Irak: wapentransfers wakkeren oorlogsmisdaden aan

Irak: wapentransfers wakkeren oorlogsmisdaden aan

Rapport

Paramilitaire milities die officieel opereren als deel van het Iraakse leger in de strijd tegen de gewapende groep die zichzelf Islamitische Staat (IS) noemt, gebruiken wapens uit Iraakse militaire voorraden, geleverd door de VS, Europa, Rusland en Iran, om oorlogsmisdaden te begaan en voor wraakacties en andere wreedheden.

Dat stelt Amnesty International vandaag in een nieuw rapport.

Uit veldonderzoek en een gedetailleerde analyse van foto- en videomateriaal sinds 2014 blijkt dat Popular Mobilization Units (PMU), voornamelijk Sjiitische milities die aan de zijde van het Iraakse leger vechten, profiteerden van wapentransfers uit minstens 16 landen. Hun arsenaal bestaat onder meer uit tanks en artillerie, maar ook uit een breed scala aan kleine wapens, zoals machinegeweren, handgeweren en snipergeweren. De PMU-milities gebruikten deze wapens bij gedwongen verdwijningen en ontvoeringen van duizenden vooral Soenitische mannen en jongens, bij foltering en standrechtelijke executies en bij moedwillige vernietiging van eigendommen.

Wapenleveringen aan Irak

“Internationale wapenleveranciers, waaronder de VS, Europese landen, Rusland en Iran, moeten beseffen dat alle wapens die aan Irak worden geleverd, riskeren in handen te belanden van milities met een lange geschiedenis van mensenrechtenschendingen,” zegt Wies De Graeve, directeur van Amnesty International Vlaanderen. “Elke staat die wapens aan Irak verkoopt moet aantonen dat er strikte maatregelen zijn om te garanderen dat de wapens niet gebruikt worden door paramilitaire milities voor flagrante mensenrechtenschendingen. Tot dan zou geen enkele wapenoverdracht mogen plaatsvinden.”

Meer dan twintig landen leverden de laatste vijf jaar wapens en munitie aan Irak. Volgens het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) steeg de wapenexport naar Irak met 83% tussen de periodes 2006-2010 en 2011-2015. Vanaf 2015 is Irak ’s werelds zesde wapenimporteur van zware wapens. Het lukrake en slordige wapentrackingsysteem van het Iraakse leger maakt het heel moeilijk om te traceren waar wapens belanden eens ze in Irak zijn. In combinatie met de fluïde aard van het conflict, betekent dit dat wapens vaak in handen vallen van of omgeleid worden naar gewapende groepen en milities die actief zijn in Irak en Syrië. “Irak moet strikte maatregelen instellen om te verzekeren dat wapenvoorraden goed beveiligd en gemonitord worden,” zegt Wies De Graeve.

Systematische mensenrechtenschendingen door PMU-milities

De Popular Mobilization Units (PMU) – die zo’n 40 à 50 aparte milities omvatten – werden midden 2014 opgericht om de strijd tegen IS te ondersteunen. In 2016 werden de PMU’s formeel onderdeel van het Iraakse leger, maar ze genieten al overheidssteun sinds lang daarvoor. Amnesty’s onderzoek toont aan dat deze milities sinds 2014 steeds meer macht en invloed kregen. Ze kregen wapens en
loon van de Iraakse autoriteiten en deden steeds meer aanvallen en checkpointcontroles aan de zijde van de Iraakse troepen. Onder deze mantel van officiële goedkeuring voerden sommige PMU’s wraakaanvallen uit, vooral tegen Soenitische Arabieren, zonder dat iemand hen ter verantwoording roept.

Soennitische mannen worden routineus onderworpen aan foltering en andere mishandeling aan checkpoints en in detentiecentra onder controle van PMU-milities. Zo vertelde een 20-jarige student
aan Amnesty hoe hij werd tegengehouden aan een checkpoint. De mannen van het checkpoint – sommigen in burgerkledij, anderen in legeruniform, waaronder sommigen met PMU-insignes - blinddoekten hem en reden hem weg. “Ik werd zeven weken gefolterd. Ze wilden dat ik bekende dat ik bij IS hoorde. Ik werd met 30 anderen vastgehouden op een school. We werden met metalen staven 
en kabels geslagen. Ze gebruikten ook elektrische schokken. Ik werd meestal geblinddoekt. Na 22 dagen brachten ze ons naar een gevangenis in Bagdad. Er waren nog andere mensen die soms al meer dan zes maanden vastzaten, zonder dat hun familie wist waar ze waren.”

Irak moet milities beteugelen

“De Iraakse autoriteiten moeten stoppen met hun ogen te sluiten voor dit systematisch patroon van mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden,” zegt Wies De Graeve. “Elk militielid dat aan de zijde vecht van het Iraakse leger moet grondig en rigoureus doorgelicht worden. Wie verdacht wordt van ernstige schendingen moet uit de rangen worden verwijderd in afwachting van het gerechtelijk onderzoek en vervolging. Losbandige milities die geen verantwoording moeten afleggen moeten ofwel in de plooi en discipline van het leger worden gebracht, ofwel helemaal ontwapend en gedemobiliseerd worden.”

De Iraakse autoriteiten staan voor een enorme veiligheidsdreiging van IS, dat wreedheden blijft begaan op het grondgebied onder zijn controle en dodelijke aanvallen uitvoert op burgers elders in Irak. Toch moeten maatregelen die hier een antwoord op bieden internationale mensenrechten en het humanitair recht respecteren.

Amnesty International roept Irak op om onmiddellijk toe te treden tot het Wapenhandelsverdrag, dat strenge regels oplegt om wapenleveringen of –afleidingen die wreedheden kunnen aanwakkeren, te stoppen.

De rol van Iran

De brede waaier aan wapenleveranciers van Irak heeft geleid tot onbedoelde gevolgen. Zo kwamen VS-voertuigen die zo goed als zeker bestemd waren voor Iraakse troepen terecht in de handen van
Kata’ib Hizbullah, een militie met banden met Iran die het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken lang beschouwde als een “buitenlandse terroristische organisatie”.

Iran blijft een grote militaire sponsor van de PMU-milities, vooral die met nauwe banden met hetIraanse leger en religieuze figuren, zoals de Badr Organisatie, ‘Asa’ib Ahl al-Haq en de Hizbollah
Brigades, die allemaal beschuldigd werden van ernstige mensenrechtenschendingen. Deze aanhoudende leveringen zijn in strijd met een VN-resolutie uit 2015 die wapenexport uit Iran verbiedt
zonder voorafgaande goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad.

“Irans rechtstreekse wapenleveringen aan de PMU kunnen het land medeplichtig maken aan oorlogsmisdaden. Het mag geen transfers toestaan naar PMU-milities terwijl ze buiten het effectieve
commando en de controle van het Iraakse leger staan en niet ter verantwoording worden geroepen voor begane wreedheden,” stelt Wies De Graeve.

hier niet op duwen