Opinie: Olympisch goud voor mensenrechten?

Opinie: Olympisch goud voor mensenrechten?

Persbericht

Het Internationaal Olympisch Comité miste de voorbije weken meermaals de kans om te erkennen dat er in China ernstige en grootschalige mensenrechtenschendingen plaatsvinden, laat staan de Chinese overheid op te roepen om deze schendingen te stoppen. Het IOC stelt dat de Spelen een positieve evolutie kunnen teweegbrengen, maar ziet voor zichzelf vreemd genoeg geen rol weggelegd. Amnesty International vreest dat het IOC hiermee een verkeerd signaal geeft aan de Chinese overheid.

China is een land in volle evolutie. De economische ontwikkeling wordt wereldwijd geprezen. Maar op het vlak van mensenrechten hinkt China serieus achterop: vervolging en foltering van mensenrechtenactivisten, langdurige opsluiting in werkkampen zonder enige vorm van proces, veelvuldig gebruik van de doodstraf en een totaal gebrek aan vrije meningsuiting. De Olympische Spelen kunnen een hefboom zijn voor de mensenrechten in China, maar dat zal niet vanzelf gebeuren. Het IOC zal mee bepalen in welke richting de hefboom zal werken: een verbetering of een verslechtering. Als mensenrechtenschendingen aangekaart worden terwijl de schijnwerpers op China gericht zijn, zal de druk op de Chinese overheid toenemen. Maar als prominente actoren, zoals het IOC, zich in stilzwijgen hullen, ontstaat er een ernstig risico dat de Chinese overheid dit als een groen licht ziet voor haar huidig mensenrechtenbeleid. De mensenrechtensituatie in China gaat zelfs achteruit omwille van de Spelen. In de aanloop naar de Spelen neemt repressie toe: het regime wil alle potentiële dissidenten de mond snoeren tegen de aanvang van de Spelen. Opgeruimd staat netjes.

Het moet geen pretje zijn om in de schoenen van IOC-voorzitter Jacques Rogge te staan: aan de ene kant een hypergevoelige Chinese overheid en aan de andere kant een diverse groep van organisaties, atleten en politici die het IOC vragen om een standpunt in te nemen over mensenrechten. Amnesty vraagt het IOC niet om zelf naar China te trekken om eigenhandig de poorten van de werkkampen te openen. Ook een boycot van de Spelen is niet de juiste strategie. Atleten hebben hard gewerkt en recht op hun vierjaarlijkse feest. Het IOC zou wel de mensenrechtenschendingen moeten erkennen en aankaarten bij de Chinese overheid, consistent met het eigen geloof in een positieve ontwikkeling en het Olympisch Charter dat stelt dat "de Olympische beweging sport ten dienste wil stellen van een harmonieuze ontwikkeling van de mensheid, (...) bekommerd om de menselijke waardigheid."

Volgens Jacques Rogge "klopt het dat de situatie van de rechten van de mens er niet is zoals het westen graag zou zien". Deze uitspraak miskent de universaliteit van de mensenrechten die in 1948, 60 jaar geleden, door de Verenigde Naties werden vastgelegd. Amnesty is nog nooit een Chinees slachtoffer tegengekomen dat foltering of opsluiting zonder proces minder erg vindt dan een "westers" slachtoffer. Het is betreurenswaardig dat het IOC hiermee het een discours van het Chinese regime deels overneemt.

Uiteraard is het in de eerste plaats de Chinese overheid die iets aan de mensenrechtenschendingen op haar grondgebied moet doen. Maar ieder individu en elk orgaan van de samenleving heeft de plicht respect voor de mensenrechten te promoten. Het IOC heeft hierin een speciale verantwoordelijkheid. We hopen dat het IOC alsnog haar rol opneemt om een positieve mensenrechtenerfenis van de Olympische spelen mogelijk te maken. 1,3 miljard Chinezen hebben daar recht op.

Jan Brocatus, Directeur Amnesty International Vlaanderen

hier niet op duwen