Niger: Kinderen gedood en gerekruteerd door gewapende groeperingen in het drielandenpunt van de Sahel

Niger: Kinderen gedood en gerekruteerd door gewapende groeperingen in het drielandenpunt van de Sahel

Rapport

Uit een nieuw Amnesty-rapport blijkt dat in de conflicten aan de grens van Niger met Mali en Burkina Faso steeds meer kinderen worden gedood. Ook rekruteren gewapende groeperingen vaker kinderen.

Het rapport ‘I Have Nothing Left Except Myself’: The Worsening Impact on Children of Conflict in the Tillabéri Region of Niger documenteert de grote gevolgen voor kinderen in het conflict in de regio in Niger, waarbij de gewapende groeperingen Islamitische Staat in de Grotere Sahara (ISGS) en het aan Al-Qaida gelieerde Jama'at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM) betrokken zijn.

Oorlogsmisdrijven

Zowel ISGS als JNIM maken zich schuldig aan oorlogsmisdrijven en andere schendingen, zoals het vermoorden van burgers en het aanvallen van scholen. In sommige gebieden zijn vrouwen en meisjes uitgesloten van activiteiten buitenshuis en lopen ze het risico te worden ontvoerd of om gedwongen te moeten trouwen met strijders.

De autoriteiten van Niger slagen er niet in hun burgers te beschermen. Getuigen van aanslagen beschreven hoe, ondanks hun dringende oproepen, de regeringstroepen (FDS) vaak pas kwamen nadat het doden en plunderen was geëindigd.

Conflict escaleert

Het conflict in Tillabéri is sinds begin dit jaar geëscaleerd. Volgens het Armed Conflict Location and Event Data Project (ACLED) is het totale aantal dodelijke slachtoffers dat waarschijnlijk viel als gevolg van het conflict in Niger, Mali en Burkina Faso gestegen van 1.292 in 2017 tot 6.234 in 2020.

Volgens het ACLED heeft geweld tegen burgers tussen 1 januari en 29 juli 2021 in Niger geleid tot 544 doden, wat nu al meer is dan de 397 doden in 2020. Gewapende groeperingen doodden in 2021 meer dan 60 kinderen in het grensgebied van Niger. ISGS, dat voornamelijk opereert aan de grens met Mali, lijkt verantwoordelijk voor de meeste dodelijke slachtoffers.

Rekruteren van kinderen

JNIM rekruteerde dit jaar aanzienlijk meer kinderen in het grensgebied met Burkina Faso. Volgens getuigen richtte JNIM zich op jonge mannen en jongens tussen de 15 en 17 jaar, en mogelijk nog jonger. JNIM-leden verleiden hen met voedsel, geld en kleding. De jongens worden getraind om wapens te gebruiken en worden ingezet als spionnen, verkenners en uitkijkposten.

Aanvallen op onderwijs en gezondheidszorg

Als onderdeel van hun verzet tegen onderwijs, dat ISGS en JNIM als ‘westers’ beschouwen, staken ze scholen in brand en werden leraren bedreigd, wat leidde tot sluiting van scholen. In juni 2021 waren ten minste 377 scholen in de regio Tillabéri gesloten, waardoor meer dan 31.000 kinderen geen toegang hadden tot onderwijs.

Het conflict ondermijnt ook de toegang van kinderen tot gezondheidszorg doordat gewapende groeperingen gezondheidsfaciliteiten hebben geplunderd en de Nigerese autoriteiten burgers belet zich te verplaatsen. Hierdoor kunnen kinderen zich niet laten vaccineren en nemen ziektes zoals mazelen toe.

Opslagplaatsen van graan in brand gestoken

Tijdens aanvallen heeft ISGS plaatsen waar graan was opgeslagen in brand gestoken en winkels geplunderd, waardoor gezinnen berooid en zonder voldoende voedsel achterblijven. Na analyse van satellietbeelden bevestigt Amnesty het verbranden van graanopslagplaatsen. Door dergelijke aanvallen zijn tienduizenden mensen ontheemd geraakt.

Humanitaire organisaties voorspellen dat naar schatting 2,3 miljoen mensen in de regio te lijden zullen hebben van voedselonzekerheid als gevolg van de aanslagen. Droogte en overstromingen maken de situatie extra penibel.

Amnesty’s oproep

‘De autoriteiten van Niger moeten snel actie ondernemen om ervoor te zorgen dat door conflicten getroffen kinderen in de regio Tillabéri toegang hebben tot school en psychosociale zorg’, zegt Matt Wells van Amnesty International. ‘Niger staat aan de afgrond. De autoriteiten en internationale partners moeten dringend stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat kinderen beter toegerust zijn om een ​​toekomst voor zichzelf op te bouwen.’

Achtergrond

Het conflict begon in 2012 in Mali en breidde zich sindsdien uit naar de buurlanden Burkina Faso en Niger. Gewapende groeperingen strijden om de controle in de grensgebieden en kwamen vaak in botsing met het leger van Niger en troepen uit landen als Tsjaad, Mali, Burkina Faso en Frankrijk.

Naar schatting 13,2 miljoen mensen in de drie landen zullen dit jaar humanitaire hulp nodig hebben, en ongeveer 1,9 miljoen mensen zijn intern ontheemd.

Methodologie

Amnesty International heeft 119 mensen geïnterviewd, waaronder 22 kinderen, drie jonge volwassenen tussen 18 en 20 jaar, en 36 ouders en andere individuen die door het conflict zijn getroffen. Andere geïnterviewde personen waren medewerkers van ngo's en humanitaire organisaties, VN-functionarissen en regeringsfunctionarissen.

hier niet op duwen