Egypte: kans om schijnzaak tegen moedige ngo’s te beëindigen

Egypte: kans om schijnzaak tegen moedige ngo’s te beëindigen

Persbericht

Als antwoord op het nieuws dat een Egyptische rechter opdracht gaf om het onderzoek dat liep tegen minstens zes mensenrechtenverdedigers en ngo-medewerkers te staken, de reisverboden die tegen hen liepen, in te trekken en hun bankrekeningen vrij te geven in zaak 173/2011 zei Lynn Maalouf, Onderdirecteur voor het Midden Oosten en Noord-Afrika:  

“De beslissing om de reisverboden op te heffen en het onderzoek naar deze zes mensenrechtenverdedigers te beëindigen is het eerste goede nieuws sinds het onderzoek tegen mensenrechten- en middenveldorganisaties van start ging in 2014. De represailles tegen hen heeft lang genoeg geduurd en de bestraffende maatregelen tegen hen hadden nooit ingesteld mogen worden.” 

Het onderzoek en de bestraffende maatregelen tegen onder meer Azza Soliman, Esraa Abdelfattah en Negad el Bor’ei worden nu beëindigd.  

“De Egyptische autoriteiten moeten eens en voor altijd een einde maken aan zaak 173 en de daarbij horende reisverboden opheffen en bevroren rekeningen vrijgeven. Tegen minstens 20 andere mensenrechtenverdedigers lopen deze bestraffende maatregelen verder. Deze beruchte zaak die al jaren aansleept is niets meer dan een wanhopige poging om Egypte’s mensenrechtenbeweging te ontmantelen en dissidente stemmen de mond te snoeren via intimidatie en politiek gemotiveerde rechtszaken.” 

“Los van deze zaak, zitten nog minsten 13 mensenrechtenverdedigers en ngo-medewerkers in de cel op basis van ongegronde terreuraanklachten. Tientallen andere kregen te maken met een reisverbod en processen voor “het verspreiden van valse nieuwsberichten”. Als de Egyptische autoriteiten het serieus menen dat ze een einde willen maken aan de repressie van mensenrechtenverdedigers, dan moeten ze al wie arbitrair vastzit onmiddellijk vrijlaten, de reisverboden opheffen, alle uitspraken nietig verklaren en een einde maken aan de onrechtmatige processen tegen mensenrechtenverdedigers.” 

Achtergrond 

Op 30 August stuurde een onderzoeksrechter een persbericht uit over zaak 173/2011 naar de Egyptische media waarin hij aankondigde dat hij een einde maakte aan het onderzoek, reisverboden tegen en de bevriezing van de bankrekeningen van vier mensenrechtenorganisaties en hun medewerkers, onder hen Azza Soliman, Esraa Abdelfattah, Negad El Bor’ei, Hossam Ali en Magdy Abdelhamid. Het is onduidelijk of de minister van binnenlandse zaken hun namen verwijderde van de lijst tegen wie een reisverbod geldt. 

Het onderzoek in zaak 173 blijft well open tegen andere prominente mensenrechtenverdedigers zoals Gamal Eid, directeur van het Arabische netwerk voor mensenrechteninformatie; Hossam Bahgat, oprichter en directeur van het Egyptische initiatief voor persoonlijke rechten; Mozn Hassan, hoofd van Nazra voor feministische studies. Anderen die genoemd worden in de zaak zijn Mohamed Zaree, de Egyptische programmadirecteur bij het Cairo instituut voor mensenrechtenstudies en Aida Seif al-Dawla, Magda Adly en Suzan Fayad, de oprichters en directeurs van het El-Nadeem centrum voor revalidatie van slachtoffers van foltering. 

Sinds 2014, voerden onderzoeksrechters een strafrechtelijk onderzoek naar het werk en de bronnen van buitenlandse inkomsten van Egyptische ngo’s, De bezittingen van zeven ngo’s en tien mensenrechtenverdedigers werden daardoor bevroren. De Egyptische autoriteiten legden daarnaast gedurende 6 jaar minstens 31 mensenrechtenverdedigers en ngo-medewerkers een reisverbod op. Verschillende rechtbanken verworpen de beroepen van mensenrechtenverdedigers tegen de geldende bestraffende maatregelen.  

hier niet op duwen