Polen: recht op vreedzaam demonstreren zwaar onder druk

Polen: recht op vreedzaam demonstreren zwaar onder druk

Rapport

Vreedzaam protest staat in Polen steeds meer onder Druk, maar mensen blijven moedig de straat opgaan om hun rechten en de rechtsstaat te Verdedigen.

In het rapport The Power of ‘the street’: Protecting the right to peaceful protest in Poland beschrijft Amnesty International hoe restrictieve wetgeving, in combinatie met hardhandig politieoptreden, controle, intimidatie en vervolging, het recht op vreedzaam protest aan banden legt.

 

“Vreedzame demonstranten worden door de Poolse autoriteiten bedreigd met detentie en vervolging en zijn in sommige gevallen zelfs geslagen en mishandeld door de politie. Veel betogers worden in de gaten gehouden en vreedzaam protest wordt steeds meer gecriminaliseerd”, zegt Gauri van Gulik, directeur Europa van Amnesty International.


“Demonstranten weigeren om te zwijgen en dat getuigt van veerkracht. Moedig keren mensen in Polen zich tegen de politiek van demonisering. Ze komen op straat, ondanks de wetgevende beperkingen en de repressieve politiemaatregelen die bedoeld zijn om hen het zwijgen op te leggen.”


Sinds 2016 zijn tienduizenden Polen de straat opgetrokken om te protesteren tegen de inperking van vrouwenrechten en voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Betogers krijgen stelselmatig te maken met machtsvertoon en restrictieve maatregelen. Honderden protestanten zijn door de politie opgepakt en zien nu een langdurige, gerechtelijke procedure tegemoet.

In april 2017 werd de Wet op Bijeenkomsten gewijzigd waardoor tegenbetogingen verboden kunnen worden in de buurt van pro-regeringsmeetings in het centrum van Warschau. Tussen april 2017 en maart 2018 verbood de gouverneur van de provincie Mazowian 36 bijeenkomsten in Warschau. In 2017 behandelde de rechtbank in Centraal-Warschau 632 rechtzaken tegen betogers die de Wet op de Bijeenkomsten hadden overtreden. Een schril contrast met 2016, toen geen enkele zaak op basis van een dergelijke aanklacht werd aangespannen.

De autoriteiten geven vaak een voorkeursbehandeling aan pro-regeringsdemonstraties en nationalistische manifestaties boven andere soorten bijeenkomsten. De prioriteit die pro-regeringsbijeenkomsten krijgen, weerspiegelt zich in de houding van de politie. Intimidatie en geweld van extreemrechtse of nationalistische groepen aan het adres van tegenbetogers wordt geregeld toegestaan. Vreedzame betogers die de regering bekritiseren, worden daarentegen vaak hard aangepakt door de politie en gerechtelijk vervolgd.

Amnesty International heeft ook voorbeelden gedocumenteerd van buitensporig politiegeweld tijdens protestacties en demonstraties. Er wordt amper rekenschap afgelegd voor dergelijk politiemisbruik.

Een 60-jarige vrouw die deelnam aan het "Zwarte Vrijdag"-protest tegen het verder aanscherpen van het strenge abortusverbod, was er getuige van hoe een politieagent iemand sloeg die al op de grond lag. Voor ze tussenbeide kon komen, werd ze zelf op het hoofd geslagen, kennelijk door een andere politieman.


“Ik verloor het bewustzijn en toen ik weer bijkwam, lag ik in een plas water. Iemand zat bovenop me en ik hoorde mensen roepen: ‘Laat haar!’ Toen viel ik weer flauw.” 


De vrouw liep lichte verwondingen op aan het hoofd, maar de aanklager verwierp haar klacht tegen de politie wegens gebrek aan bewijs.

Parallel met de wettelijke beperking van het recht op vreedzaam demonsteren, heeft de regering ook de controlebevoegdheden van de politie fors uitgebreid. Volgens de in 2016 gewijzigde Politiewet is surveillance nu ook mogelijk buiten de context van strafrechtelijke onderzoeken, zonder dat daar adequate beschermingsmaatregelen tegenover staan. Er zijn bewijzen dat de controlebevoegdheid misbruikt werd tegen mensen die betrokken waren bij het organiseren en deelnemen aan vreedzame protesten.

De rechtbanken hebben tot nu grotendeels het recht op vreedzaam demonstreren en vrije meningsuiting gegarandeerd. Maar dat kan vlug veranderen na de hervormingen van het gerechtelijke apparaat in 2017, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ernstig aantasten en onderwerpen aan politieke invloed en controle.

Een van de mogelijke getroffenen is een 19-jarige student die tijdens een protestactie in maart 2018 werd gearresteerd nadat hij een politieman had gevraagd naar zijn naam, rang en de reden waarom hij een identiteitscontrole uitvoerde. Er hangt hem nu een omstreden strafrechtelijke klacht boven het hoofd, omdat hij zogezegd een politiefunctionaris aanviel. De student vreest dat hij geen rechtvaardig proces zal krijgen nu het rechtsapparaat is aangetast.


“Het is niet duidelijk hoe mijn zaak zal eindigen, want dit zijn de laatste dagen van de rechterlijke onafhankelijkheid in Polen.”


Rechters in Polen ondervinden vandaag inderdaad politieke druk. Enkele van hen die na de hervormingen weigerden voor die druk te buigen, hebben al melding gemaakt van intimidaties, waaronder disciplinaire maatregelen.

Rechter Dominik Czeszkiewicz, die onderworpen werd aan disciplinaire procedures nadat hij zich in een vonnis had uitgesproken voor de rechten van vreedzame betogers, zei aan Amnesty International: “Het is erg moeilijk werken in deze omstandigheden. Ik kan niet vechten tegen het hele system. Ik weet niet wanneer, waar en van wie ik klappen ga krijgen.”

“Vreedzaam protesteren is een recht, maar in Polen wordt dat recht ernstig bedreigd. De macht van de straat is cruciaal om de macht van de staat onder controle te houden. De Poolse regering moet het recht beschermen van alle burgers die beslist hebben naar buiten te komen om hun vrijheden te verdedigen”, zegt Gauri van Gulik van Amnesty International.

“De Poolse autoriteiten moeten stoppen met het criminaliseren van protesten. Ze moeten buitenproportionele beperkingen van de vrijheid van vergadering en expressie opheffen en moeten de onafhankelijkheid van het gerechtelijke apparaat waarborgen om de bescherming van alle mensenrechten te verzekeren.”
 

hier niet op duwen