Het recht om te mogen zijn zoals je werd geboren

Het recht om te mogen zijn zoals je werd geboren

Uit de beweging
Auteur: 
Mare Van Hove - Themagroep Gender Amnesty International Vlaanderen

 

Op 26 oktober is het 'Intersex Awareness Day'. 'Intersekse' wijst op meer dan veertig geslachtelijke ontwikkelingen die afwijken van wat de samenleving ziet als 'normaal mannelijk of vrouwelijk'. Een andere naam is 'DSD' of 'Differences in Sex Development'. Het gaat dus bijvoorbeeld over 'genetisch mannelijke' kinderen die ongevoelig zijn voor de hormonen die hen in de baarmoeder anders tot jongens zouden hebben gemaakt (zodat ze zich ontwikkelen als vrouwen), kinderen die worden geboren met een penis die volgens dokters te klein is (of een clitoris die men te groot vindt), en nog een heel aantal andere condities met een invloed op uiterlijk en/of vruchtbaarheid.

Nederlandse statistieken schatten in dat intersekse condities voorkomen in één geboorte op 200. Bij één op 4500 geboortes zijn de geslachtsdelen ambigu en weet men 'het' dus niet meteen. Intersekse condities komen wereldwijd dus vaker voor dan rood haar hebben. Het is dan ook opvallend dat veel mensen er nog nooit van hebben gehoord. En daar ontstaat het mensenrechtenprobleem.

Het is nog vaak de gangbare praktijk dat de medische wereld probeert om ouders te doen instemmen met een operatie die het geslacht van het jonge kind 'zo normaal mogelijk mannelijk of vrouwelijk' moet maken. Vroeger koos men er dan meestal voor om deze kinderen 'tot meisjes te maken', omdat men van mening was dat een jongen niet kon bestaan zonder penis die groot genoeg was, en omdat chirurgen makkelijker vagina's 'maakten'. Deze procedure werden dan gekoppeld aan geheimhouding ten opzichte van de omgeving en zelfs ten opzichte van het kind zélf. Op latere leeftijd volgden er dan hormoonbehandelingen om de gewenste puberteit te starten en ongewenste lichamelijke ontwikkelingen af te remmen. Men ging hier voorbij aan het feit dat de 'genderidentiteit' – dat hoogst persoonlijke gevoel man of vrouw (of een mengeling van beide) te zijn – niet zomaar kan worden 'aangeleerd als men maar hard genoeg probeert'. De gevolgen waren én zijn vaak dramatisch, van aanhoudende gevoelens van vergrijp over ernstige moeilijkheden met het zelfbeeld tot en met zelfdoding.

Vandaag zegt de medische wereld in heel wat landen, waaronder België en Nederland, dat ze probeert af te stappen van vroege chirurgie, omdat ze die begint te zien als een verregaande inbreuk op de lichamelijke autonomie van het kind, zelfs als vorm van foltering. Behalve bij wat men (al dan niet terecht) ziet als 'medische noodzakelijkheid' (zoals de verwijdering van niet ontwikkelde testes in de buikholte wanneer men een vergroot risico op kanker veronderstelt, of bij de conditie 'CAH') proberen veel medische professionelen over te stappen op een systeem waarbij men ouders inhoudelijk en psychologisch begeleidt en hen vraagt te wachten met onomkeerbare beslissingen tot het kind zelf klaar is om te oordelen over diens geslachtelijke identiteit.

Toch bestaan er ook bij ons nog geen sluitende medische 'guidelines' en kan elke zorgverlener dus een eigen invulling geven aan de behandeling van mensen met een intersekse conditie. Er is dus geen officiële registratie, doorverwijzing, opvolging of transparantie in de zorg. Ouders missen ook kennis over de conditie en voelen niet steeds dat er verschillende mogelijkheden zijn. Dit maakt dat operaties toch nog blijven gebeuren, aangezien dit is wat de meeste zorgverleners kennen en beheersen. De Nederlandse belangenorganisatie NNID zegt dat dokters in België en Nederland toch voor chirurgische ingrepen blijven kiezen 'indien ze met 95% zekerheid kunnen bepalen wat de genderidentiteit van de zuigeling zal zijn'. NNID merkt op dat het 'niet bekend is welke overige 5% een andere genderontwikkeling zal hebben dan verwacht, waardoor men met elk kind een ingrijpende gok waagt en zo dus de fundamentele mensenrechten van de hele groep schendt'.

Een ander probleem is de enorme waarde die onze samenleving blijft hechten aan het (foutieve) idee dat 'alleen maar jongens en meisjes (mogen) bestaan', en dan zeker qua lichaam. Zo botsen ouders met aanhoudende moeilijkheden vanuit zowel maatschappij als administratie. Zo dienen ze hun kinderen in te schrijven in het bevolkingsregister, en daar is enkel 'man' of 'vrouw' een mogelijkheid. Dit vakje openlaten, zoals tegenwoordig in Duitsland mogelijk is, is bij ons geen optie. Een recent Amnesty-rapport legt bovendien bloot dat de Duitse mogelijkheid om de geslachtskeuze open te laten er leidt tot méér operaties op interseke kinderen in plaats van minder (https://www.amnesty.org/en/latest/news/2017/05/danish-and-german-intersex-children-scarred-by-invasive-surgery/)...

Ook de omgeving wil graag weten 'wat het kind nu eigenlijk is'. Heel wat mensen geraken in paniek wanneer ze geen sluitend antwoord op deze vraag ontvangen of kunnen geven. Er kan een groot onbegrip zijn vanuit de omgeving, zoals familie, leeftijdsgenootjes en leerkrachten. Pesterijen zijn mogelijk, zeker indien men kiest voor openheid en eerlijkheid. Veel ouders melden verdriet, schuld, schaamte en de angst om hun kinderen tot foute keuzes te dwingen, bijvoorbeeld door ze te beperken tot geslachtsrollen die hen misschien niet of slechts ten dele 'passen'.

Het is dus onmogelijk om de problemen waarmee mensen met intersekse condities in aanraking komen los te koppelen van het grote sociale taboe op afwijkende primaire of secundaire geslachtskenmerken en de sociale uitsluiting die daar vaak op volgt. Maar ook de meerderheid van intersekse mensen wiens conditie uiterlijk niet zichtbaar is ervaart (grote) problemen in het zelfbeeld. Ze voelen zich vaak onzeker over hun kansen in relaties en seksualiteit. Velen moeten ook leren vrede vinden bij het feit dat ze geen kinderen zullen kunnen krijgen – wat ook kan leiden tot ongemakkelijke vragen in de toekomst.

Belangengroepen als NNID vragen dat een kind met een intersekse conditie niet hoeft te kiezen tussen man of vrouw indien die dat niet wenst. De (terechte!) redenering van NNID is dat indien een kind geen problemen ervaart met diens lichaam of identiteit, dat ook prima is: diens eigen lichamelijke autonomie zou een heilig mensenrecht moeten zijn.

Een jaar geleden eiste een wereldwijde coalitie van belangengroepen voor mensen met een intersekse conditie (https://tinyurl.com/resdsd) het recht om eigen beslissingen te nemen met betrekking tot lichamelijke integriteit en fysieke autonomie, een einde aan medisch onnodige ingrepen zonder geïnformeerde toestemming en toegang tot psychosociale ondersteuning voor henzelf en hun families, dit zonder dat dokters en omgeving intersekse tot 'ziekte' vernauwde. Recent heeft ook de Raad van Europa deze eisen onderschreven in een eigen resolutie (http://nnid.nl/2017/10/13/raad-van-europa-kiest-voor-intersekserechten/).

Ondertussen gaan talloze vergrijpen op intersekse kinderen echter gewoon door...

Mare Van Hove, themagroep gender, Amnesty International Vlaanderen, 26-10-17

 

Primaire bronnen

  • Callens (N) e.a.,Themanummer Intersekse/DSD, Tijdschrift voor Seksuologie, juni 2017
  • Individuele gesprekken

Meer weten?

Rapport en campagne Amnesty International:

Themanummer Tijdschrift voor Seksuologie over intersekse/DSD, juni 2017:

Belangengroepen in Nederland en België:

hier niet op duwen