Israëls apartheid tegen Palestijnen is een misdaad tegen de mensheid

Israëls apartheid tegen Palestijnen is een misdaad tegen de mensheid

Rapport

De Israëlische autoriteiten moeten ter verantwoording worden geroepen voor het plegen van de misdaad van apartheid tegen Palestijnen, zegt Amnesty International in een vernietigend nieuw rapport. Het onderzoek laat zien hoe Israël een systeem van onderdrukking en overheersing hanteert tegen Palestijnen. Dit geldt overal waar Israël controle heeft over de rechten van Palestijnen. Het treft Palestijnen in Israël zelf, in de bezette Palestijnse gebieden en Palestijnse vluchtelingen in andere landen.

Amnesty’s rapport Israel’s Apartheid against Palestinians: Cruel System of Domination and Crime against Humanity, is het resultaat van jarenlang onderzoek en juridische analyse. Het documenteert grootschalige inbeslagnames van Palestijns land en eigendom, het onwettig doden van mensen, gedwongen verplaatsingen en drastische beperkingen op de bewegingsvrijheid, en het ontzeggen van nationaliteit en staatsburgerschap aan Palestijnen. Dit systeem wordt in stand gehouden door schendingen die volgens Amnesty International neerkomen op apartheid als misdaad tegen de mensheid, zoals omschreven in het Statuut van Rome (inzake het Internationaal Strafhof) en in het Apartheidsverdrag (Internationaal Verdrag inzake de bestrijding en bestraffing van de misdaad van apartheid).

Amnesty International roept daarom het Internationaal Strafhof (ICC) op om de misdaad van apartheid mee te nemen in zijn lopend onderzoek naar de bezette Palestijnse gebieden. Daarnaast roept Amnesty alle staten op om gebruik te maken van universele jurisdictie om daders van misdrijven van apartheid te berechten.

‘Behandeld als inferieure raciale groep’

‘Ons rapport laat de ware reikwijdte zien van Israëls apartheidsregime. Of ze nu in Gaza, Oost-Jeruzalem, Hebron of Israël zelf wonen: Palestijnen worden behandeld als een inferieure raciale groep en systematisch van hun rechten beroofd,’ zegt Amnesty’s secretaris-generaal Agnès Callamard. ‘Wij hebben vastgesteld dat Israëls wrede politiek van segregatie, onteigening en uitsluiting in alle gebieden waarover de autoriteiten macht uitoefenen, duidelijk neerkomt op apartheid. De internationale gemeenschap heeft de plicht in te grijpen.’

‘Niets kan een systeem rechtvaardigen dat gebouwd is op de geïnstitutionaliseerde racistische onderdrukking van miljoenen mensen’, aldus Callamard. ‘Apartheid hoort niet thuis in onze wereld, en landen die ervoor kiezen om Israël hun gang te laten gaan, zullen aan de verkeerde kant van de geschiedenis staan. Regeringen die Israël wapens blijven leveren en verhinderen dat het land ter verantwoording wordt geroepen door de VN, steunen een systeem van apartheid, ondermijnen de internationale rechtsorde en verergeren het lijden van het Palestijnse volk. De internationale gemeenschap moet de realiteit van Israëls apartheid onder ogen zien en de vele wegen naar gerechtigheid bewandelen die tot nu toe beschamend onderbenut zijn gebleven.’

Apartheid identificeren

Een apartheidssysteem is een geïnstitutionaliseerd regime van onderdrukking en overheersing van een raciale groep over een andere. Het is een ernstige mensenrechtenschending die is verboden volgens het internationaal recht. Amnesty's uitgebreide onderzoek en juridische analyse, uitgevoerd in overleg met externe deskundigen, toont aan dat Israël een apartheidssysteem tegen de Palestijnen handhaaft door middel van wetten, beleid en praktijken die ervoor zorgen dat zij langdurig en op wrede wijze worden gediscrimineerd.

Volgens het internationaal strafrecht vormen specifieke onmenselijke daden die worden gepleegd binnen een systeem van onderdrukking en overheersing, met de bedoeling om dat systeem in stand te houden, de misdaad tegen de mensheid van apartheid. Deze daden zijn omschreven in het Apartheidsverdrag en het Statuut van Rome, en omvatten het wederrechtelijk doden, folteren, gedwongen overbrenging en het ontzeggen van fundamentele rechten en vrijheden.

Amnesty International documenteerde in alle gebieden waarover Israël de controle heeft handelingen die verboden zijn volgens het Apartheidsverdrag en het Statuut van Rome. In de bezette Palestijnse gebieden komen deze handelingen vaker en gewelddadiger voor dan in Israël.

De Israëlische autoriteiten ontzeggen de Palestijnen opzettelijk hun fundamentele rechten en vrijheden, door draconische bewegingsbeperkingen in de bezette gebieden, chronische en discriminerende onderinvesteringen in Palestijnse gemeenschappen in Israël, en het ontzeggen van het recht op terugkeer aan de vluchtelingen. Amnesty documenteert ook gedwongen verplaatsingen, administratieve detentie, foltering en buitengerechtelijke executies, zowel in Israël als in de bezette gebieden.

Amnesty International stelt vast dat deze daden deel uitmaken van een systematische en wijdverspreide aanval tegen de Palestijnse bevolking, en worden begaan met de bedoeling het systeem van onderdrukking en overheersing in stand te houden. Zij vormen bijgevolg de misdaad tegen de mensheid van apartheid.

Buitengerechtelijk executeren van demonstranten

Het doden van Palestijnse demonstranten is misschien het duidelijkste voorbeeld van hoe Israëlische autoriteiten misdaden begaan om het status quo te behouden. Duizenden Palestijnen zijn wederrechtelijk gedood door Israëlische troepen. Nog voordat Palestijnen in Gaza in 2018 bijvoorbeeld wekelijkse protesten hielden bij de grens met Israël, waarschuwden hooggeplaatste Israëlische ambtenaren dat Palestijnen die de muur naderden zouden worden neergeschoten. Toen de protesten eind 2019 eindigden, hadden de Israëlische troepen 214 burgers gedood, onder wie 46 kinderen. Daarom roept Amnesty de VN-Veiligheidsraad op een wapenembargo tegen Israël in te stellen. Zowel wapens, munitie als materiaal voor wetshandhavers moet hieronder vallen. Ook zou de Veiligheidsraad individuele sancties moeten opleggen aan Israëlische functionarissen die de hoogste verantwoordelijkheid dragen voor het misdrijf van apartheid.

Palestijnen behandeld als demografische dreiging

Sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 is het Israëlische beleid erop gericht geweest om een Joodse demografische meerderheid in het land te bereiken en behouden. Ook richt het beleid zich op maximale controle over de grond en de hulpbronnen zodat Joodse Israëliërs ervan kunnen genieten. Tot de dag van vandaag is de beleidsdoelstelling zowel in Israël als in de bezette Palestijnse gebieden om Joodse Israëliërs te bevoordelen ten nadele van Palestijnen. Palestijnse vluchtelingen worden daarenboven nog steeds buitengesloten.

Amnesty International erkent dat Joden, net als Palestijnen, aanspraak maken op hun recht op zelfbeschikking. Amnesty bekritiseert op zich niet dat Israël een thuis wil zijn voor Joden. Evenmin meent de organisatie dat het feit dat Israël zichzelf een "joodse staat" noemt, op zichzelf duidt op een voornemen tot onderdrukking en overheersing.

Uit het rapport blijkt echter dat opeenvolgende Israëlische regeringen Palestijnen als demografische bedreiging beschouwden en maatregelen invoerden om hun aanwezigheid en toegang tot grond in Israël en de bezette gebieden te controleren en te verminderen. Deze demografische doelstellingen worden goed geïllustreerd door officiële plannen om gebieden van Israël en de Westelijke Jordaanoever, waaronder Oost-Jeruzalem, te "Judaïseren", waardoor nog steeds duizenden Palestijnen het risico lopen op gedwongen uithuiszetting.

Inferieure raciale groep

Het rapport laat zien dat de Israëlische autoriteiten Palestijnen behandelen als inferieure raciale groep die wordt gedefinieerd aan de hand van hun niet-Joodse, Arabische status. Deze raciale discriminatie is vastgelegd in wetten in zowel Israël als de bezette gebieden.

Palestijnse burgers van Israël kunnen bijvoorbeeld niet de Israëlische nationaliteit krijgen, waardoor zij een andere wettelijke status hebben dan Joodse Israëliërs. Ze worden onderworpen aan systematische discriminatie. Dat onderscheid werd in een constitutionele wet uit 2018 vastgelegd, die spreekt van Israël als uitsluitend een ‘natiestaat van het Joodse volk’.

Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza wonen zijn er geen staatsburger en worden als staatloos beschouwd. Om er te leven en werken hebben ze een identiteitskaart van het Israëlische leger nodig.

Miljoenen Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen mogen niet terugkeren naar het land dat zij in de conflicten van 1947-49 en 1976 gedwongen verlieten. Dit terwijl zij volgens het internationaal recht het recht hebben naar hun voormalige huizen en eigendommen terug te keren.

Minder waard in Israël

Zo’n 21 procent van de inwoners van Israël is Palestijn. Zij worden op veel manieren gediscrimineerd. Omdat ze zijn uitgesloten van militaire dienstplicht, lopen ze veel voordelen mis. Zo krijgen ze geen huursubsidie en studiebeurzen. Ook mogen Palestijnen in grote delen van het land niet wonen, waardoor de meesten opeengepakt zitten in dichtbevolkte enclaves.

Door tientallen jaren ongelijke behandeling zijn Palestijnen economisch achtergesteld. Daar komt nog eens bij dat zij veel minder overheidssteun krijgen dan Joodse Israëliërs. Zo ging van het corona-herstelpakket slechts 1,7 procent naar Palestijnse lokale autoriteiten.

Onteigeningen

Huisuitzettingen en onteigeningen zijn een cruciaal onderdeel van Israëls apartheidssysteem. Israël vernielde sinds 1948 honderdduizenden Palestijnse woningen en andere eigendommen.

Palestijnen in de Negev/Naqab, Oost-Jeruzalem en het C-gebied van de bezette gebieden leven volledig onder Israëlische controle. Zij krijgen er geen bouwvergunningen, waardoor ze illegaal onderkomens moeten bouwen die vervolgens worden afgebroken.

In de bezette gebieden wordt deze situatie nog eens verergerd omdat de illegale Israëlische nederzettingen er steeds verder uitbreiden. In Oost-Jeruzalem nemen kolonisten met de steun van het Israëlische leger huizen van Palestijnen in beslag.

Beperkte bewegingsvrijheid

Sinds het midden van de jaren negentig van de twintigste eeuw leggen de Israëlische autoriteiten Palestijnen in de bezette gebieden steeds strengere beperkingen van de bewegingsvrijheid op. Palestijnse gemeenschappen leven geïsoleerd in militaire zones, afgesloten door een 700 kilometer lang hek dat steeds langer wordt. Elke keer dat ze erin of eruit willen, moeten de Palestijnen meerdere speciale vergunningen aanvragen.

In Gaza leven 2 miljoen Palestijnen in een humanitaire crisis die is veroorzaakt door een Israëlische blokkade die ervoor zorgt dat ze Gaza vrijwel niet kunnen verlaten. Israëlische staatsburgers en kolonisten kunnen beide gebieden wel ongehinderd in en uit.

Amnesty’s oproep

Amnesty International formuleert talrijke specifieke aanbevelingen voor de manier waarop de Israëlische autoriteiten het apartheidssysteem en de discriminatie, segregatie en onderdrukking die het in stand houden, kunnen ontmantelen.

Allereerst roept Amnesty op een einde te maken aan het slopen van huizen en gedwongen uitzettingen. Israël moet Palestijnen in Israël en de bezette gebieden gelijke rechten toekennen. Daarnaast moeten de autoriteiten erkennen dat Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen het recht hebben terug te keren naar de huizen waar zij of hun voorouders woonden en slachtoffers van mensenrechtenschendingen volledig compenseren.

De omvang en de ernst van de gedocumenteerde schendingen vragen om een drastische verandering in de aanpak door de internationale gemeenschap van de mensenrechtencrisis in Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Alle staten kunnen universele jurisdictie laten gelden over mensen die worden verdacht van het misdrijf van apartheid. Dat wil zeggen dat nationale rechtbanken van om het even welke staat personen kunnen vervolgen voor misdrijven van apartheid (en andere internationale misdrijven) die buiten het territorium van die staat werden gepleegd. Staten die partij zijn bij het Apartheidsverdrag hebben zelfs een verplichting om dit te doen.

Ook roept Amnesty de VN-Veiligheidsraad op een wapenembargo voor Israël in te stellen. Zowel wapens, munitie als uitrusting voor wetshandhavers moeten hieronder vallen. Daarnaast moet de Veiligheidsraad individuele sancties opleggen aan Israëlische functionarissen die de grootste verantwoordelijkheid dragen voor het plegen van het misdrijf van apartheid.

‘De internationale reactie op de apartheid mag niet langer beperkt blijven tot een nietszeggende veroordeling en drogredenen. Als we de onderliggende oorzaken niet aanpakken, zullen Palestijnen en Israëliërs verwikkeld blijven in de cyclus van geweld die al zoveel levens heeft verwoest’, aldus Callamard.

‘Israël moet het apartheidssysteem ontmantelen en de Palestijnen gaan behandelen als mensen met gelijke rechten en waardigheid. Zolang dat niet gebeurt, zullen vrede en veiligheid voor Israëliërs en Palestijnen verre toekomstdromen blijven.’