Pho-noedels en panda's: hoe gebruikers van sociale media in China een nieuwe taal hebben gecreëerd om de overheidscensuur op COVID-19 te omzeilen

Pho-noedels en panda's: hoe gebruikers van sociale media in China een nieuwe taal hebben gecreëerd om de overheidscensuur op COVID-19 te omzeilen

Actueel

Om gesprekken op de sociale-mediaplatforms in China goed te begrijpen, is alleen kennis van het Chinees niet voldoende. Om het meest uitgebreide internetcensuursysteem ter wereld te omzeilen, moeten internetters hun eigen vocabulaire creëren om "gevoelige kwesties" te bespreken. Deze taal blijft evolueren omdat de overheid voortdurend nieuwe onderwerpen en termen verbiedt.
En er is geen beter voorbeeld van dit taalkundige kat-en-muisspel tussen Chinese sociale media-gebruikers en de duizenden online censoren van het land dan de huidige COVID-19-epidemie.
 

Uitbraak coronavirus veroorzaakt nieuwe hardhandige censuur 

De manier waarop de regering de nieuwe uitbraak van het coronavirus heeft aangepakt, heeft de kritiek op de regering aangewakkerd, te beginnen met de aanvankelijke doofpotaffaire en de beperking van informatie die duidelijk in het algemeen belang is. Als reactie op de golf van online kritiek zijn een groot aantal nieuwe termen 'gevoelig' geworden.
In januari klaagden gebruikers van het Chinese sociale mediaplatform Weibo al, dat het gebruik van de woorden "Wuhan" en "Hubei" - waar de epidemie vandaan kwam - werd beperkt. Slechts een klein deel van de gebruikers kon berichten zien met deze woorden en kritiek op de autoriteiten over deze onderwerpen werd onderdrukt.

Op WeChat, een ander populair platform voor sociale media, werden combinaties zoals "Xi Jinping gaat naar Wuhan" en "Wuhan + CCP + Crisis + Beijing" systematisch gecensureerd, zo bevestigde een recent rapport van onderzoeksgroep Citizen Lab.
Internetters begonnen "wh" en "hb", de initialen van Wuhan en Hubei, te gebruiken als vervangende termen. Dat is nog vrij eenvoudig. Maar het wordt ingewikkelder.

Aangezien er werd getwijfeld aan het vermogen van het Chinese Nationale Rode Kruis om voorraden te verdelen, verwachtten internetters dat de woorden ‘Rode Kruis’ zouden worden gecensureerd en ze begonnen deze te vervangen door ‘rode tien’ (het Chinese teken voor tien, “十 Shí” lijkt op een kruis). Toen mensen het vermoeden wilden uiten dat voorraden verkeerd waren behandeld door het nationale Rode Kruis, begonnen hashtags als 'voorraden worden gerooid' populair te worden.

Een ander voorbeeld is het gebruik van "F4". Aanvankelijk was dat een Taiwanese jongensband die begin jaren 2000 in de hele regio populair werd. Nu verwijst het naar vier regionale politici: de gouverneur van de provincie Hubei; de secretaris van het Comité van de Communistische Partij van Hubei; de burgemeester van Wuhan; en de partijsecretaris van Wuhan. Velen beschouwen deze vier mannen als de grootste verantwoordelijken voor de enorme uitbraak.

Onschadelijke zinnen kunnen ook een diepere betekenis hebben, zoals de tekstfragmenten uit de uitgelekte politieverklaring die Dr. Li Wenliang, die in december voor de virusuitbraak had gewaarschuwd, aan de openbare veiligheidsdienst moest sturen:

"Kan je dit doen?" luidt de politieverklaring van 3 januari, verwijzend naar de eis van de politie dat hij zijn "illegale activiteiten met betrekking tot het virus" stopzet.

“Kan” bevestigt hij.

"Begrijp je?" gaat het verder.

“Begrijp,” antwoordt Li.

Gebruikers van sociale media begonnen deze uitwisseling als een zin te posten: 'Kan je dit? Kan. Begrijp je? Begrijp." - en de zin ging viraal.

Deze berichten werden verwijderd, maar de internetters doken weer op en pasten de tekst aan met een meer rebelse inhoud. 'Ik kan het niet en ik begrijp het niet.'

Diezelfde avond werd de hashtag "Ik wil vrijheid van meningsuiting" populair op Weibo. Zodra hij was opgespoord, werd hij verwijderd en degenen die hem gebruikten, geblokkeerd.

Het nieuwe Chinese woordenboek

Te midden van de verhoogde censuur bij de uitbraak van het coronavirus worden dagelijks nieuwe woorden gecensureerd. Maar Chinese internetters zijn eraan gewend om 'gevoelige woorden' door alternatieven te vervangen.

Het meest voorkomende voorbeeld is "zf", de afkorting van het Chinese woord voor "regering"; "jc" staat voor "politie"; “guobao” (nationale schat) of plaatjes van panda’s staan voor het bureau voor binnenlandse veiligheid; en de afdeling Propaganda van de Communistische Partij wordt 'het Ministerie van Waarheid' (uit de roman 1984 van George Orwell).

Om toegang te krijgen tot buitenlandse websites die in China zijn geblokkeerd (zoals Facebook en Twitter), moeten internetters VPN's gebruiken, software die gebruikers de mogelijkheid geeft om ‘over de grote firewall te klimmen’.
"Ladder" (om te klimmen) en "Vietnamese Pho-Noedels" zijn twee termen die routinematig worden gebruikt om naar VPN's te verwijzen.

Ondertussen wordt 4 juni, de beruchte dag van het hardhandig optreden op het Tiananmen-plein in 1989 en een van de meest gecensureerde termen op het Chinese internet, "35 mei", "65 april" of "acht kwadraat", om maar een paar voorbeelden te noemen.
 

Lyrisch genie of verspilde creativiteit?

Vaak worden internetters gedwongen om zo creatief te zijn met hun berichten dat het grenst aan het absurde. Het verwijderen van een bericht op ZhiHu (de Chinese versie van Quora) met de vraag 'hoe je flessen met een smalle hals grondig kunt wassen' lijkt op het eerste gezicht verbijsterend. Maar de Chinese uitspraak van "fles met smalle hals" lijkt op de naam van president Xi Jinping, een feit dat niet aan de censuur was ontgaan.

Evenzo werd de klacht van een ouder op Weibo dat zijn kind 'slecht in leren' was, onmiddellijk verwijderd. Waarom? Omdat in het Chinees de achternaam van de president 'leren' betekent. Daarom is het verboden te zeggen dat "leren slecht is".

Het Chinese censuursysteem is onvoorstelbaar. De lijst met 'gevoelige' woorden verandert voortdurend en wordt nooit openbaar gemaakt. Ook zijn er woorden die bepaalde gebruikers niet mogen gebruiken, en anderen wel. Het resultaat is dat mensen altijd zelfcensureren in een poging het systeem te slim af te zijn.

Het is eigenlijk een geniaal staaltje aangezien internetters - onder wie getalenteerde journalisten, studenten, wetenschappers en activisten - een snelgroeiend alternatief woordenboek ontwikkelen.

Maar dit nooit eindigende spel kost ook veel energie. Niet in het minst omdat internetters, telkens wanneer hun accounts worden verwijderd, nieuwe moeten aanmaken en het proces van verbinding met hun volgers opnieuw moeten opstarten.

Het geeft toch het gevoel dat zoveel verstandig werk en verbeeldingskracht beter kan worden besteed aan iets productievers dan aan het voeren van een constante strijd om gehoord te worden.

hier niet op duwen