Syrische autoriteiten verantwoordelijk voor verdwijning van tienduizenden mensen

Syrische autoriteiten verantwoordelijk voor verdwijning van tienduizenden mensen

Rapport

De Syrische overheid heeft de voorbije vier jaar op grote schaal mensen laten verdwijnen. Informatie over die vermisten levert het regime op de zwarte markt heel wat geld op.

Het rapport Between prison and the grave: enforced disappearances in Syria brengt de meedogenloze en nauwkeurig uitgekiende overheidscampagne van gedwongen verdwijningen in Syrië in kaart. Amnesty beschrijft in het rapport hoe informatie over de verdwenen personen op de zwarte markt verhandeld wordt.

Misdaden tegen de mensheid

“De massale gedwongen verdwijningen maken deel uit van een kil berekende en grootschalige aanval op de burgerbevolking. Het zijn misdaden tegen de mensheid die kaderen in een zorgvuldig georkestreerde campagne die gericht is op het zaaien van terreur en het onderdrukken van elke vorm van protest”, zegt Philip Luther, directeur Midden-Oosten en Europa van Amnesty International. “Het rapport beschrijft gedetailleerd de ravage en de trauma’s die gedwongen verdwijningen teweeg brengen bij de families van de tienduizenden mensen die in Syrië spoorloos verdwenen zijn.”

De slachtoffers van gedwongen verdwijningen zijn vreedzame tegenstanders van de regering, zoals betogers, mensenrechtenactivisten, journalisten, dokters en hulpverleners. Anderen worden geviseerd omdat de regering hen deloyaal vindt zoals vermeende deserteurs. Ook familieleden van personen die door het regime gezocht worden, zijn niet veilig voor gedwongen verdwijning.

Het Syrische Netwerk voor Mensenrechten heeft sinds 2011 minstens 65.000 verdwijningen geregistreerd – in 58.000 gevallen gaat het om burgers. Volgens Amnesty ligt het werkelijke aantal wellicht hoger. De slachtoffers worden vaak vastgehouden in overvolle gevangeniscellen in vreselijke omstandigheden en geïsoleerd van de buitenwereld. Velen sterven door ziekte, foltering of buitengerechtelijke executies. 

Bron van inkomsten voor overheid

De verdwijningen zijn dagelijkse kost in Syrië en hebben een zwarte markt in het leven geroepen waar ‘tussenpersonen’ geld afpersen van mensen die wanhopig op zoek zijn naar de verblijfplaats of een teken van leven van hun vermiste familieleden. De sommen die worden betaald, variëren van een paar honderden tot tienduizenden dollars. De tussenpersonen hebben nauwe banden met de overheid en een groot deel van het geld komt bij de staat terecht.

Volgens een Syrische mensenrechtenactivist is de zwarte markt rond gedwongen verdwijningen “een belangrijk deel van de Syrische economie” geworden. Een advocaat voegt daaraan toe dat het geld dat familieleden aan informatie spenderen “een belangrijke bron van inkomsten voor het regime is geworden.” 

Sommige families hebben hun eigendom verkocht of al hun spaargeld gespendeerd om aan informatie te geraken over het lot van hun familieleden. Soms is die informatie vals. Een man vertelde Amnesty International dat hij meer dan 150.000 dollar leende om te achterhalen waar zijn drie broers waren die in 2012 spoorloos verdwenen. Hij verblijft en werkt nu in Turkije om zijn schulden terug te kunnen betalen.

Familieleden die op zoek gaan naar verdwenen verwanten riskeren zelf gearresteerd te worden of te verdwijnen. Een man die de autoriteiten had gevraagd waar zijn broer was, werd drie maanden vastgehouden en bracht weken in eenzame opsluiting door. Een andere man die naar Damascus ging om zijn verdwenen zoon te zoeken, werd onderweg aan een militaire controlepost gearresteerd en is sindsdien spoorloos.

Moedwillige campagne 

Een vriend van de Syrische mensenrechtenadvocaat Khalil Ma’touq, die drie jaar geleden verdween, zegt dat deze verdwijningen deel uitmaken van “een bewuste strategie van de overheid om het Syrische volk te terroriseren.” Zijn dochter Raneem Ma’touq werd ook vier maanden opgesloten en gefolterd.

Even aangrijpend is het verhaal van tandartse Rania al-Abbasi. Zij werd in 2013 gearresteerd, samen met haar zes kinderen tussen 2 en 14 jaar oud. De dag voordien was haar man al opgepakt in hun huis. Van het hele gezin is sindsdien niets meer vernomen. Aangenomen wordt dat de regering hen viseerde omdat ze humanitaire hulp verleenden aan families in hun buurt.

“Deze gedwongen verdwijningen maken deel uit van een moedwillige en wrede campagne van de Syrische regering. Er moet onmiddellijk een einde aan gemaakt worden en de families moeten informatie krijgen over het lot van hun vermiste verwanten of over de plaats waar ze zich bevinden. Alle mensen die gevangen zitten wegens hun mening moeten onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijgelaten worden,” zegt Philip Luther.

De massale gedwongen verdwijningen zijn veroordeeld door een aantal staten en de Verenigde Naties. In februari 2014 nam de VN-Veiligheidsraad resolutie 2139 aan, waarin zij opriep een einde te maken aan de gedwongen verdwijningen in Syrië. Maar de raad moet nog meer stappen zetten om de uitvoering van deze resolutie af te dwingen.

“De VN-Veiligheidsraad moet dringend de situatie in Syrië doorverwijzen naar het Internationale Strafhof en gerichte sancties opleggen, zoals het bevriezen van financiële tegoeden, om de autoriteiten te dwingen tot het stopzetten van de verdwijningen,” aldus Philip Luther.

“Staten die Syrië steunen, zoals Iran en Rusland, mogen niet de andere kant opkijken als het gaat om misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. De steun van Rusland is van groot belang voor het regime van president Bashar al-Assad. Dat land bevindt zich dan ook in een unieke positie om de Syrische regering aan te zetten tot het beëindigen van deze wrede en laffe campagne van verdwijningen.” 

hier niet op duwen