NMBS toondoof voor wereldwijde oproep om steun stop te zetten aan bedrijven die bijdragen aan illegale bezetting Palestijns gebied
Amnesty International reageert teleurgesteld op de beslissing van de Raad van Bestuur van de NMBS om de raamovereenkomst voor de aankoop van honderden nieuwe treinstellen definitief toe te wijzen aan de Spaanse constructeur CAF, en een eerste bestelling goed voor 1,7 miljard Euro te plaatsen. CAF is een bedrijf dat bijdraagt aan de schendingen van het internationaal recht door Israël in illegaal bezet Palestijns gebied.
“In tijden waarin de oproep steeds luider klinkt om te desinvesteren in bedrijven die Israëls genocide, apartheid en illegale bezetting mogelijk maken, kiest de Belgische spoorwegmaatschappij ervoor om een miljardencontract toe te wijzen aan een bedrijf dat een sleutelrol speelt in het verbinden en integreren van illegale nederzettingen in Oost-Jeruzalem, wat illegaal bezet Palestijns gebied is”, zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen.
“De NMBS ondergraaft hiermee het belang van zijn eigen gedragscode voor leveranciers en negeert ook de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dat de illegaliteit van de Israëlische nederzettingen heeft bevestigd. De betrokkenheid van CAF bij diensten aan deze nederzettingen en bij hun uitbreiding is in flagrante tegenspraak met de UN Guiding Principles on Business and Human Rights. De verantwoordelijkheid van de NMBS om de mensenrechten te respecteren, geldt niet enkel voor zijn eigen activiteiten, maar voor zijn volledige toeleveringsketen.”
Devaluatie van de Belgische houding
“België veroordeelt de Israëlische nederzettingen al jaren. In het kernakkoord van 2 september wordt expliciet gesteld dat de nederzettingenactiviteiten in onder andere Oost-Jeruzalem een tweestatenoplossing – nog zo’n jarenlange doelstelling van het Belgisch buitenlands beleid – ondermijnen. Wij stellen ons dan ook de vraag hoe de federale regering kan toestaan dat een Belgisch overheidsbedrijf in zee gaat met een producent die betrokken is bij de uitbreiding en economische verankering van diezelfde illegale nederzettingen”, aldus Wies De Graeve.
Wat nu?
“Deze beslissing ten spijt, is het minste wat zowel de NMBS als de federale regering nu moeten doen, de miljardendeal aangrijpen om maximaal druk uit te oefenen op CAF om zijn medewerking aan het Jerusalem Light Rail (JLR)-project te stoppen”, besluit Wies De Graeve.
“CAF moet onder druk gezet worden om zijn activiteiten in lijn te brengen met het internationaal recht. Zo niet, worden de nieuwe treinstellen die op Belgisch grondgebied zullen rijden, voor tienduizenden reizigers een dagelijkse herinnering aan hoe de NMBS een gigantische kans liet liggen om verantwoordelijkheid op te nemen en op te komen voor de rechten en vrijheden van Palestijnen.”
Achtergrond
Construcciones y Auxiliar de Ferrocarriles (CAF) levert transportmaterieel en -diensten aan Israël voor het Jerusalem Light Rail (JLR)-project. De JLR verbindt illegale Israëlische nederzettingen in bezet Oost-Jeruzalem met elkaar en met West-Jeruzalem.
De spoorlijn bedient de nederzettingen en vergemakkelijkt het verkeer van kolonisten, de fysieke uitbreiding van nederzettingen en hun economische duurzaamheid, en integreren deze illegale entiteiten in Israël, wat in strijd is met het internationaal recht, waaronder artikel 49, lid 6, van het Vierde Verdrag van Genève.
Sinds 2019 speelt CAF een sleutelrol in de uitbreiding van de JLR, een project dat de illegale kolonisatie, bezetting en annexatie van Oost-Jeruzalem door Israël versterkt.
CAF werd dan ook toegevoegd aan de database van de Verenigde Naties van bedrijven die betrokken zijn bij activiteiten in de illegale Israëlische nederzettingen op bezet Palestijns grondgebied. Ook Amnesty International kwam tot dezelfde conclusie: CAF faciliteert dat de illegale nederzettingen deel worden van Israël en dat is in strijd met het internationaal recht. Amnesty International roept CAF op om onmiddellijk te stoppen met het leveren van goederen en diensten aan het JLR-netwerk.