Hongarije: geen keuzevrijheid zonder keuzes

Hongarije: geen keuzevrijheid zonder keuzes

Uit de beweging
Auteur: 
Themateam Gender & Mensenrechten - Amnesty International Vlaanderen

Onder het bewind van premier Victor Orbán, voert Hongarije al enkele jaren een erg repressief anti-migrantenbeleid. Die xenofobie leidde recent tot een controversiële wet, die het voortaan illegaal maakt voor Hongaarse activisten en organisaties om ‘mee te werken aan illegale migratie’.

Deze wet, die werd goedgekeurd op Wereldvluchtelingendag, criminaliseert niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) die strijden voor de rechten van mensen op de vlucht. Het repressieve beleid van Hongarije beperkt zich niet enkel tot vluchtelingen, ook de rechten van vrouwen en holebi’s worden steeds vaker geviseerd.

Homofobie

De conservatieve regering onder leiding van Orbán voert een zogenaamde politiek van ‘family first’. Concreet betekent dat een verheerlijking van het traditionele kerngezin, bestaande uit een getrouwd koppel met meerdere kinderen. Het kan bijgevolg niet verbazen dat homofobische retoriek een opmars kent onder deze ‘family first’ politiek. Vorig jaar vond in Boedapest bijvoorbeeld het World Congress of Families plaats, een event van een Amerikaans christelijke organisatie die er al meermaals van werd beschuldigd haatdragende boodschappen te verspreiden. Orbán gaf op dat congres de openingsrede, waarin hij hamerde op het belang van grote families en Europa ervan beschuldigde een liberale ideologie aan te hangen die families zou beledigen.

Eerder deze maand werd het theaterstuk Billy Elliot geplaagd door een homofobe mediacampagne die het stuk er van beschuldigde ‘jongeren homoseksueel te maken’. De krant die deze campagne aanvoerde heeft nauwe banden met de huidige regering. Het theaterstuk verdween vervolgens van de planken.

Ook het legaliseren van het homohuwelijk is onder het conservatieve beleid onmogelijk geworden. Sinds de aanname van de nieuwe grondwet in 2011 werd het recht op het huwelijk vastgelegd als exclusief tussen man en vrouw.

Uithollen reproductieve rechten

In diezelfde nieuwe grondwet worden foetussen vanaf het moment van verwekking beschermd. Abortus is in Hongarije momenteel legaal tot 12 weken zwangerschap, maar de vrees ontstond dat die wetgeving onder druk zou komen te staan door de nieuwe grondwet. Abortus werd echter niet gecriminaliseerd, maar toegang tot abortus werd sindsdien sterk geregulariseerd. Hierdoor wordt het voor vrouwen steeds moeilijker om hun reproductieve rechten uit te voeren.

In tegenstelling tot de meerderheid van Europese landen is het in Hongarije niet mogelijk om de noodpil of morning-afterpil zonder voorschrift te verkrijgen. Dat is problematisch aangezien deze pil zo snel mogelijk moet worden ingenomen. Door vrouwen te verplichten een doktersvoorschrift te verkrijgen, wordt de kans op een ongewenste zwangerschap groter.

In het geval van een ongewenste zwangerschap worden vrouwen gedwongen informatieve sessies over abortus bij te wonen alvorens toestemming te krijgen. Tussen die verplichte sessies zijn er bovendien wachtperiodes, waardoor de zwangerschap langer duurt en mogelijk buiten de legale 12 weken valt. De informatieve sessies die vrouwen moeten volgen, zijn al meermaals beschuldigd van foutieve informatie en vooringenomenheid. Hongaarse vrouwen worden niet correct geïnformeerd over hun reproductieve rechten en worden vaak overtuigd de zwangerschap niet af te breken. Deze abortuswetten zijn reeds veroordeeld door de het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen (CEDAW).

Geld in ruil voor baby’s

De uitholling van reproductieve rechten in Hongarije ontstond in een poging de verouderende populatie en lage fertiliteit tegen te gaan. Door ‘traditionele’ families te promoten en seksuele en reproductieve rechten in te perken, probeert Hongarije zijn krimpende bevolking op te krikken. Jonge migranten asiel verlenen om de Hongaarse populatie op peil te houden wordt uitgesloten, aangezien Orbán een zogenaamde ‘gemengde’ populatie als een bedreiging voor de Hongaarse christelijke identiteit beschouwt.

In plaats van beroep te doen op migratie kiest de regering voor economische voordelen voor jonge Hongaarse ouders. Hongaren die in een periode van tien jaar drie kinderen krijgen, krijgen 10 miljoen Hongaarse forinten (30 700 euro) om te helpen bij de aankoop van een groter huis. Gezinnen die een dergelijk contract hebben afgesloten, maar er niet in slagen drie kinderen binnen die periode te baren, moeten het volledige bedrag met een hoge interest terugbetalen.

Hoogopgeleide jonge vrouwen kunnen hun studieschulden door middel van een soortgelijk systeem gedeeltelijk of volledig kwijtschelden. Bij een eerste kind wordt de terugbetaling van studieschulden met drie jaar opgeschort. De studieschuld zal bij een tweede kind worden gehalveerd en bij een derde kind volledig worden kwijtgescholden.

Kinderen gebruiken als waarborg voor economische stabiliteit is niet alleen verwerpelijk, maar ook inefficiënt. Meerdere staten hebben door middel van financiële voordelen de populatie proberen te vergroten, maar tot nu toe is niemand daarin geslaagd. 

Hongarije toont een verontrustende tendens bij zowel vrouwenrechten, als homorechten. Onder het voorwendsel om de christelijke identiteit en het kerngezin te bewaren, worden bestaande rechten uitgehold en nieuwe discriminerende wetten ingevoerd. Haatdragende of discriminerende retoriek vertaalt zich maar al te vaak in concrete wetgeving. De nieuwe wet die hulpverlening aan migranten verbiedt, is slechts één bewijs hiervan.