Historisch verdrag over gerechtigheid voor slachtoffers van de ergste misdaden
Op 26 mei werd in Ljubljana een akkoord bereikt over een verdrag voor internationale gerechtelijke samenwerking in zaken van genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden.
Amnesty International noemt het nieuwe verdrag een historische stap in de richting van gerechtigheid voor slachtoffers van internationale misdrijven.
“In een wereld waar gruweldaden meer zichtbaar worden en veel slachtoffers desondanks geen verhaal hebben, opent het verdrag meer wegen naar gerechtigheid,” aldus Fisseha Tekle, juridisch en beleidsadviseur bij de organisatie.
Het verdrag legt de belangrijke plicht van staten vast om verdachten van internationale misdrijven of te vervolgen of uit te leveren.
Jammer genoeg, slaagden op het laatste moment een aantal staten erin om discretionaire uitzonderingen in te bouwen voor het onderzoeken en vervolgen van verdachten op hun grondgebied. Zo’n onderzoek zou een universele plicht moeten zijn, geen keuze. Gelukkig zorgde de vastberadenheid van andere staten ervoor dat de ingebouwde vrijstelling beperkt bleef.
"De kernbeginselen van het verdrag werden behouden, en het zou de straffeloosheid van de daders wezenlijk moeten aanpakken. Het is een historische kans om de internationale gerechtelijke samenwerking te versterken”.
Amnesty International dringt er bij staten op aan het verdrag snel te ondertekenen en zonder voorbehoud te ratificeren.
Achtergrond
Het nieuwe verdrag over wederzijdse rechtshulp of MLA-verdrag (Mutual Legal Assistance of voluit: de Ljubljana-Hague Conventie over internationale samenwerking in het onderzoek en de vervolging van genocide, misdaden tegen de mensheid, oorlogsmisdaden en andere internationale misdrijven) bevat de verplichtingen van staten met betrekking tot juridische samenwerking en uitlevering bij het onderzoek naar misdrijven onder internationaal recht. Het is formeel bij consensus aangenomen na finale onderhandelingen in Ljubljana, waarbij delegaties van meer dan 70 staten, internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld betrokken waren.
Het verdrag vult een gat in het internationale recht door de verplichtingen van staten om elkaar bij te staan rond internationale misdrijven te verduidelijken en vast te leggen. Het biedt een "gereedschapskist" in de strijd tegen de straffeloosheid en versterkt de rol van de nationale rechtsstelsels bij de vervolging van zo’n zaken.
België was één van de initiatiefnemers van de onderhandelingen voor dit verdrag en speelde een actieve en positieve rol bij de onderhandelingen.