Nationaal actieplan over mensenrechten in het bedrijfsleven mist ambitie

Nationaal actieplan over mensenrechten in het bedrijfsleven mist ambitie

Persbericht

De Belgische overheid stelt vandaag haar Nationaal Actieplan (NAP) “Ondernemingen en Mensenrechten” voor. Amnesty International is tevreden dat het plan bestaat maar verwijt de regeringen van België een gebrek aan ambitie.

Uit verschillende Amnesty-rapporten blijkt duidelijk dat bedrijven een negatieve impact kunnen hebben op mensenrechten: kinderarbeid in de kobaltmijnen van Congo, betrokkenheid van Shell bij zware olievervuiling in Nigeria, misbruik van arbeidsmigranten bij de bouw van voetbalstadiums in Qatar, … Elke dag worden er ernstige mensenrechtenschendingen gepleegd waarbij bedrijven betrokken zijn of waar ze minstens een oogje voor dichtknijpen. Anderzijds zijn er ook bedrijven die zich wel degelijk inzetten voor mensenrechten door zelf het internationaal recht te respecteren en hetzelfde te eisen van toeleveranciers en onderaannemers. 

De Verenigde Naties (VN) keurden in 2011 de Richtlijnen inzake Bedrijven en Mensenrechten goed om mensenrechtenschendingen in het bedrijfsleven wereldwijd aan te pakken. De VN-Richtlijnen 
zijn opgebouwd rond drie kernprincipes: Protect, Respect en Remedy. Staten moeten mensenrechten beschermen (Protect), bedrijven moeten mensenrechten naleven (Respect) en slachtoffers van mensenrechtenschendingen moeten rechtsherstel kunnen bekomen (Remedy).

Om die richtlijnen in de praktijk te brengen, besliste België eind 2013 om een Nationaal Actieplan op te stellen. Afgelopen zomer werd het Belgische plan in de Ministerraad aangenomen na vier jaar overleg tussen de betrokken instanties op federaal en regionaal niveau en verschillende consultatierondes met de stakeholders. Het omvat 33 actievoorstellen. Vandaag wordt het plan voorgesteld aan het grote publiek.

“Amnesty International gelooft sterk in de kernprincipes van de VN-Richtlijnen inzake Mensenrechten en Bedrijfsleven. Wij zijn dan ook altijd vragende partij geweest om deze richtlijnen te implementeren in een Nationaal Actieplan. Na vier jaar onderhandelingen en consultaties is de grootste verdienste van het Belgische Actieplan dat het bestaat. Er is nu een vertrekpunt om op verder te bouwen”, zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. “Maar ambitieus zou ik het niet noemen.”

Voor Amnesty International, dat actief deelnam aan de consultaties, is een beter beleid inzake bedrijven en mensenrechten pas mogelijk indien er een wettelijke verankering komt van het zogenaamde ‘due diligence’ principe (zorgplicht). Zorgplicht betekent dat elk bedrijf moet nagaan wat de impact is van zijn activiteiten op mensenrechten - zowel direct als indirect via de toeleveringsketen - en de risico’s in kaart moet brengen. Vervolgens moet het bedrijf actie ondernemen om de negatieve effecten te verminderen of te voorkomen. Van groot belang is bovendien dat daarover transparant wordt gecommuniceerd.

“Het Nationaal Actieplan bevat 33 actievoorstellen maar het doet geen enkele poging om het principe van de zorgplicht verplicht op te leggen aan bedrijven. Dit is nochtans cruciaal als we respect voor mensenrechten willen afdwingen in het kader van economische activiteiten,” aldus Wies De Graeve. “Het actieplan beperkt zich tot het vrijblijvend stimuleren van bedrijven om dergelijke programma’s op te zetten. Over wetgevende initiatieven wordt met geen woord gerept.”

Er zijn tal van bedrijven die zelf actie ondernemen om ervoor te zorgen dat hun activiteiten in lijn zijn met de mensenrechten. “We stellen vast dat – onder andere in respons op acties van Amnesty International – nogal wat bedrijven hun interne processen aanpassen en ook transparanter worden daarin. Dat is natuurlijk positief maar het blijft beperkt tot bedrijven die mensenrechten belangrijk vinden. Andere bedrijven blijven ver achterophinken. Door enkel in te zetten op sensibilisering en vrijblijvende stimulansen, zal de Belgische overheid er misschien in slagen om een aantal bedrijven beter te laten presteren maar riskeert het weinig impact te hebben op zij die het meest problematisch zijn.”

Ook wat de rapporteringsplicht van ondernemingen betreft over de inspanningen die ze doen om onder meer mensenrechtenrisico’s te beperken  – de meest elementaire verplichting die ertoe kan bijdragen dat ondernemingen mensenrechten meer en beter respecteren – blijft België steken bij het louter toepassen van de bestaande Europese regelgeving. Daarbuiten verbindt de overheid er zich enkel toe publieke rapportering te ‘bevorderen’, niet om ze wettelijk verplicht te stellen.

“België claimt als ‘voortrekker’ te willen handelen in het dossier van ondernemingen en mensenrechten, maar voegt de daad niet bij het woord. De bezorgdheid van de overheid om, zoals het voorwoord van het Nationaal Actieplan zelf aangeeft, de administratieve last van ondernemingen niet te verzwaren, heeft duidelijk de overhand genomen op de ambitie om de VN-Richtlijnen op een deugdelijke wijze te vertalen in doeltreffende maatregelen.”

Meer Informatie: