Afbeelding
© Mathias Rodriguez
Blog

Minister Clarinval, waar blijft het invoerverbod op producten uit Israëlische nederzettingen?

03 maart 2026

Vandaag richten verschillende middenveldorganisaties zich tot de federale regering, in het bijzonder tot vicepremier en minister van Economie David Clarinval, om eraan te herinneren dat honderdduizenden Belgen nog steeds wachten op het invoerverbod op producten uit Israëlische nederzettingen.

Op 2 september 2025 kondigde de federale regering een reeks maatregelen aan met betrekking tot de situatie in bezet Palestijns gebied. Een van die maatregelen was een nationaal verbod op de invoer van goederen uit illegale Israëlische nederzettingen. Zes maanden later is die belofte nog steeds niet uitgevoerd.

Minister Clarinval, de regering waar u deel van uitmaakt, heeft deze maatregel aangekondigd. Wij roepen u op om ervoor te zorgen dat dit engagement zonder verder uitstel wordt uitgevoerd. Uw getreuzel is onaanvaardbaar en getuigt van een gebrek aan politieke wil.
Laat ons niet vergeten hoe we op dit punt zijn gekomen. In juni en september 2025 trokken meer dan 110.000 mensen door de straten van Brussel. Twee keer kwamen zij massaal op straat met de duidelijke eis dat Vlaamse, Belgische en Europese beleidsmakers concrete maatregelen moeten nemen tegen de verwoesting die Israël aanricht in Gaza en de Westelijke Jordaanoever.

Maandenlang zagen burgers hoe een gelivestreamde genocide zich voor hun ogen voltrok waarin de Palestijnen in Gaza opzettelijk werden uitgehongerd. Hun lijden werd verergerd door de blokkering van essentiële hulp door Israël. Wat volgde, was geen kortstondige verontwaardiging, maar een aanhoudende, brede mobilisatie van burgers en middenveldorganisaties die hun machthebbers opriepen hun verantwoordelijkheid op te nemen en het internationaal recht te respecteren.

Eindelijk kondigde op 2 september 2025 de federale regering een pakket maatregelen aan. Hierin opgenomen: het opstellen van een koninklijk besluit “dat voorziet in een nationale importban voor goederen die geproduceerd, ontgonnen of verwerkt zijn in de door Israël bezette gebieden”.

Intussen zijn we zes maanden later. Uit een studie die begin februari 2026 werd uitgevoerd door 11.11.11 en CNCD-11.11.11, bleek dat meer dan een derde van de beloofde maatregelen nog steeds niet is uitgevoerd. Het aangekondigde invoerverbod is daar één van. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt in de uitvoering van een deel van het akkoord. Hoe komt het dat er bij sommige aangekondigde maatregelen zo weinig slagkracht te zien is?

De drie verantwoordelijke ministers in dit dossier zijn: Maxime Prévot, minister van Buitenlandse Zaken, Jan Jambon, minister van Financiën, en David Clarinval, minister van Economie. De eerste twee gaven aan dat hun administraties het voorbereidende werk hebben gedaan. De afronding van het proces zou nu dus in handen zijn van minister Clarinval. Toen hij eind januari 2026 in het parlement over dit onderwerp werd aangesproken, verwees de minister naar de juridische complexiteit van het dossier om de vertraging te rechtvaardigen.

Het Spaanse voorbeeld toont nochtans aan dat politieke wil snel in daden kan worden omgezet. Twee weken nadat Spanje een importverbod op producten uit de kolonies had aangekondigd, werd deze maatregel formeel goedgekeurd en trad het verbod de volgende dag in werking. Dit contrast roept vragen op. Waarom zou wat in Madrid mogelijk is, in Brussel zo complex zijn? Het Spaanse model biedt concrete oplossingen voor de belangrijkste technische en juridische obstakels die verband houden met de invoering van een nationaal importverbod.

België kan zich door deze oplossingen laten inspireren. Wat ontbreekt is niet de expertise, maar de politieke wil. Het gaat hier niet om een technisch debat over beperkte handelsstromen, het gaat hier fundamenteel over de naleving van het internationaal recht en de mensenrechten.

Op 19 juli 2024 stelde het Internationaal Gerechtshof duidelijk dat staten handel moeten verbieden als die bijdraagt aan de onwettige situatie in het bezette Palestijnse gebied. Die verplichting geldt ook voor België.

Producten uit Israëlische nederzettingen invoeren, betekent deelnemen aan een systeem dat op grote schaal de fundamentele rechten van de Palestijnse bevolking onder bezetting schendt: het recht op land, water, bewegingsvrijheid en zelfbeschikking.

Sommigen zullen beweren dat België alleen de realiteit ter plaatse niet kan veranderen. Dat klopt. Maar de vraag is niet of één maatregel volstaat om de situatie te keren. De vraag is of we bereid zijn winst te halen uit schendingen van het internationaal recht. Dat recht kunnen we niet enkel toepassen wanneer het ons uitkomt.

Het regeerakkoord benadrukt het belang van de rechtsstaat en het internationaal recht. Dan moet ook het economisch beleid daarmee in lijn worden gebracht. Nationale maatregelen in België, Spanje of andere lidstaten kunnen een bredere Europese dynamiek op gang brengen. De Europese Unie (EU) is immers de belangrijkste afzetmarkt voor producten uit Israëlische nederzettingen. In dat opzicht is een verbod op de handel met illegale nederzettingen geen geïsoleerde of symbolische stap.

Op 8 februari 2026 kondigde de Israëlische regering nieuwe stappen aan richting de verdere annexatie van Palestijns grondgebied. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot noemde die in strijd met het internationaal recht, resolutie 2334 van de VN-Veiligheidsraad en het bovengenoemde advies van het Internationaal Gerechtshof. Die veroordeling verliest helaas aan kracht zolang België economische banden met de nederzettingen blijft toelaten.

België heeft een verbod op de invoer van producten uit de Israëlische nederzettingen aangekondigd, maar voert het niet uit. Internationaal recht verliest zijn betekenis wanneer het enkel wordt ingeroepen in woorden, maar niet toegepast in beleid. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van België en, op termijn, de bescherming die het internationaal recht ons allen biedt.

Honderdduizenden Belgen eisen daadkracht van hun regering. Na zes maanden is het tijd om eindelijk de daad bij het woord te voegen. En eindelijk een heldere rode lijn te trekken tegen een illegale bezetting en oorlogsmisdaden door Israël.

Minister Clarinval, neem uw verantwoordelijkheid.


Open brief ondertekend door:

  • Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen
  • Axelle Fischer, algemeen secretaris van Entraide et Fraternité
  • Pierre Galand, voorzitter van de Association Belgo-Palestinienne
  • Lieve Herijgers, directeur van Broederlijk Delen
  • Els Hertogen, algemeen directeur van 11.11.11
  • Fanny Polet, directeur van Viva Salud
  • Eva Smets, directeur van Oxfam België
  • Carine Thibaut, directrice van Amnesty International België (Franstalig)
  • Luc Van Haute, directeur van Caritas International
  • Véronique Wemaere, directeur van Solsoc
  • Arnaud Zacharie, algemeen secretaris van CNCD-11.11.11

Lees ook

Meer nieuws