Focus: Amnesty wordt 50, zij vieren niet mee

Focus: Amnesty wordt 50, zij vieren niet mee

Uit de beweging
Auteur: 
Landenteam Israël / Palestina - Frederic Diependaele

Amnesty-actie voor Ahmad Qatamesh, Samar Barghouti, Ajuad Zidan en Ameer Makhoul, vier Palestijnse slachtoffers van mensenrechtenschendingen.

Amnesty bestaat 50 jaar. Wereldwijd kunnen ontelbare mensen deze verjaardag niet met ons mee vieren omdat hun rechten geschonden worden, ook in Israël en de bezette Palestijnse gebieden. Samen met de mensen die actief voor hen opkomen en zich engageren voor de mensenrechten staan zij centraal in onze verjaardagsviering.

  • Salah al-Arouri, de Palestijn die al 16 jaar in Israëlische gevangenissen doorbracht (waarvan de meeste tijd zonder proces) en nu in gedwongen ballingschap leeft in Damascus.
  • zes Palestijnse gevangenen die al jaren vermist zijn.
  • Jayyus, het Palestijnse boerendorpje dat in de armoede belandde nadat de Israëlische muur de inwoners afscheidde van twee derde van hun landbouwgrond. Amnesty neemt het op voor verschillende boeren uit Jayyus die nu vergunningen moeten aanvragen bij het Israëlische leger om op hun eigen landbouwgrond te raken. Sharif Omar, één van hen, wordt nu eens voor lange periodes geweigerd, dan weer kort toegelaten op zijn land, net zoals andere inwoners die Amnesty verdedigt, zoals  Imad Khaled, Nour Baida en Tawfiq Salem. Zij worden geweigerd omwille van vage “veiligheidsredenen”. Volgens een contactpersoon bij het Palestijnse Ministerie van Landbouw zouden slechts 160 van de 4000 inwoners van Jayyus toestemming hebben om hun land en grond te betreden.

Daarnaast volgen we vele andere cases. Telkens is er sprake van een mensenrechtenschending waarover we de voorbije jaren steeds uitgebreid hebben bericht: administratieve detentie, beperking van de bewegingsvrijheid, gevangenisstraffen voor dienstweigeraars,...

Ahmad Qatamesh: schrijver die zonder proces gevangen zit

Op 6 mei verspreidde Amnesty een Urgent Action voor Ahmad Qatamesh, een Palestijnse academicus en schrijver. Op 3 mei had Israël hem administratief aangehouden. Dat laat de Israëlische autoriteiten toe hem voor onbepaalde tijd vast te houden, zonder specifieke reden en zonder hem een echte kans op verdediging te geven. Amnesty vreest dat Israël hem enkel vasthoudt voor het vreedzaam uiten van zijn opvattingen. Dat zou van hem een gewetensgevangene maken.

Ahmad werd op 21 april om 2u ‘s nachts gearresteerd door Israëlische veiligheidsagenten in het huis van zijn broer in Ramallah in de bezette Westelijke Jordaanoever. Zij namen hem mee naar de Ofer gevangenis, waar de Israëlische veiligheidsdiensten (ISA, Israel Security Agency) hem een tiental minuten ondervroegen.

Tijdens een hoorzitting op 28 april ging een militaire rechter akkoord om hem nog zes dagen langer vast te houden voor verdere ondervraging. De dagen nadien volgde er evenwel geen nieuwe ondervraging. Tijdens een volgende hoorzitting op 2 mei vroeg de ISA om hem nog langer vast te houden. Volgens zijn vrouw wilden ze hem uithoren over zijn betrokkenheid bij het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (Popular Front for the Liberation of Palestine, PFLP). Ahmad ontkende actief te zijn in het PFLP.

Een medewerker van de militaire rechtbank liet Ahmad’s advocaat weten dat hij zou worden vrijgelaten op 3 mei om 17u. Om 20u30 diezelfde dag kreeg Ahmad echter een administratief aanhoudingsbevel van de militaire commandant van het Israëlische leger in de Westelijke Jordaanoever. Ahmad’s naam stond op het bevelschrift geschreven over correctievloeistof. Het bevel diende voor een "verlenging" van zijn administratieve aanhouding. Het was nochtans de eerste keer dat Ahmad administratief werd vastgehouden sinds de jaren ’90! In het bevel stond ook een verklaring dat hij een activist was bij Hamas, een organisatie met een heel ander politiek standpunt dan dat van de PFLP. Dit alles doet vermoeden dat het leger een bevelschrift van een andere gevangene gebruikte. Dat is tekenend voor het eigengereide optreden van de Israëlische veiligheidsdiensten.

Amnesty riep onmiddellijk op om brieven te schrijven. Briefschrijvers toonden zich bezorgd dat Ahmad Qatamesh wordt vastgehouden voor het vreedzaam uiten van zijn politiek standpunt en lieten weten dat Amnesty International hem dan als een gewetensgevangene beschouwt. Dat betekent dat hij onvoorwaardelijk en onmiddellijk moet worden vrijgelaten, tenzij hij beschuldigd wordt van een herkenbare misdaad en meteen voor het gerecht gebracht wordt voor een eerlijk proces volgens de internationale normen. Briefschrijvers eisten zoals gewoonlijk dat de Israëlische autoriteiten het gebruik van administratieve detentie stopzetten.

Op 8 mei hebben de autoriteiten het verdachte bevel tot administratieve detentie vervangen door een nieuw bevel en voorgelegd aan een militaire rechter. Die zal nu beslissen of de periode van detentie wordt verminderd, geannuleerd of bevestigd. Het bevelschrift zegt nu dat Ahmad wordt vastgehouden omwille van een niet nader genoemd veiligheidsrisico. Hiervoor werd echter geen bewijs voorgelegd. De rechter heeft gevraagd om inzage te krijgen in het geheime bewijsmateriaal. De ISA moet het nu voorleggen. De zitting werd echter uitgesteld op vraag van de ISA. Het was blijkbaar niet klaar was om het zogenaamde geheim 'bewijsmateriaal' aan de militaire rechter voor te leggen. Amnesty vraagt zijn activisten om verder actie te voeren en hoopt dat de rechter het bevelschrift zal annuleren (hoewel dit een ongewone beslissing zou zijn).

Samar Barghouti: kan echtgenoot in de gevangenis pas na 4 jaar regelmatig bezoeken

Op 22 maart 2011 vernam Amnesty dat Samar Barghouti, een Palestijnse vrouw uit Ramallah, opnieuw toestemming kreeg om haar man Murad te bezoeken in de gevangenis. De laatste keer dat zij hem bezocht was in november 2010. Het ziet ernaar uit dat zij hem 4 keer per zal jaar kunnen bezoeken. Ze ontvangt ook post van hem. Amnesty-activisten schreven jarenlang brieven voor Samar, opdat zij haar man zou kunnen bezoeken. Dit is een kleine overwinning. Amnesty blijft deze zaak wel verder volgen en zal de nodige actie ondernemen mocht blijken dat de bezoeken aan de gevangenis worden stopgezet.

Samar heeft haar man niet meer regelmatig kunnen bezoeken sinds zijn arrestatie door het Israëlische leger meer dan 4 jaar geleden. Murad Barghouti wordt vastgehouden in de Nafha gevangenis in het zuiden van Israël. De Israëlische autoriteiten weigerden Samar de nodige vergunning te geven om Israël binnen te geraken om zo haar man te bezoeken. Murad Barghouti werd veroordeeld tot negen keer levenslang voor deelname aan aanvallen op Israëli's. De Israëlische autoriteiten houden hem gevangen in Israël, hoewel dit een schending is van het internationaal humanitair recht. Dat verplicht Israël, als bezettende macht, om Palestijnse gevangenen in de bezette gebieden vast te houden.

Ajuad Zidan: dienstweigeraar die daarvoor wordt opgesloten

Op 8 maart 2011 stuurde Amnesty een oproep tot actie voor gewetensbezwaarde Ajuad Zidan. Ajuad, 18 jaar oud en woonachtig in het noorden van Israël, is een Palestijn van de religieuze Druzengemeenschap. Op 27 februari 2011 werd hij veroordeeld tot 30 dagen in de gevangenis omdat hij weigerde zich in te schrijven als dienstplichtige in het Israëlisch leger. Het ging om zijn zesde verblijf in de gevangenis. In totaal heeft hij al meer dan 4 maanden in de gevangenis doorgebracht als gevolg van zijn hardnekkige weigering in het leger te dienen. Eerder kreeg Ajuad Zidan op 14 december 2010 een 20 dagen durende gevangenisstraf opgelegd, en daarvoor – op 30 november 2010 – een gevangenisstraf van 10 dagen.

In een mededeling aan de pers verklaarde Ajuad zijn weigering als volgt: “De eenzaamheid van een gevangeniscel is duizend keer beter dan voor mijn eigen volk te staan, een geweer op hen te richten of hen een avondklok op te leggen. Ik weiger wapens te dragen of deel uit te maken van eender welke militaire strijdkracht.” Ajuad tekende nog beroep aan maar zijn aanvraag werd geweigerd. Amnesty riep op om actie te voeren om zijn onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating te vragen omdat hij een gewetensgevangene is.

Amnesty’s actie liep door toen Ajuad opnieuw werd veroordeeld tot een gevangenisstraf – zijn zevende – van 20 dagen. Op 11 april kwam hij vrij, maar op 2 mei werd hij opnieuw gedurende 2 dagen opgepakt. Uiteindelijk kreeg hij vrijstelling van militaire dienst.

Ameer Makhoul: mensenrechtenactivist 9 jaar in de cel op basis van een bekentenis na foltering

In januari 2011 drong Amnesty International er bij de Israëlische autoriteiten op aan om een einde te maken aan de intimidaties aan het adres van de Palestijnse mensenrechtenactivist Ameer Makhoul uit Haifa, Israël. Uiteindelijk werd Ameer veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaar. Ameer is al vele jaren activist en directeur van Ittijah (Union of Arab Community-Based Associations in Haifa). Hij ijvert voor de rechten van Palestijnen in Israël en de gebieden onder Israëlische bezetting. Amnesty vreest dat dit de onderliggende reden is voor zijn gevangenschap.

De aanklager beweerde dat Ameer contacten had met een Jordaanse activist die een agent van Hezbollah zou zijn. Ameer zou deze persoon informatie hebben doorgespeeld over de locaties van een militaire basis en kantoren van de Israëlische veiligheidsdiensten. Hij werd op basis van verschillende aanklachten veroordeeld voor spionage en “contacten met vijanden van Israël”. Oorspronkelijk werd hij zelfs voor nog zwaardere feiten aangeklaagd, namelijk "bijstand verlenen aan een vijand tijdens de oorlog". Daarvoor had hij levenslang kunnen krijgen. Onder zware druk ging Ameer akkoord met een regeling waarbij hij bekentenissen aflegde en de aanklager de zwaardere beschuldiging liet vallen.

Amnesty is zeer bezorgd over aantijgingen dat hij deze bekentenissen aflegde onder dwang en dat hij gefolterd werd tijdens zijn ondervraging. Toch aanvaardde de rechtbank de bekentenis waarop Ameer's veroordeling werd gebaseerd als bewijs. Bovendien mocht hij gedurende 12 dagen na zijn arrestatie zijn advocaten niet zien. De media kregen gedurende deze tijd een spreekverbod over de zaak.

Ameer's veroordeling komt op een moment waarop mensenrechtenactivisten onder steeds grotere druk komen te staan in Israël. Sommige regerings- en parlementsleden beschuldigeen hen van een “onpatriottische anti-Israël houding” vanwege hun rapportering over schendingen van mensenrechten in Israël en de bezette Palestijnse gebieden.

Achtergrondinformatie