Syrië: Raqqa in puin na ‘vernietigingsoorlog’ onder leiding van VS

Syrië: Raqqa in puin na ‘vernietigingsoorlog’ onder leiding van VS

Rapport
  • Amnesty International deed veldonderzoek in verwoeste stad
  • Coalitie onder leiding van VS vuurde groot aantal onnauwkeurige explosieve wapens af in door burgers bewoonde zones
  • Zelfs precisiebommen van Coalitie eisten verschrikkelijke tol onder burgers
  • Honderden burgers werden gedood en nadien mochten IS-strijders vertrekken

Tussen de puinhopen in Raqqa vragen burgers zich af waarom de troepen van de door de Verenigde Staten geleide Coalitie de stad verwoestten en honderden burgers doodden toen ze hen kwamen “bevrijden” van de gewapende groep “Islamitische Staat”.

Onderzoekers van Amnesty International bezochten in de kapotgeschoten stad 42 plaatsen die getroffen werden door luchtaanvallen, en interviewden 112 burgerbewoners die het bloedbad overleefden maar geliefden verloren.

Hun verhalen vullen het nieuwe rapport ‘War of annihilation’: Devastating Toll on Civilians, Raqqa – Syria’, dat Amnesty International uitbrengt aan de vooravond van de eerste verjaardag van het offensief tegen IS.

 

De Coalitie heeft altijd volgehouden dat haar troepen het nodige deden om de verliezen onder de burgerbevolking tot een minimum te beperken. De verhalen in het rapport zetten die bewering op losse schroeven. Het rapport gaat uitvoerig in op vier emblematische gevallen van families die de brutale gevolgen van de meedogenloze luchtbombardementen ondervonden. De vier families samen verloren 90 verwanten en buren – 39 van hen behoorden tot één en dezelfde familie – die bijna allemaal gedood werden door luchtaanvallen van de Coalitie.

Deze cases zijn geen alleenstaande gevallen en tonen duidelijk aan dat veel aanvallen van de Coalitie die burgerdoden veroorzaakten en huizen en infrastructuur vernietigden, wellicht schendingen waren van het internationale humanitaire recht.

“Als aanval na aanval zoveel burgers omkomen, dan is er duidelijk iets mis. Dat er zoveel maanden later nog geen onderzoek is gedaan naar de incidenten, maakt de tragedie nog erger. De slachtoffers verdienen gerechtigheid,” Donatella Rovera, senior crisisexpert van Amnesty International.

“De bewering van de Coalitie dat ze met haar precieze luchtcampagne IS weg kon bombarderen uit Raqqa en tegelijk toch erg weinig burgerslachtoffers maakte, houdt geen steek. In Raqqa troffen we een niveau van vernietiging aan, te vergelijken met wat we hebben gezien in de decennia dat we oorlogen coveren.”

“Het brutale, vier jaar durende IS-bewind stond bol van de oorlogsmisdaden. Maar de schendingen van IS, waaronder het gebruiken van burgers als menselijk schild, ontslaan de Coalitie niet van haar verplichting om alle mogelijke voorzorgen te nemen om de schade voor burgers tot een minimum te beperken. Wat de stad platlegde, en zoveel burgers doodde en verwondde, was het herhaaldelijke gebruik door de Coalitie van explosieve wapens in dichtbevolkte zones, waarvan ze wisten dat burgers er in de val zaten. Zelfs precisiewapens zijn maar zo precies als de keuze van de doelwitten.”

‘Vernietigingsoorlog’

Kort voor het begin van de militaire campagne beloofde de Amerikaanse minister van Defensie James Mattis een ‘vernietigingsoorlog’ tegen IS.

Om IS te verjagen uit zijn zogenaamde “hoofdstad” Raqqa doodde en verwondde de VS-Coalitie van 6 juni tot 12 oktober 2017 duizenden burgers en vernielde grote delen van de stad. Huizen, privé- en openbare gebouwen en infrastructuur werden tot puin herleid of onherstelbaar beschadigd.

Bewoners raakten ingesloten toen in de straten van Raqqa de gevechten volop woedden tussen IS-militanten en de door Koerden geleide strijders van SDF (Syrian Democratic Forces), gesteund door de meedogenloze lucht- en artillerieaanvallen van de Coalitie. IS blokkeerde de vluchtwegen met mijnen en schoot op burgers die probeerden te vluchten. Honderden burgers werden gedood, sommigen in hun huis, anderen net daar waar ze een schuilplaats hadden gezocht, nog anderen toen ze probeerden te ontsnappen.

Amerikaanse, Britse en Franse coalitietroepen voerden tienduizenden luchtaanvallen uit. De VS-troepen gaven toe dat ze 30.000 artilleriebeschietingen hebben uitgevoerd tijdens het offensief tegen Raqqa. VS-roepen waren verantwoordelijk voor meer dan 90% van de luchtaanvallen.

“Een hoge Amerikaanse legerofficier zei dat meer artilleriegranaten op Raqqa werden gegooid dan op enige andere plaats sinds de Vietnam-oorlog. Aangezien artilleriegranaten een foutenmarge van meer dan honderd meter hebben, is het niet verwonderlijk dat zo’n grote aantallen burgerslachtoffers vielen,” zegt Donatella Rovera.

Bloedbad onder burgers

De slachtoffers die in het rapport aan bod komen, vertegenwoordigen het hele sociaal-economische spectrum van de stad en zijn van alle leeftijden: van een éénjarig babymeisje tot een gerespecteerde senior van in de tachtig. Sommigen zagen zich gedwongen in de stad te blijven omdat ze te arm waren om mensensmokkelaars te betalen; anderen bleven omdat ze te veel te verliezen hadden als ze hun huis en hun zaak achterlieten.

Hun schrijnende verhalen en immense verliezen contrasteren schril met de herhaalde beweringen van de Coalitie dat zij grote inspanningen heeft geleverd om de burgerlijke schade tot een minimum te beperken. In september 2017, toen het conflict op zijn hevigst woedde, schreef de bevelhebber van de Coalitie, de Amerikaanse luitenant-generaal  Stephen Townsend dat er “in de geschiedenis van het gewapende conflict nooit eerder zo’n precieze luchtcampagne is geweest”.

Bewoners van Raqqa, zoals Munira Hashish, die luchtaanvallen overleefde, vertellen een ander verhaal: “Zij die bleven, stierven en zij die probeerden te vluchten, stierven. We hadden niet genoeg om de smokkelaars te betalen; we zaten in de val.” Met haar kinderen slaagde ze er uiteindelijk in door een mijnenveld te ontsnappen, “door over het bloed te stappen van de mensen die voor ons waren opgeblazen toen ze probeerden te vluchten.”

Alle vier de families die in het rapport voorkomen, doorstonden verschrikkelijke beproevingen.

De Aswads waren een familie van handelaars die hun hele leven hard hadden gewerkt om een huis te kunnen bouwen in Raqqa. Sommigen van hen bleven achter om hun bezittingen te beschermen tegen plundering, schuilend in hun kelder. Maar op 28 juni 2017 verwoestte een luchtaanval van de Coalitie het gebouw. Acht burgers, de meesten kinderen, kwamen daarbij om. Een ander familielid liet het leven toen  hij enkele dagen later terugkeerde naar de stad om de lichamen op te halen en op een IS-mijn trapte. 

Ondanks herhaalde pogingen om te vluchten, verloor de familie Hashish 18 leden, de meesten vrouwen en kinderen, in twee weken tijd in augustus. Een luchtaanval van de Coalitie doodde negen familieleden, zeven kwamen om toen ze probeerden te vluchten via een weg die door IS vol mijnen was gelegd en nog twee andere familieleden werden gedood door een mortier van de SDF.

Het geval van de familie Badran illustreert misschien nog het best hoe nijpend de situatie werd voor de burgers die in Raqqa in de val zaten. In de loop van een aantal weken werden bij vier aparte luchtaanvallen van de Coalitie 39 leden van deze familie gedood toen zij zich van de ene plaats naar de andere repte, in een wanhopige poging de snel schuivende frontlijnen te vermijden.

“We dachten dat de troepen die Daesh [IS] kwamen verjagen, hun vak wel zouden kennen en Daesh zouden aanvallen terwijl ze de burgers met rust zouden laten. We waren naïef. Toen we beseften hoe gevaarlijk het overal was geworden, was het te laat; we zaten in de val”, vertelde Rasha Badran aan Amnesty International. Na verschillende pogingen om te vluchten, kon zij met haar echtgenoot uiteindelijk ontsnappen. Hun hele familie verloren ze, onder wie hun enige kind, Tulip, een meisje van een jaar. Haar kleine lichaam begroeven ze onder een boom. 

Wat de Fayads overkwam, ten slotte, toont de gevolgen van een blitzaanval van de Coalitie in de laatste uren van de strijd, die hele families wegveegde in de wijk Harat al-Badu van centraal Raqqa, hoewel men wist dat IS-strijders daar burgers gebruikten als menselijk schild. De dood van Mohammed “Abu Saif” Fayad en 15 familieleden en buren in luchtaanvallen van de Coalitie in de ochtend van 12 oktober lijkt des te zinlozer omdat, amper enkele uren later, de SDF en de Coalitie met IS een deal sloten, die de overblijvende IS-strijders een veilig vertrek uit Raqqa garandeerde.

“Als de coalitie en haar SDF-bondgenoten van plan waren de IS-strijders uiteindelijk een veilige doorgang en straffeloosheid te verlenen, wat was dan het mogelijke militaire voordeel van de vernietiging van praktisch een volledige stad en het doden van zoveel burgers?” vraagt Benjamin Walsby, Midden-Oosten-researcher van Amnesty International, zich af.

Mogelijke oorlogsmisdaden

De Coalitie-aanvallen die beschreven worden in het rapport passen in een breder kader. Er zijn sterke bewijzen dat lucht- en artillerieaanvallen van de Coalitie duizenden burgers hebben gedood en verwond, onder meer door buitensporige of willekeurige aanvallen die is strijd zijn met het internationale humanitaire recht en mogelijk oorlogsmisdaden zijn.

Amnesty International heeft defensie-ambtenaren aangeschreven in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk – waarvan de troepen de luchtaanvallen boven Raqqa uitvoerden –met het verzoek om bijkomende informatie over deze en andere aanvallen. De mensenrechtenorganisatie vroeg naar Coalitie-tactieken, keuze van doelwitten,  voorzorgen die werden genomen bij het plannen en uitvoeren van aanvallen en eventuele onderzoeken die tot dusver waren gevoerd.

Amnesty International dringt er bij de leden van de Coalitie op aan onpartijdig en grondig onderzoek te voeren naar de beschuldigingen van schendingen en burgerslachtoffers, en publiek de schaal en de ernst van het verlies van burgerlevens en de vernietiging van burgereigendommen in Raqqa te erkennen.

Ze moeten de resultaten van hun onderzoeken bekendmaken en de essentiële informatie vrijgeven die noodzakelijk is om na te gaan of ze de internationale humanitaire wetten naleefden. Verder moeten de procedures herzien worden waarop de Coalitie zich baseert om te beslissen of aantijgingen in verband met burgerslachtoffers geloofwaardig zijn. En ze moeten gerechtigheid en herstel garanderen voor de slachtoffers van schendingen. De Coalitie moet eveneens de moeizame ontmijnings- en reconstructiewerken die in Raqqa aan de gang zijn beter ondersteunen.

“De burgers van Raqqa die naar huis terugkeren, vinden ruïnes en moeten hun geliefden vanonder het puin halen. Zelf lopen ze het risico te sterven of gewond te raken door mijnen, geïmproviseerde bommen en onontplofte explosieven. De weigering van de Coalitie haar rol in deze catastrofale situatie te erkennen, maakt het onrecht alleen maar groter,” besluit Benjamin Walsby.