Libië: aanvallen tegen mensenrechtenverdedigsters

Libië: aanvallen tegen mensenrechtenverdedigsters

Persbericht

Nieuw onderzoek van Amnesty International toont aan hoe Libische activistes, blogsters en journalistes die zich durven uitspreken tegen corruptie of misbruiken door milities en gewapende groepen geconfronteerd worden met gendergerelateerd geweld. Dit gaat van fysieke aanvallen, ontvoeringen en seksueel geweld tot lastercampagnes op sociale media, stigmatisering en intimidatie. Dit alles gebeurt in een klimaat van straffeloosheid. Schadelijke genderstereotypes en het sociale stigma dat verbonden is aan hun activisme normaliseren deze misbruiken tegen vrouwelijke activistes. Een nieuwe publicatie: Silenced voices: Libyan women human rights defenders under attack, legt bloot hoe vrouwen steeds meer onder druk staan om zich terug te trekken uit de publieke sfeer. Vrouwen worden monddood gemaakt.

Libië: politieke verdeeldheid en geweld

Na de opstand in 2011 leek even een prille burgermaatschappij te ontstaan, die ruimte bood aan een divers activisme. Na het gewapend conflict van 2014 viel Libië uiteen en eisten twee rivaliserende regeringen de macht op. Sindsdien zijn vele mensenrechtenverdedigers, advocaten, journalisten en dissidenten het land ontvlucht na doodsbedreigingen, fysieke aanvallen, ontvoering, arbitraire detentie en foltering. De moorden op parlementslid Fariha al-Barkawi en de prominente mensenrechtenverdedigster Salwa Bugaighis (zie foto) in juni 2014 hadden een verlammend effect op vrouwelijke activistes. In februari 2015 werd de activiste Entisar El Hassari vermoord. Het feit dat geen effectief onderzoek gevoerd is naar deze moorden, en dat de schuldigen nooit bestraft zijn, heeft verder bijgedragen tot deze cyclus van geweld en straffeloosheid. Intussen durven nog weinig vrouwen zich publiek uitspreken, en worden zij het slachtoffer van aanhoudende intimidatie en geweld door milities, de Libische autoriteiten en burgers.

Het verhaal van “Manal”

“Manal” (schuilnaam) is een 45-jarige freelance journaliste uit Tripoli. Tussen 2009 en 2017 werkte ze ook als woordvoerster voor een ministerie. Tussen 2012 en 2017 hebben milities haar herhaaldelijk proberen te ontvoeren, haar fysiek aangevallen en geïntimideerd als wraak voor haar onderzoeksjournalistiek werk over corruptie en mensenrechtenschendingen.

In 2012 heeft een militie geprobeerd om haar te ontvoeren nadat ze een artikel gepubliceerd had over de onrechtmatige verkoop van goederen van de Libische staat in Tunis. In 2014, twee dagen nadat ze zich tijdens een TV-interview kritisch had uitgelaten over het Libische sociale zekerheidssysteem en werkloosheidsuitkeringen, werd ze door drie onbekende mannen opgewacht aan haar auto en in elkaar geslagen. Een klacht bij de politie bleef zonder gevolg. Na dit incident is ze 8 maanden lang niet gaan werken bij het ministerie en moest ze van haar man al haar onderzoekswerk stopzetten.

In april 2017 was Manal onderzoek aan het doen naar onderwerpen als buitenechtelijke kinderen en de verdeling van paspoorten aan mensen die niet over de Libische nationaliteit beschikken. Leden van een machtige militie benaderden haar man, en eisten dat hij een eind zou maken aan haar journalistiek onderzoek. Haar man nam haar harde schijf af, en is uiteindelijk van haar gescheiden.

Een volgend incident vond plaats in augustus 2017, toen “Manal” de zaak aan het onderzoeken was van een 12-jarig meisje dat verkracht zou zijn. Door dit werk werd ze fysiek aangevallen door een commandant van de Revolutionaire Brigade van Tripoli, die verbonden is aan het ministerie van Binnenlandse Zaken van de internationaal erkende Regering van Nationale Eenheid. Daarop vluchtte ze naar Tunis. Omdat ze daar geen werk vond, keerde ze na een paar maanden noodgedwongen terug naar Tripoli. In oktober 2017, kort na haar terugkeer, werd ze ontvoerd door mannen die banden hadden met een bekende militieleider uit Tripoli. Ze brachten haar naar hun hoofdkwartier. Daar werd ze geslagen, en dreigden ze haar te verkrachten en op beschuldiging van sekswerk (“prostitutie”) over te dragen aan de Speciale Veiligheidsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Toen ze geen gehoor kreeg bij de politie, deed Manal uiteindelijk beroep op een rivaliserende militie, en werd ze na een paar uur bevrijd.

Nu heeft Manal al haar onderzoekswerk stopgezet. Ze leeft in angst en isolement, en verlaat haar huis enkel wanneer strikt noodzakelijk. Ze verhuist regelmatig, zodat de milities haar niet op het spoor zouden komen. Bovendien is ze uitgestoten door de samenleving na haar echtscheiding en als gevolg van de aanvallen. “Ik ben een vrouw, gescheiden en werkloos,” vertelde ze aan Amnesty International. “De maatschappij beschouwt me niet als een slachtoffer; ze denken dat ik dit verdiend heb, dat ik het mezelf heb aangedaan.”

Ontvoering, mishandeling, online lastercampagnes en intimidatie

Amnesty International heeft verschillende zaken gedocumenteerd van Libische vrouwen die verklaren hoe ze, omwille van hun activisme en publicaties op sociale media, geïntimideerd en monddood gemaakt werden. Verschillende vrouwen werden ontvoerd, mishandeld, of dermate geïntimideerd dat ze zich genoodzaakt zagen om het land te ontvluchten.

Sociale media spelen een bijzondere rol in het monddood maken van vrouwelijke activistes. Verschillende Libische activistes vertelden aan Amnesty International hoe ze op Twitter en Facebook worden lastiggevallen, bedreigd met verkrachting, of het slachtoffer worden van lastercampagnes, waarbij ze ervan beschuldigd worden “immoreel” te zijn, of “gescheiden”. Zo worden ze gestigmatiseerd en in diskrediet gebracht.

Nood aan aansprakelijkheid

Terwijl in Libië politieke verdeeldheid heerst, blijven de misbruiken en gewelddaden van milities en gewapende groepen gelinkt aan de Regering van Nationale Eenheid in Tripoli en aan het Libisch Nationaal Leger in Benghazi ongestraft. Dit klimaat van straffeloosheid voedt een angstcultuur, en intimideert vrouwen die een actieve rol willen opnemen in het publieke debat.

De gewapende groepen en milities moeten hun verantwoordelijkheid erkennen om het recht op vrijheid van meningsuiting en deelname aan het publieke leven van Libische vrouwen, en van alle Libische burgers, te respecteren en te beschermen.

De Libische autoriteiten moeten zij die vrouwen brutaal monddood willen maken ter verantwoording roepen. Ze moeten de rechten van vrouwen beschermen en maatregelen nemen om gendergerelateerd geweld te voorkomen.

Amnesty International roept de VN-Mensenrechtenraad bovendien op om een internationaal onafhankelijk mechanisme op te richten om de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht in Libië sinds 2011 te onderzoeken. Zo kunnen de daders van mensenrechtenschendingen geïdentificeerd worden, en kan er een eind gemaakt worden aan de straffeloosheid.

hier niet op duwen