Nationale veiligheidswet stort Hongkong in mensenrechtencrisis

Nationale veiligheidswet stort Hongkong in mensenrechtencrisis

Rapport

Een jaar na de invoering van de National Security Law (NSL) zijn de vrijheden in Hongkong gedecimeerd en staan de mensenrechten er steeds meer onder druk. Dit zegt Amnesty International in het vandaag verschenen rapport In the Name of National Security

‘Door de National Security Law is Hongkong goed op weg om een politiestaat te worden waar een ware crisis voor mensenrechten heerst,’ zegt Yamini Mishra, regionaal directeur Asia-Pacific bij Amnesty International. ‘De wet strekt zijn tentakels uit naar alle sectoren van de samenleving, van politiek en cultuur tot onderwijs en media. Er is een angstklimaat gecreëerd dat mensen ertoe dwingt om twee keer na te denken voor ze iets zeggen, wat ze twitteren en hoe ze leven. Uiteindelijk dreigt voor de stad net zo’n kaalslag voor mensenrechten als op het Chinese vasteland.’ 

“Nationale veiligheid”

Amnesty’s rapport toont aan dat de autoriteiten in de afgelopen 12 maanden met de nieuwe wet in de hand een brede waaier aan mensenrechtenschendingen hebben gepleegd. Onder het mom van “nationale veiligheid” werden censuur, arrestaties en vervolging gelegitimeerd. Er is duidelijk bewijs dat de zogenaamde waarborgen voor mensenrechten in de nationale veiligheidswet een tandeloze tijger zijn, terwijl de wet de bestaande Hongkongse wetgeving op het gebied van mensenrechten terzijde schuift. 

Vanaf dag één

Op 1 juli 2020, de eerste volledige dag waarop de wet in werking was, arresteerde de politie meer dan 300 demonstranten, onder wie 10 op verdenking van het overtreden van de nationale veiligheidswet. Sindsdien volgden op grond van de wet vele arrestaties en rechtszaken tegen mensen die alleen maar gebruik maakten van hun rechten op vrije meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging. Tussen 1 juli 2020 en 23 juni 2021 heeft de politie op grond van de veiligheidswet minstens 114 mensen gearresteerd of een arrestatiebevel tegen hen uitgevaardigd. 64 Mensen werden formeel aangeklaagd; 45 van hen zitten in voorarrest. 

Vermoeden van schuld

Wat de zaak nog erger maakt, is dat bij de aangeklaagden wordt uitgegaan van een vermoeden van schuld, in plaats van een vermoeden van onschuld. Vrijlating op borgtocht wordt hen geweigerd, tenzij ze kunnen aantonen dat ze “geen daden zullen stellen die de nationale veiligheid in het gedrang brengen.” Als gevolg daarvan zitten verdachten lang in voorarrest. Zeventig procent van de mensen die aangeklaagd worden op grond van de veiligheidswet zitten momenteel vast nadat hun vrijlating op borgtocht werd afgewezen. Het vermoeden van onschuld is essentieel voor het recht op een eerlijk proces. 

“Samenspannen met het buitenland”

Amnesty’s rapport laat ook zien hoe de autoriteiten de veiligheidswet hebben gebruikt om: 

  • Hard op te treden tegen internationale politieke belangenbehartiging. Er zijn 12 mensen gearresteerd voor het “samenspannen” of “samenzweren met het doel om samen te spannen” met “buitenlandse mogendheden”, omdat ze contact hadden met buitenlandse diplomaten, of andere landen opriepen tot sancties of om asiel te verlenen aan hen die vervolging willen ontlopen. Anderen werden doelwit vanwege posts op sociale media of interviews met buitenlandse media. 
  • De bevoegdheden van opsporingsambtenaren te vergroten. Zo wordt de nationale veiligheidseenheid van de Hongkongse politie toegestaan om huiszoekingen te doen, tegoeden te bevriezen of in beslag te nemen en om journalistiek materiaal in beslag te nemen, zoals tot twee keer toe gebeurde bij de prodemocratische krant Apple Daily. 

Taak voor de VN

‘De regering van Hongkong moet ophouden met het hanteren van een buitensporig brede definitie van “het bedreigen van de nationale veiligheid” om vrijheden in te perken,’ zegt Yamini Mishra. ‘Om te beginnen moet ze alle strafrechtelijke aanklachten laten vallen tegen mensen die momenteel vervolgd worden voor het uitoefenen van hun mensenrechten. Daarnaast moeten de Verenigde Naties een spoedig debat starten over de steeds slechter wordende mensenrechtensituatie in China, en daarbij aandacht schenken aan de uitvoering van de nationale veiligheidswet in Hongkong.’ 

Achtergrond

De nationale veiligheidswet werd op 30 juni 2020 unaniem aangenomen door China's Permanent Comité van het Nationaal Volkscongres en ingevoerd zonder enige formele, betekenisvolle publieke of andere lokale consultatie. De wet is gericht op zogenaamde daden van 'afscheiding', 'ondermijning van staatsmacht', 'terroristische activiteiten' en 'samenspannen met buitenlandse of externe mogendheden om de nationale veiligheid in gevaar te brengen'. 

 De zeer ruime definitie van 'nationale veiligheid', ook gehanteerd door de Chinese centrale autoriteiten, mist duidelijkheid en juridische voorspelbaarheid, en wordt op arbitraire wijze gebruikt om de vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging te beknotten, en om afwijkende meningen en politieke oppositie de kop in te drukken. De willekeurige toepassing van de nationale veiligheidswet en de vage strafrechtelijke definities maken het onmogelijk voor burgers te weten hoe en wanneer ze de wet overtreden. Dat heeft vanaf de eerste dag in heel Hongkong geleid tot een afschrikwekkend effect. 

 

hier niet op duwen