“Mijn Hassan is me ontnomen, maar ik wil duizenden andere Hassans terug adem geven”

“Mijn Hassan is me ontnomen, maar ik wil duizenden andere Hassans terug adem geven”

Blog
Auteur: 
Michiel Maertens

Maside Ocak Kışlakçı is 43 jaar. Ze gaat al meer dan de helft van haar leven op zaterdag naar het Galatasarayplein in Instanbul op om haar broer Hasan te herdenken die in 1995 plots verdween. Zijn gefolterde lichaam vond ze samen met haar familie in een graf voor onbekenden terug. Maside heeft een man en twee kinderen. Ze blijft zich inzetten voor mensenrechten in Turkije. Ze werkt voor de commissie van de Zaterdagmoeders die gerechtigheid eisen voor hun verdwenen familieleden. Maside vertelde me haar persoonlijk verhaal dat meer diepte schept over de slechte staat van mensenrechten in Turkije.

Dag Maside, dus u werkt voor de Zaterdagmoeders, maar niet als een moeder? Waar komt die naam dan precies vandaan?

Maside: “De Zaterdagmoeders werden eigenlijk oorspronkelijk de zaterdagmensen genoemd. We kwamen voor het eerst op straat in mei 1995 om te protesteren tegen de verdwijningen van onze familieleden. Familieleden die in vele gevallen eerst door de politie waren aangehouden vooraleer ze spoorloos verdwenen. Deze opkomsten bestonden uit zussen, vaders, zonen of dochters . Het waren niet enkel moeders, maar het publiek besliste om ons zo te noemen. Elke zaterdag demonstreren we op het Galatasarayplein in Istanboel om gerechtigheid te eisen voor onze verlorenen.”

Wie is de persoon die in uw leven verdwenen is?

“Mijn oudere broer Hassan. Hij werd in maart 1995 gearresteerd. Het was toen de verjaardag van mijn oudere zus. Om dat te vieren ging Hassan vis kopen, maar hij is nooit naar huis teruggekeerd. Die avond begon onze speurtocht. Sommige kennissen hadden hem gezien in de cel. De politie had echter altijd ontkend dat hij ooit was opgepakt. Een kleine twee maanden later hebben we zijn lichaam teruggevonden in een graf bedoeld voor doden zonder familie. Ze hadden hem gefolterd en hem daarna simpelweg in een bos weggegooid. Nooit is daar iets tegen ons over gezegd geweest.”

“Het was niet de eerste persoon die spoorloos verdween uit de cel, maar wij wilden ervoor zorgen dat hij de laatste zou zijn. Veel van onze leden hebben geen lichaam teruggevonden. Het is natuurlijk niet omdat we dankzij onze gezamenlijke zoektocht wél zijn lichaam gevonden hebben, dat onze pijn lichter is. Het toont aan van wat er met de verdwenen mensen uit detentie kan gebeuren of hoe de overheid mensen die kritiek hebben op het systeem in de cel doodt. Wij hebben tot op dit moment geen antwoord gekregen op alle klachten en vragen die wij hebben ingediend.”

Ondertussen komen jullie 24 jaar later nog altijd samen op hetzelfde plein in Istanboel. Is de organisatie gegroeid in vergelijking met vroeger?

“Zeker en vast. We zijn ondertussen al toe aan de derde leeftijdsgeneratie, waarbij ook twintigjarigen met ons mee het plein op trekken. Sociale media helpen om onze boodschap te verspreiden. Voornamelijk de band tussen al onze leden is gegroeid. Dat komt omdat we tijdens moeilijke tijden elkaars processen ook meevolgden. Toen we vroeger samen kwamen was dat voornamelijk als personen die een familielid verloren hadden. Nu zijn we als organisatie zo gegroeid dat we allemaal instaan voor de rechten van de mens. Vroeger was dat voornamelijk het recht om te leven en om ervoor te zorgen dat mensen in de cel niet gedood zouden worden. 24 jaar later kunnen we zeggen dat steeds minder opgepakte mensen daar het leven laten.”

vorig jaar in augustus verbood de overheid echter de Zaterdagmoeders om nog samen te komen op zaterdag. Waarom precies?

“De overheid wil zorgen dat iedereen die zich voor mensenrechten inzet die boodschap niet gemakkelijk kan verspreiden. Minister Suleyman van Binnenlandse Zaken probeert onze beweging te delegetimeren en te zorgen dat over onze samenkomsten niet gesproken wordt. Dat mensen niet zien wat er allemaal gebeurt. De overheid heeft niets gedaan om ons leed te verzachten. Ze hebben gewoon genegeerd wat er vroeger met onze familieleden is gebeurd en zijn verder gegaan met hun eigen leven. De regering probeert ook zijn eigen verantwoordelijkheid weg te moffelen, omdat ze bang is voor de gevolgen als ze dat niet doet. Dat is niet iets dat zou mogen gebeuren in een democratie.”

“Twee uur voor de betoging werden in augustus 47 mensen gearresteerd. Dat gebeurde nog voordat de meeste familieleden van verdwenen personen op het plein aangekomen waren. Maar 13 gearresteerde mensen hadden iemand binnen de familie verloren. De anderen waren gewoon mensenrechtenverdedigers. De overheid arresteerde hen onder het mom dat ze deel zouden uitmaken van een slechte organisate, zoals terroristenbewegingen. Maar die uitspraken waren niet gegrond, aangezien we enkel opkomen voor de verdwenen personen en vrijheid van meningsuiting. Iets wat de overheid opnieuw ontkent. Want als ze ons gelijk zouden geven, dan zouden ze ons moeten beschermen in plaats van ons op te pakken. En iemand aanvallen is altijd gemakkelijker dan iemand verdedigen.”

Is het nu niet meer mogelijk om te manifesteren op het Galatasarayplein?

“Nee, ons recht op bijeenkomst is ons afgenomen. Net zoals ons recht om op een vreedzame manier te betogen. Op onze 500ste en 600ste bijeenkomst hadden we veel mensen weten te overtuigen om te komen. Toen was dat allemaal geen probleem. Het plein is nu eenmaal een openbare plaats waar veel passage is en wij zijn heel gekend. Dat trekt mensen aan. Maar sinds onze 700ste week is dit niet meer mogelijk. We hebben nog nooit anderen verbaal aangevallen, net zoals bijstaanders ook ons respecteren. Mensen die langs het Galatasarayplein komen, weten dat die bepaalde hoek van ons is. Doordat de politie ons zo nauw in het oog houdt, trekken we gemakkelijk de aandacht van voorbijgangers. We moeten ook moeite doen om met de media te spreken. Want de politie tracht te verhinderen dat we met journalisten spreken. Amnesty International blijft ons gelukkig steunen en ook mensenrechtenorganisaties zoals Human Rights Watch helpen door rapporten op te stellen.”

Wat heeft u in die 24 jaar dat u protesteert allemaal geleerd? 

“Om geduldig te zijn. Om niet op te geven. Wij hebben altijd voorbeeld genomen aan de Argentijnse Moeders. Toen ik begon met protesteren was ik nog maar 19 jaar. En ik ben de tweede generatie. De derde generatie is nu ook aan het groeien. Ik wil niet dat zij nog langer moeten strijden voor wat er gebeurd is. Mijn zonen en dochters wil ik niet zien betogen, de problemen moeten zo snel mogelijk opgelost worden. Kijk bijvoorbeeld naar de eerste generatie. Dat zijn allemaal taaie mensen zoals mijn moeder. Ze is 82 en heeft me laten weten dat ze niet zal stoppen met op te komen voor haar zoon totdat de strijd ten einde is.”

Wat moet er allemaal gebeuren vooraleer u zou stoppen met te manifesteren?

“Ten eerste moeten alle lichamen van verdwenen personen teruggevonden worden. En ten tweede wil ik de verantwoordelijken berecht zien. Als we zien dat die mensen gestraft zijn voor hun misdaden dan hebben we ons doel bereikt. Galatasaray is nu een herrineringsplaats voor de slachtoffers die het leven gelaten hebben, maar nooit teruggevonden zijn. Enkel wanneer de families die een zoon, dochter, man, vrouw, vader of moeder verloren hebben dat lichaam terugvinden, zullen we tevreden zijn. Het is echter belangrijk dat de daders bestraft worden en eindelijk het recht in werking treedt. Zodat de politie niemand meer in de cel doodt en dat onze overheid internationale conventies ondertekent die deze waarden waarborgt. Mijn Hassan is me ontnomen, maar door met de Zaterdagmoeders mee te werken wil ik duizenden andere Hassans terug adem geven.”