"Ik was één van de gelukkigen die het haalden."

"Ik was één van de gelukkigen die het haalden."

Blog


Brian Castner is Amnesty's senior expert over wapens en militaire operaties

LEESTIJD: 5 MINUTEN


Wanneer je een ‘Eeuwige Oorlog’ voert, denk je dat je zeeën van tijd hebt. Dat is ook wat de opeenvolgende Amerikaanse regeringen, het Pentagon en het Amerikaanse ministerie voor Buitenlandse Zaken geloofden, totdat de taliban zonder één schot te lossen de controle over Kaboel overnamen. De schijnbaar onuitputtelijke bron van tijd was uiteindelijk opgedroogd.

Ik zag het allemaal gebeuren. In opdracht voor Amnesty International was ik in Afghanistan om oorlogsmisdaden te onderzoeken en gevallen van burgerslachtoffers te documenteren in hevige gevechten die plaatsvonden op plaatsen zoals Kunduz en Baghlan. Onderzoekswerk dat de krantenkoppen niet haalde, tot de provinciehoofdsteden begonnen te tuimelen als rotsblokken in een aardverschuiving.

De wereld bewoog heel langzaam om daarna in een stroomversnelling in te storten. Op zondag 15 augustus, enkele uren na de val van de Afghaanse regering, bevond ik me in een menigte van honderden mensen die zich een weg baanden over de landingsbaan van het vliegveld van Kaboel. Op weg naar het militaire gedeelte van het vliegveld, de laatste plek in het land waar je nog veilig was voor de taliban.

De gewapende groepering had die ochtend de hoofdstad ingenomen. Tegen de avond waren hun strijders de luchthaven van Kaboel binnengedrongen en wij waren aan het wachten op een commerciële vlucht die er nooit zou komen. Honderden van ons zetten de enige denkbare stap die nog overbleef: rennen over een actieve landingsbaan, terwijl mariniers aan de overkant het vuur openden en helikopters vuurpijlen op onze hoofden lieten vallen.

Sommige kogels uit de M240-machinegeweren vormden hoge lichtbogen in de nachtelijke hemel, andere maakten vonken, terwijl de mariniers in het asfalt naar onze voeten schoten om ons af te schrikken. Toen de kogels langs mijn oren zoefden, wierp ik mezelf op de grond. Daarna stond ik weer op en bleef in de richting van de Amerikaanse linie gaan; ik had meer vertrouwen in de mariniers voor me dan in de taliban achter me. 

Ik was één van de gelukkigen die het haalden. Ik riep ‘Amerikaan!', toonde mijn paspoort en werd in veiligheid gebracht, terwijl Afghanen, Italianen, Duitsers, Britten en Amerikaanse houders van een green card allemaal werden weggeduwd. De marineofficier die me uit de menigte rukte en me naar de terminal leidde, gaf toe dat hij verrast was. Hij vertelde me dat ze de wanhopige menigte niet zó snel hadden verwacht, ze dachten dat ze meer tijd hadden.

De VS had een deadline gesteld in Afghanistan, maar begreep niet dat de klok al aan het tikken was. De paniek op het vliegveld van Kaboel was de manifestatie van angst die bij een groot deel van de bevolking leeft.

Veel mensen in de menigte die de daaropvolgende weken de luchthaven opzocht, waren mensen die wisten dat ze een bijzonder doelwit waren van de taliban: journalisten, mensenrechtenactivisten of overheidsmedewerkers die naar de VS probeerden te komen. Zij hadden geen waanideeën over hoeveel tijd er nog restte in de ‘Eeuwige Oorlog’ en hadden hun papierwerk al in orde gebracht om te kunnen vertrekken. Het was de Amerikaanse regering die het gevoel van urgentie miste om hun asielaanvragen op tijd te verwerken.

Velen onder hen hadden het land al proberen te verlaten toen Obama troepen terugtrok in 2012; mensen die het gevaar hadden getrotseerd, die samen hadden gewerkt met de internationale gemeenschap en die hadden geprobeerd een burgermaatschappij op te bouwen op basis van rechten en vrijheid. Het aantal mensen dat via het Special Immigrant Visa-programma tot de VS werden toegelaten daalde drastisch onder Trumps administratie. Toen president Biden het overnam, oefenden leden van het Congres en lobbygroepen druk uit tijdens de eerste helft van 2021 om een plan van aanpak op te stellen. Maar echte vooruitgang in de zaak kwam er niet en de tijd om Afghanen in veiligheid te brengen via militaire evacuaties op de luchthaven van Kaboel raakte op.

Momenteel ontvouwt zich een humanitaire crisis in Afghanistan: het bankensysteem is ingestort, mensen hebben geen geld meer voor voedsel en de internationale hulpverlening naar het platteland is verstoord. Zelfs voordat de Afghaanse regering viel, hadden 14 miljoen mensen in het land te kampen met voedselonzekerheid. De taliban zullen het land moeten openstellen voor internationale hulp als ze hun bevolking willen voeden. 

En als voedsel en medicijnen het land ingebracht kunnen worden, betekent dit ook dat mensen het land zullen kunnen verlaten, via een luchtbrug of via landsgrenzen. Iedereen die bedreigd wordt door vergeldingsacties en repressie van de taliban heeft het recht om veiligheid te zoeken. De Amerikaanse regering en de rest van de internationale gemeenschap moeten dat recht helpen handhaven. Tot nu toe zijn hun inspanningen weinig inspirerend geweest: zo'n duizend mensen, onder wie ook Amerikanen,  zitten nog steeds vast in Mazar-e-Sharif. Hun chartervluchten worden door de taliban tegengehouden, noch de VS noch hun bondgenoten lijken in staat de impasse te doorbreken.

Amerika’s tijd in Afghanistan zit erop, maar onze verplichtingen ten aanzien van mensenrechtenverdedigers, journalisten en activisten in Afghanistan hebben geen einddatum.

 

Amnesty's werk rond Afghanistan
Auteur: 
Brian Castner