Een briefje van Tep Vanny uit de gevangenis

Een briefje van Tep Vanny uit de gevangenis

Blog

Twee weken geleden was Josef Benedict samen met een collega op bezoek in Cambodja. De twee Amnesty-collega’s onderzochten de huidige situatie van mensenrechtenverdedigster Tep Vanny en de lokale gemeenschappen waar ze zich al jarenlang voor inzet.

Ze ontmoetten er Boy Sophea, Song Srey Leap, Bo Chhorvy, Phan Chhunreth en Sie Sophal. Vijf moedige mensenrechtenverdedigsters die net als Tep Vanny opkomen voor de rechten van de duizenden families die vroeger aan het Boeung Kak-meer woonden, maar al sinds 2007 met geweld hun huis uitgezet werden. De vrouwen blijven daarbij niet gespaard van bedreigingen en lastercampagnes. Ook verzonnen aanklachten zijn hun niet onbekend. Josef overhandigde hen het meest recente Amnesty-rapport en vertelde hen dat al duizenden mensen wereldwijd vroegen om Vanny’s vrijlating. Tep Vanny werd op 26 augustus 2016 gearresteerd omdat ze in 2013 voor het huis van de eerste Minister deelnam aan een vreedzaam protest. Eerder dit jaar op 23 februari werd ze veroordeeld tot 2,5 jaar celstraf. Vanny en haar advocaten tekenden beroep aan. Op 8 augustus komen we te weten of dat beroep aanvaard wordt.

De vrouwen missen hun mede-activiste. Ze hebben een beurtrol om haar te bezoeken. Dat kan maar om de twee weken en de reis tot aan de gevangenis kost heel wat geld. Maar dat hebben ze er zeker voor over. Ze zijn niet bang om zelf opgesloten te worden en vinden het goed dat er individuen en buitenlandse organisaties zijn die mee actie voeren voor en ruchtbaarheid geven aan wat er met Vanny gebeurt. Net dat geeft hen hoop.

 

Josef en zijn collega bezochten ook Vanny’s moeder en zus. Die lieten weten dat haar twaalfjarige dochter en tienjarige zoon hun moeder heel erg missen. Ze kunnen haar een paar keer per maand bezoeken, maar enkel als ze de bewakers een aanzienlijke som geld toestoppen. Vanny’s moeder is trots op het activistische karakter van haar dochter: “Ook als ze tijdens een protest geslagen werd, stond ze de volgende dag terug klaar om mee te doen. Als er iemand in de problemen komt dan verdedigt mijn dochter hem of haar en vraagt om rechtvaardigheid. Ze is ongelooflijk moedig en is niet te koop. Ze houdt voet bij stuk en geeft nooit op.” Ze bedankt Amnesty voor de campagne voor Vanny en vraagt de druk te blijven opvoeren tot haar dochter weer vrij is.

Er stonden ook een aantal vergaderingen met Cambodjaanse activisten en lokale middenveldorganisaties op de agenda. Daaruit leerden ze dat de overheid de rechtbanken als middel aanwendt om mensenrechtenverdedigers het zwijgen op te leggen. In Cambodja zitten erop dit moment 20 mensenrechtenverdedigers en politieke activisten in de cel. Honderden anderen kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Zo hoopt de overheid dat straks niemand nog kritiek durft te uiten of vreedzaam samenkomt als protest. Maar dat is buiten Tep Vanny gerekend: zelfs uit de gevangenis slaagt ze erin ons een boodschap te sturen. Via een van de andere Boeung Kak-activisten kregen onze Amnesty-collega’s een briefje toegestopt.

“Ik ben onschuldig. De rechtbank en de overheid denken dat ze mijn onschuld kunnen weerleggen door me, net als een crimineel, in een gevangenisoutfit te steken en me handboeien om te slaan. Maar het is mijn recht als mens op deze aardbol om rechtvaardig behandeld te worden. Daarbij hoop ik, dat als ik nu rechtvaardig behandeld word, dat anderen daar in de toekomst ook recht op zullen hebben”

Deze simpele en krachtige boodschap van een onschuldig en eerlijk persoon geeft ons als Amnesty International de moed en wilskracht om verder voor Tep Vanny te vechten. Wij, die vrij zijn vreedzaam op straat te komen, mogen dit onrecht niet aan ons voorbij laten gaan.