Opnieuw winter in de Griekse vluchtelingenkampen

Opnieuw winter in de Griekse vluchtelingenkampen

Blog
Auteur: 
Kumi Naidoo

Kumi Naidoo, secretaris-generaal van Amnesty International, bracht een bezoek aan de vluchtelingen die worden opgevangen in de kampen in Griekenland. Wat hij daar zag, inspireerde hem tot de volgende beschouwing.

“De winter komt eraan.” Het was Ali, een 21-jarige vluchteling uit Afghanistan, die me dat zei toen ik vorige maand met hem kennismaakte in het vluchtelingenkamp van Moria, op het Griekse eiland Lesbos. “De zwangere vrouwen en kinderen die hier zijn, hoe gaan die de koude overleven?” Het was een vraag waar ik geen antwoord op had. En nu de temperatuur overal in Europa daalt, blijft die vraag me kwellen.

"Toen ik er was, zaten er 7.500 vluchtelingen opeengeperst in een kamp waar officieel maar plaats is voor 3.100 mensen."

Wat ik in Moria meemaakte, schokte me diep. Het kamp is overbevolkt, heeft een gebrek aan sanitaire voorzieningen en drinkwater, en wordt geteisterd door muizen- en rattenplagen. Toen ik er was, zaten er 7.500 vluchtelingen opeengeperst in een kamp waar officieel maar plaats is voor 3.100 mensen.

Mensen staan uren in de rij voor een schamele portie eten. Kinderen spelen blootsvoets naast stromen ongezuiverd rioolwater, dat in de geïmproviseerde onderkomens en tenten binnen sijpelt. De onderkomens hebben geen verwarming, geen isolatie, zelfs geen behoorlijke vloerbedekking. De hele accommodatie is totaal niet geschikt voor de winter.

Moria en andere vluchtelingenkampen op de Griekse eilanden zijn voor iedereen gevaarlijke plekken. Maar vooral vrouwen en meisjes, onbegeleide minderjarigen en leden van de LGBTI-gemeenschap lopen er grote risico’s. Douches en toiletten hebben vaak deuren die niet op slot kunnen en de verlichting is pover. Zelfs eenvoudige dagelijkse taken, zoals een douche nemen of water halen, kunnen stresserend en risicovol zijn.

Een jonge moeder die Afghanistan was ontvlucht met haar vier kinderen, van wie de jongste net twee jaar was, vertelde me: “We slapen allemaal in een tent. Niemand zegt ons iets over wat er hierna gaat gebeuren.” Een andere moeder, ook uit Afghanistan, zei me dat ze zich niet veilig voelde in Moria. “We moeten twaalf uren in de rij staan voor voedsel. We zijn naar hier gekomen om bescherming te krijgen en onze kinderen naar school te kunnen sturen. We zijn niet naar hier gekomen om in een jungle te leven.”

Het zal de derde winter zijn dat Moria en duizenden van zijn bewoners dergelijke omstandigheden moeten trotseren. Het is geen verrassing dat dit samenvalt met de derde winter waarin de vluchtelingendeal tussen de EU en Turkije van kracht is. Die deal is de belangrijkste drijvende kracht achter de onmenselijke omstandigheden waarin vluchtelingen en migranten vandaag op de Griekse eilanden moeten leven.

"Duistere deals om verantwoordelijkheden uit te besteden en ‘Fort Europa’ te versterken, druisen in tegen het internationale recht."

Voor deze precaire situatie is Griekenland niet de enige verantwoordelijke. Het versplinterde beleid dat de “elk land voor zichzelf”-aanpak oplevert, heeft de frontlijnstaten opgezadeld met de verantwoordelijkheid voor honderdduizenden nieuwkomers. Duistere deals om verantwoordelijkheden uit te besteden en ‘Fort Europa’ te versterken, druisen in tegen het internationale recht.

In een groot deel van Europa is de zogenaamde vluchtelingencrisis – en de verwerpelijke reactie erop – een belangrijke toetssteen geworden: een spiegel die enkele scherpe waarheden laat zien. Maar te midden van al dit lijden zijn er ook verhalen van hoop.

De kracht en de moed van de mensen die ik op Lesbos ontmoette, die oorlog en vervolging zijn ontvlucht om te proberen hun families een beter leven te geven, bezorgden me een gevoel van nederigheid. Ook de eilandbewoners en lokale activisten die met vluchtelingen werken, inspireerden me. Solidariteit is het enige antwoord op cynisme, angst en haat.

Vanuit Lesbos reisde ik naar Athene, waar ik het Melissa Netwerk bezocht. Dat is een dagcentrum voor vrouwelijke migranten en vluchtelingen. De meeste vrouwen die ik er ontmoette, hadden gevaarlijke tochten door Europa overleefd en maanden of zelfs jaren in Moria of andere vluchtelingenkampen verbleven, in erbarmelijke omstandigheden.

Hoewel hun hoop op een warm welkom in Europa bij hun aankomst misschien al is vervlogen, hebben ze nog altijd hoop, plannen en duidelijke verwachtingen. De solidariteit en het medeleven van organisaties als Melissa, op poten gezet door gewone Griekse en migrantenvrouwen die een tijd in Athene woonden, vormt een schril contrast met de houding van Europese leiders.

De 17-jarige Sakineh vertelde me dat ze advocaat wil worden. “Die keuze heb ik gemaakt, omdat ik niet alleen een vluchtelingenmeisje ben. Ik ben zoveel meer.”

Nour, uit Palestina, is 16 en wil alleen dat mensen elkaar respecteren, ongeacht hun religie of achtergrond. Haar boodschap aan anderen die door een moeilijke periode moeten, is: denk eraan dat alles voorbijgaat. “Ik heb al mijn kracht gehaald uit mijn moeilijkheden en nu wil mijn verhalen delen”, vertelde ze me. Ze zei me ook dat ze plannen heeft om te starten met haar eigen You Tube-kanaal.

Ik hoop dat Sakineh, Nour en vele anderen hun ambities waar kunnen maken. Maar duizenden kinderen in de kampen op de Griekse eilanden krijgen nauwelijks toegang tot onderwijs en veel tieners wanhopen omdat ze geen vooruitzichten hebben.

Vorige week schreef ik een brief naar de Griekse eerste-minister waarin ik hem vroeg alle nodige maatregelen te nemen om de mensen die op de eilanden vastzitten hun waardigheid terug te geven. Maar het is ook de taak van alle Europese landen om samen de verantwoordelijkheid op te nemen voor de asielzoekers en vluchtelingen die in Europa arriveren. En de EU moet een einde maken aan haar migratiebeheersingsbeleid, dat duidelijk niet werkt.

De mannen, vrouwen en kinderen die arriveren op Europa’s kusten moeten de steun en de zorg krijgen waar ze recht op hebben en het welkom dat ze verdienen. Hun lijden is een onuitwisbare vlek op het geweten van Europa.   

Dit artikel werd het eerst gepubliceerd door de Huffington Post.