moeders van Tiananmen', een groep familieleden van slachtoffers die een onderzoek eisen naar wat er 30 jaar geleden op het plein is gebeurd. De laatste weken werden ook leden van deze groep onder politiebewaking geplaatst.

Toenemende onderdrukking

De onderdrukking van mensen die het bloedbad willen herdenken, past binnen de toegenomen repressie van activisten in China. Onder president Xi hebben de Chinese autoriteiten tal van mensenrechtenadvocaten en activisten buitenspel gezet, door middel van willekeurige arrestaties, incommunicado detentie (waarbij geen contact met de buitenwereld mogelijk is), foltering en andere vormen van mishandeling.


"De tijd dringt voor de bejaarde ouders wiens kinderen werden vermoord om de waarheid en gerechtigheid krijgen. We dringen er bij de Chinese autoriteiten op aan om een open en onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het gewelddadige optreden van 1989."

Roseann Rife, Directeur Oost-Azië bij Amnesty International

 

Amnesty’s oproep

Amnesty International roept de Chinese regering op om:

  • de mensenrechtenschendingen te erkennen die plaatsvonden tijdens het gewelddadig optreden tegen de protesten op het Tiananmenplein in 1989;

  • een onafhankelijk onderzoek te openen naar de mensenrechtenschendingen die toen zijn gepleegd en de verantwoordelijken aansprakelijk te stellen;

  • een compensatie te voorzien voor de slachtoffers van de bloedige gebeurtenissen en hun familieleden;

  • een einde te maken aan het lastigvallen en vervolgen van mensen die de protesten op het Tiananmenplein willen herdenken of zich erover uitspreken.