Rusland holt demonstratierecht steeds verder uit

Rusland holt demonstratierecht steeds verder uit

Rapport

De Russische autoriteiten hollen het recht op vrijheid van demonstratie en protest steeds verder uit met restrictieve wetten, hardhandig politieoptreden en de strafrechtelijke vervolging van vreedzame demonstranten. Daardoor wordt het bijna onmogelijk om in Rusland vreedzaam voor je mening op te komen.

In Russia: No Place for Protest staat hoe het tegengaan van vreedzame protesten de afgelopen jaren in een stroomversnelling kwam. Een reeks opeenvolgende wetswijzigingen aan de Federale Wet op Vergaderingen van 2004 zorgde voor een almaar restrictievere toepassing. Als gevolg hiervan is er nu een overvloed aan wettelijke beperkingen op wanneer, waar, hoe, met welk doel en door wie het recht om de straat op te gaan kan worden uitgeoefend.

‘De Russische autoriteiten beknotten al jaren met veel inventiviteit het recht op vrijheid van demonstratie en protest. Aan geen enkel ander onderwerp werd zoveel energie besteed’, zegt Oleg Kozlovsky van Amnesty International. ‘De autoriteiten beschouwen vreedzame straatprotesten als een misdrijf – maar de Russen die geloven dat het hun recht is om te demonstreren, zien het als een heldendaad.’

Kafkaiaans

‘De onrechtmatige beperkingen, de eisen waaraan Russische demonstranten moeten voldoen en de harde sancties waarmee ze worden geconfronteerd, zijn zo absurd dat ze alleen maar kunnen worden omschreven als kafkaiaans. Het heeft de Russische autoriteiten zestien jaar van parlementair gepruts met wetgeving gekost om van het recht op vrijheid van demonstratie en protest een lege huls te maken’, zegt Kozlovsky.

De afgelopen zestien jaar is de Wet op Vergaderingen dertien keer aangepast. Negen amendementen die het demonstratierecht verder inperken zijn sinds 2014 doorgevoerd, ondanks het feit dat het recht om te demonstreren in de Russische grondwet en in het recht over mensenrechten is vastgelegd.

Lokale autoriteiten sluiten zich met nieuwe beperkingen voor vreedzame samenkomsten aan bij de federale wetgeving. Hierdoor treedt de politie steeds harder op tegen vreedzame demonstranten en leggen rechtbanken hen zware straffen op.

Wettelijke beperkingen op openbare bijeenkomsten

De eisen waaraan een protest moet voldoen zijn almaar strenger geworden. Mensen die bijvoorbeeld meer dan eens in twaalf opeenvolgende maanden schuldig zijn bevonden aan ‘misdaden tegen de constitutionele orde, de staatsveiligheid, de openbare veiligheid of de openbare orde’ of een administratieve overtredingen begingen in verband met een protest, mogen geen openbare bijeenkomsten meer organiseren.

Op federaal niveau mogen bijeenkomsten niet plaatsvinden in de buurt van gerechtsgebouwen, gevangenissen, presidentiële residenties en sinds december 2020 ook niet langer in de buurt van hulpdiensten. Regionale wetgeving maakt deze beperkingen nog drastischer. In de provincie Kirov verbiedt de lokale wet bijvoorbeeld alle bijeenkomsten in de buurt van culturele, educatieve en medische faciliteiten, amusementscentra, winkelcentra, speeltuinen en haltes van het openbaar vervoer – in feite worden daarmee alle openbare bijeenkomsten in steden in deze provincie verboden. Spontane, ongeplande bijeenkomsten zijn overal verboden en worden met buitensporig veel geweld uiteengeslagen.

Beperkingen aan financiering bijeenkomsten

Sinds december 2020 mogen buitenlanders, internationale organisaties, evenals Russische staatsburgers en maatschappelijke organisaties die door de autoriteiten als ‘buitenlandse agent’ worden bestempeld, geen openbare bijeenkomsten financieren. Bovendien moeten bijeenkomsten met meer dan 500 deelnemers worden georganiseerd en gefinancierd met behulp van een aangewezen bankrekening, anders worden ze illegaal. Organisatoren van bijna alle soorten protesten moeten die vooraf aanmelden bij de autoriteiten.

‘De procedures voor voorafgaande kennisgeving worden door de autoriteiten stelselmatig gebruikt om, onder verschillende voorwendsels, het aantal deelnemers aan een bijeenkomst te beperken, naar een dunbevolkt deel van een stad te verplaatsen of helemaal te verbieden. Bovendien hebben de autoriteiten door wetswijzigingen die in 2021 zijn aangenomen, de bevoegdheid gekregen om de toestemming te ‘herroepen’ op basis van vaag geformuleerde en ongefundeerde voorwendsels zoals een ‘reële dreiging’ van ‘een noodgeval of een terroristische aanslag’, zegt Kozlovsky.

Hoge boetes, administratieve detentie en strafrechtelijke vervolging

In de loop der jaren zijn het Wetboek voor administratieve delicten en het Wetboek van strafrecht drastisch uitgebreid met bepalingen die het recht op vrijheid van meningsuiting en op demonstratie en protest verder inperken. Ook zijn de straffen voor verschillende vermeende ‘misdrijven’ zwaarder geworden.

Sinds 2011 is het aantal specifieke, wettelijk omschreven overtredingen van de Wet op Vergaderingen gestegen van drie naar zeventien. De maximale boetes stegen van 2.000 roebel (50 euro) in 2012 tot 300.000 roebel (ongeveer 3.400 euro) in 2021. En twaalf van de zeventien overtredingen kunnen worden bestraft met een administratieve detentie tot 30 dagen.

Tot 5 jaar celstraf

De meest onderdrukkende maatregel is de invoering in 2014 van strafrechtelijke aansprakelijkheid waarvoor een straf van maximaal 5 jaar cel kan worden opgelegd. Het gaat hierbij om herhaalde schendingen van de Wet op Vergaderingen op grond van het beruchte ‘Artikel van Dadin’ in het Wetboek van strafrecht. Ildar Dadin was de eerste Russische burger die op basis van deze wet werd veroordeeld nadat hij meerdere boetes kreeg voor eenpersoonsdemonstraties. Na 1,5 jaar in een strafkamp herzag het Constitutioneel Hof deze beslissing en kwam Dadin vrij.

‘Behalve dat ze worden gecriminaliseerd voor het uitoefenen van hun recht op vreedzaam protest, worden gedetineerde demonstranten in Rusland ook onderworpen aan oneerlijke showprocessen, die soms maar 5 minuten duren, zonder dat er getuigen worden opgeroepen en waarbij de politierapporten zonder enige twijfel worden geloofd’, zegt Oleg Kozlovsky.

Op 31 juli 2020 werd de prominente Russische activiste, lid van de gemeente in Moskou en fel tegenstander van president Poetin Yulia Galiamina aangeklaagd wegens haar betrokkenheid bij vreedzame protesten. ‘De aanklachten tegen Yulia Galiamina zijn een aanfluiting en komen erop neer dat het rechtssysteem wordt gebruikt om vreedzame protesten te criminaliseren’, zei Kozlovsky hierover.

Galiamina werd aangeklaagd vanwege het overtreden van een artikel in het Wetboek van strafrecht wat de ‘herhaalde schending van de procedure voor het organiseren van openbare evenementen’ strafbaar stelt. Ze werd beschuldigd van deelname aan verschillende protesten, waaronder een mars tegen wijzigingen in de Russische grondwet op 15 juli 2020, en protesten tegen onrechtmatigheden bij verkiezingen in Moskou in de zomer van 2019. Al deze bijeenkomsten waren vreedzaam, maar werden door de politie vaak met buitensporig geweld uiteengedreven. Op 28 december 2020 kreeg ze 2 jaar voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. In mei 2021 werd Yulia Galiamina opgepakt nadat ze deelnam aan een protest tegen de regering.

Buitensporig politiegeweld

De briefing beschrijft ook het buitensporige politiegeweld waarbij agenten vechtsporttechnieken tegen demonstranten gebruiken, ze met wapenstokken genadeloos mishandelen en hen verdoven met stroomstootwapens.

De publieke verontwaardiging over het buitensporige politiegeweld is wijdverbreid. Toch stellen de autoriteiten geen onderzoek in naar mogelijke daders en brengen hen niet voor de rechter. Of ze laten onderzoeken ontsporen, wat straffeloosheid in de hand werkt. ‘Hiermee geven de autoriteiten een duidelijk signaal aan de politie: excessen zijn toelaatbaar, geweld wordt aangemoedigd en volledige straffeloosheid is gegarandeerd’, zegt Kozlovsky.

Illustratief is de zaak van Margarita Yudina, een vreedzame demonstrant die in januari 2021 op de intensive care belandde nadat ze door de oproerpolitie in de maag was getrapt.

Amnesty’s oproep

Amnesty International roept de Russische autoriteiten op om de nationale wetgeving en praktijken te hervormen en ze in overeenstemming te brengen met de Russische grondwet en internationale mensenrechtenverplichtingen van het land. De autoriteiten moeten maatregelen verbieden die het doel of de plaats van openbare bijeenkomsten veranderen, evenals het aantal toegestane deelnemers, tenzij dergelijke beslissingen in gerechtelijke procedures worden genomen.

De autoriteiten moeten ook spontane, vreedzame bijeenkomst respecteren. Die moeten als wettig worden beschouwd als het aanmelden ervan binnen de door de wet voorgeschreven termijn onmogelijk of onpraktisch is.

‘De parlementsverkiezingen op 17 tot 19 september 2021 bieden Rusland de kans om zich in te zetten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, inclusief het recht op vrijheid van demonstratie en protest. We willen kandidaten voor de verkiezingen en toekomstige parlementsleden eraan herinneren dat het recht om vreedzaam te protesteren niet iets is dat ze kunnen geven of afnemen. Het is iets waar iedereen recht op heeft, en de regering zou dit moeten respecteren, beschermen en bevorderen en haar energie moeten besteden aan het waarborgen van dit recht, niet aan het ondermijnen ervan’, zegt Oleg Kozlovsky.

hier niet op duwen