Nieuwe secretaris-generaal wil het “Groter, gedurfder en inclusiever”

Nieuwe secretaris-generaal wil het “Groter, gedurfder en inclusiever”

Persbericht

De mensenrechtenbeweging moet groter, gedurfder en inclusiever zijn als zij de uitdagingen wil aangaan waarmee mensen vandaag geconfronteerd worden. Dat  zegt de doorwinterde activist Kumi Naidoo bij de officiële start van zijn eerste, vierjarige ambtstermijn als secretaris-generaal van Amnesty International. Hij is de eerste Zuid-Afrikaan aan het hoofd van ’s werelds grootste mensenrechtenorganisatie.

“Onze wereld wordt geconfronteerd met complexe problemen, die we alleen kunnen overwinnen als we de oude idee loslaten dat het bij mensenrechten draait om onrecht waar sommige mensen mee te maken krijgen, maar anderen niet. De patronen van onderdrukking waar we mee leven, zijn onderling met elkaar verbonden”, zegt Kumi Naidoo.

“Je kunt niet over klimaatverandering praten zonder te erkennen dat het ook een kwestie is van ongelijkheid en ras; je kunt seksuele discriminatie niet aanpakken als je niet erkent het ook gekoppeld is aan de economische uitsluiting van vrouwen; en je kunt niet ontkennen dat de burgerlijke en politieke rechten van mensen vaak met voeten worden getreden net op het moment dat ze economische rechtvaardigheid eisen.”

Amnesty International heeft al herhaaldelijk gewaarschuwd voor de verdeeldheid waarin we vandaag leven, die groter is dan ooit tevoren in de recente geschiedenis. Prominente leiders komen op de proppen met schrikwekkende visies op de samenleving, verblind door haat en angst. We kunnen dit onheil enkel overstijgen indien we ons verenigen en steunen op gemeenschappelijke waarden zoals de mensenrechten, zegt Kumi.

“In mijn eerste boodschap als secretaris-generaal wil ik duidelijk maken dat Amnesty International zich meer dan ooit openstelt om een echte wereldwijde beweging te bouwen die reikt tot in de verste uithoeken van de wereld, zeker in het zuidelijk halfrond.”

“Ik wil dat we een mensenrechtenbeweging opbouwen die meer inclusief is, die zo weinig mogelijk mensen uitsluit. We moeten herdefiniëren wat het betekent om in 2018 een voorvechter van de mensenrechten te zijn. Een activist kan uit alle hoeken van de maatschappij komen – een vakbond, school, geloofsgroep, regering en de zakenwereld”, zegt Kumi Naidoo.

“Aan jonge mensen wil ik laten weten dat we speciaal voor hen openstaan, dat we hen nodig hebben om ons uit te dagen beter te doen. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat jonge mensen niet de leiders van morgen zijn, maar de leiders van vandaag die we hier en nu nodig hebben. Jonge mensen als Ahed Tamimi, Elin Ersson en Sibongile Ndashe, iedereen die er niet voor terugdeinst burgerlijk ongehoorzaam te zijn, of naïef of idealistisch te worden genoemd, dat zijn de moedige rolmodellen die we vandaag nodig hebben.”

“Amnesty International werd opgericht op basis van het idee dat mensen, waar of wie ze ook zijn, zich persoonlijk het lot aantrekken van andere mensen die onrechtvaardig behandeld worden. En steeds opnieuw is gebleken dat verandering mogelijk is wanneer vreemden de krachten bundelen en strijden voor mensen aan de andere kant van de wereld die ze nog nooit hebben ontmoet.”

“Nu, meer dan ooit, hebben we mensen nodig die samenkomen en opstaan tegen verdrukkers. Ik nodig iedereen uit die bezorgd is om het heden en de toekomst, bezorgd om hun kinderen en kleinkinderen, iedereen die zich onrecht persoonlijk aantrekt, om zich bij ons aan te sluiten. Amnesty International heeft uw stem, uw inzet en uw aanwezigheid in onze beweging nodig om van mensenrechten een realiteit te maken.”

Kumi dankt zijn voorganger, Salil Shetty, die acht jaar aan het roer stond van Amnesty International, voor zijn bijdrage aan de uitbouw van de mensenrechtenbeweging. “Ik hoop dat ik op zijn erfenis kan voortbouwen en die uitbreiden om van Amnesty een eengemaakte, wereldwijde beweging te maken.”

Kumi Naidoo

Op de bres voor sociale rechtvaardigheid

Kumi Naidoo werd in 1965 geboren in Durban, Zuid-Afrika. Al zijn leven lang voert hij actie voor sociale rechtvaardigheid. Op zijn 15de organiseerde hij een protestactie tegen apartheid en werd daarop van school gestuurd.

Daarna raakte hij steeds meer betrokken bij het activisme in zijn lokale gemeenschap en bij het organiseren van massameetings tegen het apartheidsregime. In 1986 moest hij onderduiken, nadat hij beschuldigd was van het overtreden van de regels van de noodtoestand. Hij besloot in ballingschap te gaan leven in het Verenigd Koninkrijk. Daar bleef hij tot Nelson Mandela werd vrijgelaten en bevrijdingsbewegingen in Zuid-Afrika niet langer verboden waren.

Na zijn terugkeer in Zuid-Afrika in 1990 ging hij voor het African National Congress (ANC) werken, vooral op een domein dat hem na aan het hart ligt: onderwijs, en meer bepaald alfabetiseringscampagnes voor volwassenen en voorlichting voor kiezers, als middel om achtergestelde gemeenschappen mondig te maken.

Kumi leidde verschillende organisaties en bewegingen, maar het is vooral als executive director van Greenpeace International dat hij zijn reputatie vestigde als onverschrokken activist en voorvechter van burgerlijke ongehoorzaamheid. Met name in 2011, toen hij op een olieboorplatform klom om een petitie af te geven tegen olieboringen in het Noordpoolgebied en werd gearresteerd. Een jaar later bezette hij een Russisch boorplatform in de Barentszee, in het Russische deel van de Noordpool.

Zijn recentste leidersrol speelde hij als medestichter en interimvoorzitter van de pan-Afrikaanse organisatie Rising for Justice, Peace and Dignity. Die ijvert voor verandering in Afrika, dat als continent de vruchten plukt van economische groei maar waar de Afrikanen niet deelden in deze toenemende welvaart en macht.

Toen Kumi een brief onder ogen kreeg die Nelson Mandela in 1962 schreef aan Amnesty International, besloot hij de stap te zetten naar Amnesty. In de brief dankte Mandela de mensenrechtenorganisatie voor het sturen van een waarnemer naar zijn proces. De brief zette Kumi ertoe aan te solliciteren naar het leiderschap van Amnesty.

Naar aanleiding van zijn nieuwe rol bij Amnesty International keerde Kumi terug naar de plaats waar het voor hem allemaal begon, de Chatsworth Secondary School in Durban, waar hij in 1980 werd weggestuurd.

Tegen de schoolkinderen daar zei Kumi: “Aanvaard niet dat jouw stem geen belang heeft, wacht niet tot morgen om een leider te zijn, want als je blijft wachten, zal er geen morgen zijn. En denk eraan, er bestaat geen groter geluk dan de mensheid te dienen.”

hier niet op duwen