SEKSUEEL GEWELD IN CONFLICTZONES: ROHINGYA

SEKSUEEL GEWELD IN CONFLICTZONES: ROHINGYA

Uit de beweging

In november kwam het nieuws dat Amnesty International de eretitel introk van Aung San Suu Kyi, de regeringsleider van Myanmar. Reden hiervoor is haar onwil in te grijpen bij de talloze mensenrechtenschendingen die het Myanmarese leger afgelopen jaren heeft gepleegd.
 
De vervolging van de Rohingya werd door de Verenigde Naties een ‘schoolvoorbeeld van etnisch zuiveren’ genoemd. Meer dan 720.000 mensen vluchtten naar Bangladesh nadat militairen talloze dorpen van de Rohingya platbrandden en zich schuldig maakten aan moordpartijen en folteringen. Tijdens deze bloedige vervolging werd ook op grote schaal seksueel geweld gebruikt.

Seksueel geweld als strategie

De secretaris-generaal van de Verenigde Naties António Guterres beschrijft het seksuele geweld als een belangrijk deel van de strategie van het Myanmarese leger. Het doel van de verkrachtingen was de Rohingya vernederen, traumatiseren en collectief straffen. Ook de toekomst van de Rohingya als etniciteit zou door massaverkrachtingen kunnen ‘tegengehouden worden’. Myanmar vreest namelijk dat de Rohingya door een hoge fertiliteit ooit een meerderheid zou kunnen worden. Militairen verkrachtten daarom vooral jonge meisjes en zwangere vrouwen, omdat zij symbool staan voor de toekomst van de Rohingya.
 
Seksueel geweld in conflictgebieden is niet enkel traumatisch voor de slachtoffers zelf, de volledige gemeenschap wordt gebroken. Vaak moeten familieleden toekijken hoe hun dochter, zus of moeder verkracht wordt. Terugkeren naar de plaats van het trauma is bijgevolg zeer moeilijk, iets waar de Myanmarese militairen zich zeer bewust van waren. De regering van Myanmar noemt beschuldigingen van seksueel geweld echter ‘fake news’. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze Rohingya-vrouwen ‘niet aantrekkelijk genoeg’ noemen om verkracht te worden.

Stigma en schaamte

De horror stopt niet na de verkrachting. De Rohingya verstoten vaak de slachtoffers en zien hen als schuldig aan hun eigen verkrachting. Sommige slachtoffers raken ook zwanger als gevolg van de verkrachting. Heel wat jonge meisjes willen hun zwangerschap stopzetten eens ze in de vluchtelingenkampen aankomen, maar abortus is sterk gereguleerd in Bangladesh. Toch voeren sommige ziekenhuizen een abortus uit, wanneer de ouders van het meisje hiervoor toestemming geven. Door het stigma en de schaamte durven de slachtoffers die toestemming niet te vragen, waardoor ze ongewenst moeder worden. Anderen laten onveilige abortussen uitvoeren, met alle gevolgen van dien.
 
Bovendien is huiselijk geweld binnen de Rohingya door decennialange vervolging een constante geworden. In een periode van zes dagen rapporteerde de Verenigde Naties 306 gevallen van gendergerelateerd geweld in de vluchtelingenkampen. Van die gevallen moest 96% doorverwezen worden naar de nooddienst. Ook kindhuwelijken stijgen in de kampen.

Wat nu?

Vrouwen en meisjes zijn extra kwetsbaar in conflicten en in vluchtelingenkampen. Die realiteit moet in rekening worden gebracht bij het uitbouwen van een hulpstrategie. Met steun van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) werden safe-spaces opgericht waar vrouwen en meisjes terecht konden voor medische hulp en psychologische begeleiding. Maar er is meer nodig. Seksueel geweld in conflictzones wordt zelden serieus genomen. De uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Dennis Mukwege en Nadia Murad voor hun strijd tegen seksueel geweld is een stap in de goede richting, maar een internationaal legaal kader ontbreekt. De tijd is aangebroken om daders van seksueel geweld in conflictzones te vervolgen. Hun tijd zit er op.

hier niet op duwen