"Soedan-onderzoek komt te laat, maar is van levensbelang"

"Soedan-onderzoek komt te laat, maar is van levensbelang"

Blog

In een vandaag verschenen opiniestuk in De Standaard laat Amnesty-directeur Wies De Graeve er geen twijfel over bestaan: België is de mist ingegaan in de zaak Soedan. Hopelijk zal ons land het internationale recht in de toekomst respecteren.

"Een officieel onderzoek naar de mogelijke mishandeling van gerepatrieerde Soedanezen, moet opheldering brengen. Het grondige werk moet eigenlijk gebeuren vóór je mensen terugstuurt, niet erna, maar dat belet niet dat er ook nu nog belangrijke lessen te trekken zijn.

De essentie van de zaak is de toepassing van het principe van non-refoulement, dat vastligt in het internationaal recht. Dat zegt dat je geen mensen mag terugsturen naar een land of situatie waar ze een reëel risico lopen om gefolterd of mishandeld te worden. Dat geldt voor hen die asiel vragen, maar ook voor hen die dat niet doen. Concreet wil dat zeggen dat je vóór je iemand terugstuurt naar Soedan, telkens een grondige individuele afweging moet maken of hij risico loopt om gefolterd of mishandeld te worden.

Zo’n individuele afweging is geen gemakkelijke klus: informatie van de betrokken persoon (bijvoorbeeld ­regio van herkomst, etnische achtergrond, politieke overtuiging, voorgeschiedenis, …) moet samen worden gelegd met alle beschikbare informatie over het land. Toch is het net dit onderzoek dat van levensbelang kan zijn. De verschrikkelijke mensenrechtensituatie en de folterpraktijken in Soedan zijn goed gedocumenteerd. Het onderzoek dat moet gebeuren voor een persoon teruggestuurd kan worden naar Soedan, is dus zwaarwichtig. En daar is het de voorbije maanden grondig misgelopen.

Geen tolken

De regering heeft samengewerkt met een officiële ‘identificatiemissie’ van de Soedanese autoriteiten. Daarover was geen overeenkomst met duidelijke afspraken tussen de Belgische en Soedanese overheid. Bij het ‘identificatieproces’ van die Soedanese missie was wel iemand van de Dienst Vreemdelingzaken aanwezig, maar geen tolk. De gesprekken zijn ook niet geregistreerd. De Belgische diensten baseerden zich op de identificatie door de Soedanese delegatie zonder te weten wat gezegd werd. Ze hadden dus geen enkele controle over eventuele druk of bedreigingen. Dat is onverantwoord.


"Of de Soedanezen al dan niet een asielaanvraag indienden, doet er niet toe: het folterverbod is absoluut"


Het is ook twijfelachtig of er een grondig onderzoek is gebeurd, voor mensen zijn teruggestuurd. Er zijn veel aanwijzingen dat dat alvast in enkele gevallen niet zo was. Er was sprake van een ‘summiere’ toetsing’. Summier is niet grondig en niet verantwoord in deze situatie. Nogmaals: of de persoon al dan niet een asielaanvraag indiende, doet er niet toe. Het folterverbod is absoluut.

Een ­andere aanwijzing dat een grondig onderzoek ontbrak, is dat staats­secretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) in het parlement aangaf niet te weten uit welke herkomstregio de geïdentificeerde Soedanezen kwamen. Nochtans is het uit den boze om mensen afkomstig uit regio’s als Darfoer terug te sturen, gezien de conflictsituatie. Dat benadrukte ook het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen in een nota in oktober.

De risico’s die je in rekening moet brengen bij terugkeer naar Soedan, zijn alombekend. Het onderzoek van Amnesty International laat weinig aan de verbeelding over. Behalve de desastreuze algemene mensenrechtensituatie, verzamelden we ook getuigenissen van Soedanezen die werden teruggestuurd uit Italië en uit Jordanië. Hun verhaal komt overeen met de getuigenissen van mishandeling die het Tahrir Institute recent uitbracht.

Hardleers

België ging duidelijk de mist in, toen het mensen naar Soedan terugstuurde: de risicoanalyse is vooraf niet correct gebeurd. Toch is het belangrijk dat het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen na de feiten een onderzoeksopdracht heeft gekregen. Al is het nog onduidelijk wat dat onderzoek precies zal omvatten en hoe het zal gebeuren. In elk geval zijn een grondige doorlichting van de gevolgde procedure én een analyse van het ­risico dat teruggestuurden lopen aan de orde.

Om dat te doen, kan het nodig zijn info te verzamelen bij rechtstreekse betrokkenen. Onze ervaring leert dat dergelijk onderzoek complex, moeilijk en risicovol is. Of je er nu fysiek naartoe gaat of niet: wat vooropstaat, is dat je mensen niet nog meer in gevaar brengt door je onderzoek. Mogelijke slachtoffers, maar ook alle anderen die betrokken zijn, bijvoorbeeld tussen­personen, chauffeurs of logistieke ondersteuners. Getuigenissen moeten worden omkaderd door andere getuigenissen, medische informatie, materiële aanwijzingen en voorgaand onderzoek. Maar met de nodige zorg brengt zo’n onderzoek concrete mensenrechtenschendingen binnen in dit debat dat de essentie uit het oog dreigt te verliezen.

Bijkomende informatie over wat er concreet in Soedan gebeurt, moet verder richting geven aan het beleid. Er zouden ondertussen al tien mensen teruggestuurd zijn, maar er zijn er nog tientallen die mogelijk uitgewezen worden. Het onderzoek van het Commissariaat-Generaal moet erop toezien dat ons hardleerse land het internationale recht in de toekomst respecteert. Een onderzoek louter als politieke exit zou een aanfluiting zijn voor de mensenrechten, en vooral voor het lot van de betrokkenen in de Soedanese folterkamers. Ons advies is duidelijk: geen krakkemikkige samenwerking meer met de Soedanese overheid en grondig individueel onderzoek vóór mensen teruggestuurd worden."