Honduras en Guatemala: de gevaarlijkste landen voor milieuactivisten

Honduras en Guatemala: de gevaarlijkste landen voor milieuactivisten

Rapport

De afgelopen maanden vindt in Honduras en Guatemala een golf van bedreigingen, valse aanklachten, aanvallen en dodelijk geweld plaats tegen milieu- en landrechtenactivisten.

Voor iedereen die het milieu wil beschermen tegen grootschalige mijnbouw, houtkap of waterkrachtcentrales zijn deze twee landen nu de gevaarlijkste plekken ter wereld om te werken. Dat concludeert Amnesty in een vandaag verschenen rapport.

Amnesty’s rapport We defend the land with our blood komt zes maanden na de brute moord op de milieuactivist Berta Cáceres. Het gebrek aan transparant en effectief onderzoek naar haar dood, geeft een duidelijk signaal af: het is toegestaan om iemand vanwege economische belangen dood te schieten.

Maar liefst 65 procent (122 van de 185) van de in 2015 vermoorde land- en milieurechtenactivisten werkten in Latijns Amerika. Dit blijkt uit cijfers van mensenrechtenorganisatie Global Witness. In Honduras werden in 2015 acht mensenrechtenverdedigers die opkwamen voor land- en milieurechten vermoord en in Guatemala tien – de hoogste aantallen per inwoner in de regio.

Honduras: dodelijke aanvallen

De inheemse leider en mensenrechtenverdediger Berta Cáceres werd op 2 maart dit jaar vermoord in haar huis. Als leider van COPINH, een overkoepelende organisatie van inheemse groepen in Honduras, voerde ze jarenlang actie tegen mogelijke milieuschade aan de Gualcarque rivier door de aanleg van de Agua Zarca-dam. Dit is een van de projecten in Honduras waarin de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO investeerde.

Sinds haar organisatie in 2013 een campagne begon tegen de komst van de dam werd Berta Cáceres meerdere malen met de dood bedreigd. Hier is nooit adequaat onderzoek naar gedaan. Ook deden de autoriteiten van Honduras onvoldoende om haar te beschermen, ondanks een verzoek daartoe van de Inter-Amerikaanse Commissie van de Mensenrechten.

Na de moord op Cáceres nam het aantal aanvallen, bedreigingen en intimidatie van leden van COPINH en zusterorganisatie MILPAH toe. Zo werd Nelson García, een andere leider van COPINH, op 15 maart doodgeschoten toen hij na een vergadering op zijn motor naar huis reed. De autoriteiten begonnen een onderzoek, maar tot nu toe heeft dat tot niets geleid. Ook de landrechtenactivist Lesbia Urquía werd vermoord en de journalist Félix Molina, die over Cáceres schreef, werd neergeschoten.

Guatemala: lastercampagnes

In Guatemala worden milieu- en landrechtenactivisten voortdurend het doelwit van lastercampagnes. Ze worden gestigmatiseerd en in diskrediet gebracht, zodat ze stoppen met hun werk. Zo worden activisten op basis van valse aanklachten vervolgd.

Vooral gemeenschappen die strijden tegen mijnbouw en andere ontginningsprojecten op hun land, worden het slachtoffer van dit soort lastercampagnes.

Eerder dit jaar werden een van voormalige leiders van Resistencia Pacífica La Puya en haar kinderen bedreigd, omdat zij actievoerde tegen een plaatselijk mijnbouwproject. Ze deed aangifte van de bedreigingen. Rond dezelfde tijd publiceerde een grote nationale krant, Prensa Libre, een paginagrote advertentie waarin een belangrijke vertegenwoordiger van een Guatemalteeks mijnbouwbedrijf mensenrechtenorganisaties beschuldigde van ‘terrorisme’. 

Amnesty’s oproep

De autoriteiten van Honduras en Guatemala moeten stoppen met het opofferen van levens van moedige activisten voor economische belangen.

Zij moeten:

  • zorgen voor effectieve beschermingsprogramma’s voor activisten.
  • aanvallen op activisten onmiddellijk en onafhankelijk onderzoeken.
  • daders die activisten aanvallen en doden, strafrechtelijk vervolgen.
  • Ook roept Amnesty bedrijven en investeerders die actief zijn in Guatemala en Honduras op zich te verdiepen in de risico’s die mensenrechtenverdedigers lopen in deze landen. De rechten van (potentieel) benadeelde individuen en gemeenschappen moeten centraal in dit soort projecten staan. Dit vergt een intensieve en directe dialoog met de lokale bevolking, waarbij specifieke aandacht is voor het contact met mensenrechtenverdedigers.

Lees het rapport: We defend the land with our blood