Rusland: Kremlin wurgt onafhankelijke journalistiek en anti-oorlogsbeweging

Rusland: Kremlin wurgt onafhankelijke journalistiek en anti-oorlogsbeweging

Persbericht

Sinds de invasie van Oekraïne treden de Russische autoriteiten ongekend hard op tegen onafhankelijke journalistiek, anti-oorlogsprotesten en afwijkende meningen. Onafhankelijke media en sociale media werden geblokkeerd. Meer dan 150 journalisten zijn het land ontvlucht nu onafhankelijke berichtgeving over de oorlog kan leiden tot 15 jaar gevangenisstraf.

De autoriteiten ontnemen Russen zo het recht om toegang te krijgen tot objectieve, onbevooroordeelde en betrouwbare informatie. Roskomnadzor, de Russische mediatoezichthouder, heeft ook de toegang tot Facebook en Twitter geblokkeerd.

"Al twee decennia lang voeren de Russische autoriteiten een geheime oorlog tegen afwijkende stemmen door journalisten te arresteren, onafhankelijke redacties aan te pakken en media-eigenaren te dwingen zelfcensuur op te leggen", zegt Marie Struthers van Amnesty International. "Maar nadat Russische tanks Oekraïne waren binnengedrongen, schakelden de autoriteiten over op een strategie van de verschroeide aarde die het Russische medialandschap in een woestenij heeft veranderd."

Verboden woorden

Sinds het begin van de invasie begon de mediatoezichthouder Roskomnadzor met censureren om zo afwijkende meningen het zwijgen op te leggen. Op 24 februari beval de toezichthouder alle media om alleen officiële, door de staat gesanctioneerde informatiebronnen te gebruiken. Anders zouden zware straffen volgen voor het verspreiden van ‘nepnieuws’. De woorden ‘oorlog’, ‘invasie’ en ‘aanval’ mochten allemaal niet worden gebruikt bij het beschrijven van de militaire acties van Rusland in Oekraïne.

Op 28 februari blokkeerde Roskomnadzor het radiostation Nastoyashchee Vremya (Tegenwoordige Tijd), een dochteronderneming van Radio Free Europe/Radio Liberty. Het radiostation zou ‘onbetrouwbare’ informatie verspreiden over de invasie. Op 1 maart waren bijna alle Oekraïense nieuwszenders ontoegankelijk voor internetgebruikers in Rusland.

Het Kremlin censureerde vervolgens een reeks onafhankelijke media, waaronder de omroep TV Rain, het radiostation Echo of Moscow, het in Letland gevestigde Meduza, de kritische Russische nieuwszenders Mediazona, Republic en Sobesednik, het activismeportaal Activatica en de Russischtalige websites van de BBC, Voice of America en Deutsche Welle.

Uittocht van journalisten

Het blokkeren van nieuwssites en de dreiging van strafrechtelijke vervolging heeft ook geleid tot een uittocht van journalisten uit Rusland. Volgens Agentstvo, een website voor onderzoeksjournalistiek die nu niet meer te bezoeken is in Rusland zelf, zijn sinds het begin van de oorlog minstens 150 journalisten het land ontvlucht.

TV Rain koos ervoor om de eigen uitzendingen op te schorten uit angst voor represailles. Znak.com, een belangrijke regionale nieuwszender, stopte haar activiteiten uit vrees voor censuur. Het radiostation Echo of Moscow werd uit de lucht gehaald; kort daarna besloten de met de staat verbonden eigenaren om het bedrijf te liquideren. Zelfs Novaya Gazeta, een toonbeeld van onafhankelijke journalistiek onder leiding van Nobelprijswinnaar Dmitry Muratov, kondigde op 4 maart aan dat het artikelen over de Russische invasie van Oekraïne zou verwijderen.

Sociale media verbannen

Vanaf 1 maart begon Roskomnadzor het verkeer op Twitter en Facebook te vertragen. Vervolgens werden beide bedrijven beschuldigd van het verspreiden van ‘onjuiste’ informatie over het conflict in Oekraïne. Op 4 maart werden beide sociale media platforms geblokkeerd.

"De vrije pers in Rusland is niet dood ondanks de pogingen daartoe van de autoriteiten", zegt Marie Struthers. "De dappere journalisten zetten hun cruciale werk voort. Niet meer op redactievloeren, maar als verbannen verslaggevers die over de hele wereld zijn verspreid. Je ziet hun verslagen misschien niet op tv of hoort ze niet op de radio, maar hun waarheid wordt live gestreamd op YouTube. Hun woorden sieren niet de pagina’s van kranten, maar gaan via Telegram-kanalen de hele wereld over. Belangrijke updates van al deze correspondenten moeten worden gedeeld en gewaardeerd", aldus Marie Struthers.

‘Buitenlandse agenten’ en ‘ongewenste organisaties’

De Russische autoriteiten gebruikten al beruchte repressieve wetgeving om de media en afwijkende meningen hard aan te pakken na de invasie. Op 5 maart werden twee onderzoeksbureaus, Vazhnye Istorii (Belangrijke Verhalen) en het Organised Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), aangemerkt als ‘ongewenste organisaties’ waardoor hun activiteiten strafbaar werden en hen de toegang tot Rusland werd ontzegd.

Op 9 maart werd in de Doema een nieuw wetsontwerp ingediend dat een ‘verenigd register’ creëert van alle huidige en voormalige werknemers of leden van ngo’s, openbare verenigingen en media-entiteiten die als ‘buitenlandse agenten’ worden bestempeld, alsook van individuen die als zodanig worden aangemerkt door de Russische autoriteiten.

Hardhandig optreden tegen anti-oorlogsprotesten

Ondanks de invoering van draconische beperkingen en een meedogenloze reactie van de politie op vreedzame protesten, blijft de Russische anti-oorlogsbeweging de straten vullen met demonstraties.

Volgens OVD-Info, een ngo die als politiewaakhond fungeert, zijn sinds 24 februari ongeveer 13.800 vreedzame demonstranten willekeurig vastgehouden na anti-oorlogsdemonstraties in heel Rusland. Onder hen waren zeker 5.000 vreedzame demonstranten die alleen al op 6 maart in 70 steden werden opgepakt.

Opgepakte demonstranten mishandeld

Mensen die in Rusland van hun vrijheid worden beroofd, worden door de autoriteiten stelselmatig onderworpen aan een pak slag, vernederingen en andere vormen van mishandeling. Veel mensen verklaarden dat hen de toegang tot een advocaat werd ontzegd en dat ze geen voedsel, water of beddengoed kregen.

In één specifiek geval, op 6 maart op het politiebureau van Brateyevo in Moskou, nam een demonstrant de audio op van een politieagent die tegen haar zei: "Het is voorbij. Poetin staat aan onze kant. Jullie zijn de vijanden van Rusland. Jullie zijn de vijanden van het volk." Daarna zei de agent: "We gaan jullie hier allemaal vermoorden en dat is alles. We krijgen er ook nog een beloning voor." De demonstrante werd ondertussen aan haar haren getrokken en met een plastic waterfles in het gezicht geslagen.

Criminalisering van ‘nepnieuws’

Op 4 maart voerde het Russische parlement wetgeving in die onafhankelijke berichtgeving verder strafbaar stelt. Zo is nu ook het delen van ‘valse informatie’ over de activiteiten van de Russische strijdkrachten strafbaar en ook het delen van informatie die Russische troepen ‘in diskrediet brengt’. Iedereen die van deze zogenaamde ‘misdaden’ wordt beschuldigd, kan buitensporig hoge boetes krijgen of een gevangenisstraf tot 15 jaar. In de drie daaropvolgende dagen werden meer dan 140 mensen vastgehouden door middel van de nieuwe wet die het gebruik van het woord ‘oorlog’ verbiedt, net als oproepen tot ‘vrede’.

"In zulke donkere tijden kunnen alleen solidariteit en goede wil het geweld door de staat en ongebreidelde wetteloosheid bestrijden", zegt Marie Struthers. "We roepen de Russische autoriteiten op om een einde te maken aan hun meedogenloze aanval op maatschappelijke organisaties en journalisten. En we vragen de internationale gemeenschap om alle mogelijke steun te verlenen aan Russische verslaggevers, mensenrechtenverdedigers en activisten die de waarheid blijven brengen en opkomen tegen onrecht, ondanks dat ze vreselijk lijden voor hun zaak."