Sri Lanka: geweld en discriminatie van moslims door de staat sterk toegenomen

Sri Lanka: geweld en discriminatie van moslims door de staat sterk toegenomen

Persbericht

De moslimgemeenschap van Sri Lanka wordt sinds 2013 steeds vaker gediscrimineerd en geïntimideerd en het gebruik van geweld tegen hen neemt sterk toe, met als dieptepunt overheidsbeleid dat expliciet op moslims is gericht. Dat staat in een nieuw rapport van Amnesty International dat vandaag is gepubliceerd.

From Burning Houses to Burning Bodies. Anti-Muslim Violence, Discrimination and Harassment in Sri Lanka, beschrijft de ontwikkeling van anti-moslimsentiment in Sri Lanka sinds 2013, te midden van opkomend Singalees-boeddhistisch nationalisme. Dit soort discriminatie werd van een toenemende reeks van ongestraft gepleegde aanvallen vanuit delen van de bevolking tot overheidsbeleid waarin moslims expliciet worden gediscrimineerd, waaronder de gedwongen crematie van moslimslachtoffers van Covid-19 en voorstellen om zowel de niqab (gezichtssluier) als de madrasa’s (religieuze scholen) te verbieden.

‘Hoewel anti-moslimsentiment in Sri Lanka niets nieuws is, is de situatie de afgelopen jaren sterk achteruitgegaan. Gevallen van geweld tegen moslims, gepleegd met stilzwijgende goedkeuring van de autoriteiten, hebben zich alarmerend vaak voorgedaan. Dit ging gepaard met de goedkeuring door de huidige regering van retoriek en beleid die openlijk vijandig staat tegenover moslims’, zegt Kyle Ward, plaatsvervangend secretaris-generaal van Amnesty International.

‘De Sri Lankaanse autoriteiten moeten deze trend doorbreken en hun plicht nakomen om moslims te beschermen tegen verdere aanvallen, daders verantwoordelijk houden en een einde te maken aan overheidsbeleid om de moslimgemeenschap aan te vallen, lastig te vallen en te discrimineren.’

Toenemende vijandigheid tegen moslims

Geweldsincidenten tegen moslims zijn sinds 2013 in frequentie en intensiteit toegenomen, met een reeks incidenten waarbij mensen die moslims aanvallen en verantwoordelijk zijn voor haatzaaien straffeloos kunnen opereren.

Deze vijandigheid begon met de anti-halal-campagne in 2013, toen Singalees boeddhistische nationalistische groepen met succes lobbyden om een ​​einde te maken aan de halal- certificering van voedsel. De campagne leidde tot aanvallen op moskeeën en bedrijven van moslims, waarbij het gebrek aan optreden door de overheid een signaal was dat geweld tegen moslims ongestraft blijft.

Het jaar daarop begonnen anti-islamitische rellen in de zuidelijke kustplaats Aluthgama nadat een Singalees boeddhistische nationalistische groep een betoging hield in de stad. Ook hier werden geweldplegers niet berecht en slaagden autoriteiten er niet in slachtoffers recht te doen.

Ondanks een nieuwe regering in 2015, die gerechtigheid en verantwoordelijkheid voor etnische en religieuze minderheden beloofde, bleven aanvallen op moslims plaatsvinden. Kort na de verkiezingen in 2017 laaide het anti-moslimgeweld op in de zuidelijke kustplaats Ginthota. In 2018 vond vergelijkbaar geweld plaats vond in Digana en Ampara, steden in de centrale en oostelijke provincies. Niet alleen gingen daders vrijuit, slachtoffers en getuigen vonden dat politie en krijgsmacht onvoldoende bescherming boden of optraden om het geweld te voorkomen.

Escalatie sinds aanslagen op Paaszondag 2019

De vijandigheid tegen moslims nam aanzienlijk toe nadat op Paaszondag 2019 meer dan 250 mensen werden gedood bij gecoördineerde zelfmoordaanslagen gepleegd door een lokale islamitische groep en opgeëist door de Islamitische Staat.

Na deze aanslagen werden op 13 mei 2019 moslims in verschillende steden in de noordwestelijke provincie van Sri Lanka aangevallen tijdens de ramadan. Moskeeën in het hele land werden aangevallen en een golf van ‘hate speech’ was te vinden op sociale media. Noodverordeningen die door de autoriteiten werden doorgevoerd, werden ook gebruikt om willekeurig honderden moslims te arresteren in de nasleep van de aanslagen.

Sinds haar aantreden blijft de huidige regering de moslims aanvallen en tot zondebok maken om de aandacht af te leiden van politieke en economische problemen.

Dit bleek ook duidelijk uit het verplichte crematiebeleid bij overleden Covid-19-slachtoffers, ondanks het uitdrukkelijke verbod op crematie in de islam, en een gebrek aan wetenschappelijk bewijs dat het begraven van slachtoffers de verspreiding van de ziekte niet bevordert.

Overheidsbeleid gericht op moslims

Hoewel het gedwongen crematiebeleid onder internationale druk is teruggedraaid voorafgaand aan een stemming over Sri Lanka in de VN-Mensenrechtenraad, proberen de autoriteiten nog steeds nieuwe discriminerende wetgeving door te voeren. Hieronder vallen bijvoorbeeld een niqab-verbod en een verbod op madrasa’s. Indien aangenomen, zouden deze verboden in strijd zijn met de vrijheid van discriminatie op grond van religie die wordt gegarandeerd en gewaarborgd door de grondwet van Sri Lanka en door internationale mensenrechtenverdragen waaraan Sri Lanka is gebonden.

De autoriteiten hebben ook bestaande wetgeving gebruikt om moslims aan te vallen, waaronder de Preventie van Terrorismewet (PTA), die toestaat dat verdachten tot 90 dagen zonder aanklacht worden vastgehouden zonder voor een rechtbank te verschijnen. Daarnaast is de IVBPR-wet misbruikt, een wet die bedoeld is om de verspreiding van raciale of religieuze haat, die neerkomt op het aanzetten tot discriminatie, vijandigheid of geweld, te verbieden.

Het rapport beschrijft verschillende gevallen waarin deze wetten zijn misbruikt tegen individuen, waaronder bij Hejaaz Hezbollah, een advocaat en activist die al meer dan 15 maanden vastzit, en Ahnaf Jazeem, een dichter en leraar, die op 16 mei 2020 werd gearresteerd, na ongefundeerde beweringen over zijn Tamil-taalpoëzie.

‘Van antiterrorismewetten en gedwongen crematies tot niqabs en madrasa’s, de Sri Lankaanse regering heeft een discriminerende beleidsagenda ten opzichte van moslims. Amnesty International dringt er bij de autoriteiten op aan om deze discriminerende agenda te heroverwegen, en we roepen de internationale gemeenschap op om toezicht te houden op en maatregelen te nemen om de vrijheid en bescherming van minderheden in Sri Lanka te waarborgen’, aldus Kyle Ward.